Spelers

Zoals dat met veel mensen het geval schijnt te zijn, weet ik nog waar ik was toen ik dertig jaar geleden het nieuws van de moord op president Kennedy hoorde en ik weet ook nog wat ik toen dacht: opgeruimd staat netjes. Ik vond hem een gevaarlijke avonturier. Het begin van de oorlog in Vietnam, de Varkensbaai-invasie, de Cuba-crisis. En dan die vreselijke retoriek met al die omkeringen, en dat valse gezwijmel dat hij een Berlijner zou zijn.

Over de meeste van die dingen zijn mijn gedachten nu tweeslachtiger, maar de Cuba-crisis schijnt erger te zijn geweest dan we indertijd dachten. In 1962 werd de wereld de stuipen op het lijf gejaagd, maar ik dacht toen dat de hoofdrolspelers in het conflict wel zouden weten wat ze deden. Dat er een vorm van crisisbeheersing zou zijn waardoor vanaf het begin uitgesloten was dat het conflict uit de hand zou lopen en tot een nucleaire wereldoorlog zou leiden. Achteraf lijkt dat niet het geval te zijn geweest. Er zijn een paar jaar geleden boeken verschenen met reconstructies van het besluitvormingsproces en er is op Cuba een conferentie geweest waarop de spelers - Amerikanen, Russen en Cubanen - nog wat nakaartten over hun wedstrijd van 1962. Er kwam uit naar voren dat hooggeplaatste Amerikaanse beleidsmakers na dagen van handenwringen opgelucht uit hun bunkers waren gekomen, verbaasd dat Washington nog overeind stond en niet in de as was gelegd. Niks crisisbeheersing, puur geluk. De Russische leider Chroesjtsjov liet later weten dat Castro hem op een gegeven moment om een preventieve nucleaire aanval op Amerika had gevraagd. Het was werkelijk spannend geweest.

De Cuba-crisis is beschreven in termen van het pokerspel, wat voor de hand ligt. De strategie van Kennedy werd door de pokerdeskundige geprezen, wat ook voor de hand ligt, want Kennedy had tenslotte gewonnen. Maar zijn strategie was toch niet zoals het in de pokerleerboekjes wordt aanbevolen. Het was meer zoals in de oude pokerlegendes over spelers die, om hun moed en onverzettelijkheid te bewijzen, hun vrouw, boerderij en volledige banktegoed inzetten en aan het eind zichzelf en de tegenstanders een kogel door de kop jagen. De leerboekjes daarentegen manen tot voorzichtigheid en wijzen er vooral op dat een speler niet meer moet inzetten dan hij bereid is te verliezen. Wat was er ingezet in 1962, aan beide kanten, en wat waren onze leiders dus bereid geweest om te verliezen? Om het simpel te zeggen: de bevolking van het noordelijk halfrond.

Het is altijd gevaarlijk om in het echte leven strategieën te ontlenen aan spelletjes. Om even op adem te komen maken we van de duizelingwekkende hoogten van het nucleaire poker een kort uitstapje naar het kleinmenselijke. De schilder-fotograaf Man Ray beschrijft in zijn memoires hoe zijn vriendin dreigde ingepalmd te worden door een medeminnaar. Wat te doen? Gelukkig had hij net een schaakboek bestudeerd waarin de term 'meesterlijke inactiviteit' voorkwam. Hij besloot niets te doen en de dingen op hun beloop te laten. Zo verloor hij, tot zijn groot verdriet, zijn vrouw. Verkeerde les geleerd.

Het is dan ook altijd in situaties waarin hij totaal niet weet wat hij moet doen, dat de speler een schijn van rationaliteit probeert te vinden door zijn heil te zoeken in strategieën die hij ontleent aan spelletjes. Zo wemelde het op de Amerikaanse instituten waar de scenario's van de nucleaire vernietiging werden opgesteld in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog, en vast nu ook nog, van de spelletjesdeskundigen, doorkneed in de wiskundige speltheorieën van John von Neumann en in de juiste behandeling van computerspelletjes als 'Lik op Stuk'.

Zoals gezegd, ik wil geen reclame maken voor deze speelse opvatting van de werkelijkheid. Maar ik kan niet ontkennen dat ze voor de hand ligt voor wie de geschiedenis van deze eeuw bestudeert. Het schot van Sarajevo leidde tot de Eerste Wereldoorlog, die niemand werkelijk wilde. Een klein ongeluk op de beurs van New York tot economische crisis in Europa en ontreddering in Duitsland, met alle gevolgen van dien. Een slechtbegrepen pokerstrategie in 1962 bijna tot de vernietiging van de wereld, voorlopig uitgesteld. Zeg eens, lezer, u heeft zich nu de laatste jaren wel laten overtuigen dat de maakbaarheid van de samenleving een socialistisch waandenkbeeld is, en ik wil ook helemaal niet bepleiten dat er geen mus van het dak mag vallen zonder dat de partij het beslist heeft, maar iets maakbaarder dan dit, zou dat niet prettig zijn? Heeft het er niet erg de schijn van dat de wereldgeschiedenis een modern computerspelletje is geworden, zo een dat niemand tot een veilig einde kan brengen? Wham! U heeft vijf beurten geleden uw zakdoekje laten vallen. U bent dood.

Zolang als we leven, weten we dat het volgende kan gebeuren, op ieder moment: Nu is alles nog gewoon. Over vijf minuten neemt een hooggeplaatste gek een verkeerde beslissing. Over een uur is alles in rook opgegaan, wijzelf, onze geliefden, iedereen van wie wij ooit gehoord hebben.

De gedachte went, maar je moet je afvragen wat het betekent dat wij aan die gedachte gewend zijn. Het maakt in ieder geval van de wereldleiders goden die op ieder moment over ons lot kunnen beschikken. Wij vrezen hen, omdat ze door een simpel bevel ons allen kunnen doden, en we zijn dankbaar als ze dat niet doen.

Het nieuws van de moord op Kennedy hoorde ik toen ik met een Nederlands schaakteam op weg was naar Manchester voor een wedstrijd tegen Engeland. Het doet me genoegen om te kunnen zeggen dat ik me van mijn teamgenoten niets herinner dat lijkt op de geestelijke ontreddering die in de afgelopen dagen beschreven werd door bijna iedereen die in gedachten dertig jaar terug ging. “Jammer, ik geloof dat hij net goed ingewerkt raakte”, dat was ongeveer de meest geëmotioneerde reactie die me nog voor de geest staat. Met mijn eigen onaangedaanheid bij een moord ben ik achteraf gezien niet blij. Maar die massale rouw en treurnis om de weggevallen leider die de westelijke wereld toen in bezit nam, was toch ook geen teken van geestelijke gezondheid. Het was de aanhankelijkheid van makke schapen aan hun slachter. Dankbaar dat de leider hen tijdens zijn leven gespaard had, wat van zijn opvolger nog maar afgewacht moest worden. Het was misschien mijn spelletjesmentaliteit die zich daartegen verzette. Oog om oog, tand om tand, al is het maar in gedachten. Wie pretendeert met mijn leven te kunnen spelen, verdient niet dat ik om hem treur.

    • Hans Ree