Uitkering 'tweede generatie' vindt weinig steun in Kamer

DEN HAAG, 23 NOV. Stapels papier. Een rondgang langs Kamerleden. Heen en weer getelefoneer. Niets heeft de stichting Joods Maatschappelijk Werk (JMW) nagelaten om 'Den Haag' ervan te overtuigen dat de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers (WUV) open moet blijven voor de na-oorlogse generatie.

Vanavond tijdens het Kamerdebat over sluiting van de WUV voor de na-oorlogse generatie moet blijken of de inspanningen van JMW en vijf andere organisaties die tegen sluiting zijn, succes hebben gehad. “Jaarlijks gaat het om minder dan twintig uitkeringen. Dus waar praten we over”, zucht drs. H.G. Vuysje, adjunct-directeur van JMW.

“Je moet ergens een grens trekken. En die trekken wij bij de mensen die de oorlog aan den lijve hebben meegemaakt”, zegt de woordvoerder van minister d'Ancona (WVC). “Straks krijg je een derde generatie met problemen. Dan komen mensen in de knel wegens oorlogservaringen van hun opa. Waar houdt het op?” Het voorstel om de WUV te sluiten voor de na-oorlogse generatie was een van de voorstellen van de commissie Van Dijke die in 1985 werd ingesteld door de toenmalige staatssecretaris van volksgezondheid J.P van der Reijden. De commissie moest advies uitbrengen over vereenvoudiging van de bestaande wetten voor oorlogsgetroffenen.

Volgens de Periodieke Uitkerings Raad vroegen van 1989 tot en met 1991 64 personen een periodieke uitkering aan. In 28 gevallen werd deze toegekend. Blijkens een raming van het Instituut van Overheidsuitgaven uit 1990 zullen jaarlijks 79 kinderen van vervolgingsslachtoffers een aanvraag indienen voor een periodieke uitkering. Vuijsje: “Maar die worden lang niet allemaal gehonoreerd. Als je het percentage dat wordt afgewezen ervan aftrekt, ruim 60 procent, en de gevallen die niet om een uitkering vragen maar een tegemoetkoming willen in de kosten van psychotherapie, houd je minder dan 20 per jaar over.”

In die gevallen gaat het om kinderen die ernstig getraumatiseerd zijn door de oorlogservaringen van hun ouders en niet meer in staat zijn in hun onderhoud te voorzien. Voor die mensen moet de WUV openblijven, zegt ook het VVD-Kamerlid Wiebenga. Hij spreekt van een dogmatische, doctrinaire opstelling van d'Ancona. “Het gaat om een kleine groep, de financiële opbrengst van sluiten is gering, de juridische onderbouwing is kwestieus, terwijl de emotionele schade groot kan zijn.” Ook Wiebenga is onaangenaam getroffen door de “de koele, klinische benadering” die de bewindsvrouw aan de dag legt.

De tegenstanders van sluiting van de WUV reageerden verbijsterd toen d'Ancona vorige maand een alternatief van JMW en de vijf organisaties terzijde schoof. Dat alternatief ging weliswaar uit van sluiting, maar er zou wel een vangnet moeten komen voor de schrijnende gevallen. Dit zou geregeld moeten worden via een Algemene Maatregel van Bestuur. Maar volgens d'Ancona kan in voorkomende gevallen een beroep worden gedaan op “de normale voorzieningen in de sociale zekerheid”.

Het Tweede-Kamerlid Vriens-Auerbach (CDA) steunt de bewindsvrouw. “Het is nooit de bedoeling geweest dat de na-oorlogse generatie een beroep kon doen op de WUV. Het is ook oneerlijk tegenover de kinderen van verzetsdeelnemers en van burger-oorlogsgetroffenen dat alleen kinderen van vervolgingsslachtoffers een bijzondere uitkering kunnen krijgen. Je kunt zeggen, 'geef die anderen ook het recht op een uitkering', maar dat is te gemakkelijk. Je moet kinderen van slachtoffers, uit welke categorie dan ook, als slachtoffers erkennen en er voor zorgen dat ze specifieke hulp krijgen. Dat gebeurt trouwens ook.”

Het D66 Kamerlid Versnel zal vanavond een amendement op het wetsvoorstel indienen. Zij is het weliswaar eens met de minister dat WUV voor de na-oorlogse generatie wordt gesloten, maar de overheid moet de kosten van psychotherapie volledig blijven vergoeden. De fracties van GroenLinks en GPV hebben het amendement mede ondertekend.

De PvdA wil alleen onder voorwaarde akkoord gaan met het uitsluiten van de na-oorlogse generatie van de WUV. “De immateriële hulpverlening moet goed geregeld worden”, zegt het Tweede-Kamerlid Middel. Volgens hem hoeft dat niet per se in de wet, zoals D66 voorstelt. Ook daarbuiten kunnen goede afspraken worden gemaakt, meent hij. “Nu word je alleen erkend als slachtoffer als je een uitkering krijgt. Dat moet veranderen. Als dat niet gebeurt, gaan we niet met de wetswijziging akkoord. Dat is een keiharde voorwaarde en daar zijn we niet van af te brengen.”