Utrecht wijst beschuldiging van de hand

UTRECHT, 23 NOV. Ab Fafié, destijds trainer van FC Utrecht, noemt de beschuldigingen over de omkoping door MVV “belachelijk”. Hij zegt zich de wedstrijd tegen MVV in Maastricht op 16 juni 1991 nog goed te herinneren. “We hadden de week ervoor nog met de hele ploeg op de rondvaartboot gezeten om het behalen van Europees voetbal te vieren. Er wordt over een bedrag van 20.000 gulden gesproken, terwijl we net zelf een hele goede premie hadden gekregen.”

De thans werkloze Fafié weet nog dat zijn elftal voor dat laatste competitieduel gemotiveerd was. “Johan de Kock had vrij gevraagd voor die ontmoeting omdat hij op vakantie wilde. Dat heb ik niet toegestaan. Ik wilde dat hij meedeed.”

“We gingen voor twee punten”, weet Marcel Liesdek, verdediger van FC Utrecht nog over de bewuste wedstrijd tegen MVV. “We voerden onze sportieve taken uit zoals dat behoorde. Ik kan me nog goed herinneren dat Ab Plugboer voor FC Utrecht scoorde en dezelfde Plugboer kort daarna aan de linkerkant een dekkingsfout maakte, waardoor 'die kleine van MVV' - ja, het was Roberto Lanckohr - doorbrak. Ik moest hem neerleggen in de zestien, ik veroorzaakte een penalty waaruit MVV gelijkmaakte.”

Dat laatste klopt niet, zo blijkt uit het wedstrijdverslag in het Utrechts Nieuwsblad: “(...) Het antwoord van MVV liet maar twee minuten op zich wachten en weer was Ab Plugboer verantwoordelijk voor de goal. De Volendammer verslikte zich in een breedtepass van Rob Alflen, verloor de bal aan de alert reagerende Hans Vincent die vrij voor Jan Willem van Ede geen fout maakte: 1-1 (...) .”

“Nee, we hebben MVV toen helemaal niets cadeau gedaan”, herhaalt de 34-jarige Liesdek, “dat zou oneerlijk zijn geweest tegenover de andere degradatie-kandidaten.” Hij moet lachen als hij hoort dat MVV FC Utrecht 20.000 gulden zou hebben betaald. “Twintig mille? Dat bedrag zal die administrateur wel in zijn eigen zak hebben gestopt”, aldus Liesdek, die nog bij FC Utrecht onder contract staat maar van wiens diensten de club geen gebruik meer maakt.

Jan Willem van Ede gelooft dat de beschuldigingen van MVV's administrateur zijn gedaan door “een kat in het nauw”. “We konden ons gewoon niet permitteren te relaxen in De Geusselt”, weet de doelman nog, “want er zaten talloze Utrechtse supporters op de tribune om ons te bedanken voor het bereiken van Europees voetbal. Trouwens, als ik door de tegenstander met geld zou worden benaderd, zou ik dat FC Utrecht onmiddellijk melden.”

Volgens een waarnemer van het weekblad Voetbal International deed Van Ede uitstekend zijn best in dat duel. In de beoordeling werd zijn optreden beloond met het cijfer acht. “Ik moet er niet aan denken dat er een vier of een vijf achter m'n naam had gestaan.”

Mocht er iets “aan de knikker” zijn, vervolgt Van Ede, “op welke wijze dan ook, dan moet alles boven water komen. Ik kan het helemaal mis hebben, maar voor zover ik het kan inschatten is er niets aan de hand. Binnen onze groep is er lacherig om gedaan. Zo van: Van Ede, zullen we nu maar eens naar geld gaan spitten in de tuin van je moeder zoals bij die voetballer van Valenciennes? Goed, was mijn antwoord, alleen heeft mijn moeder een bovenhuis.”

Plugboer zegt “voor duizend procent” zeker te zijn dat er geen sprake is geweest van omkoping of pogingen in die richting. “Onze winstpremie”, reageert de Volendamse speler van FC Utrecht, “lag hoger dan het bedrag dat MVV ons per man zou hebben geboden. Een lachwekkende situatie, van de andere kant is er natuurlijk een verschrikkelijke beschuldiging gedaan. Ik was er destijds ook bij toen Volendam en PEC de punten deelden en beide clubs veilig waren. Ook toen had men het over handjeklap, maar er was geen sprake van een deal. Ik heb gehoord dat het bestuur van FC Utrecht stappen onderneemt tegen die mijnheer van MVV. Wel, daar ben ik blij om.”

De KNVB doet nog geen onderzoek naar de beschuldiging van de MVV-administrateur. “De bond wacht af”, legt voorlichter Rob de Leede uit, “omdat het voorlopig gaat om verdachtmakingen. Er is nog niemand veroordeeld. Daarom is het op zijn minst prematuur om vanuit Zeist schande te gaan roepen.”