Singaporezen worden mondiger

In Singapore heeft een belangrijke rechtszaak plaats, waar het - indirect - gaat om de vraag welke politieke school het in de stadstaat voor het zeggen heeft.

SINGAPORE, 23 NOV. “Dit zou onder mij nooit gebeurd zijn. Journalisten en economen proberen de grenzen van de regering uit en die moet dit in de kiem smoren.” Na dit schot voor de boeg van Lee Kuan Yew, ex-premier en 'senior minister' van Singapore, deden agenten in burger een inval in de burelen van de Business Times, het toonaangevende financiële dagblad van het stadstaatje. Dat was augustus vorig jaar. Gisteren werden de openbare zittingen hervat van het proces tegen twee journalisten en drie economen die de wet op het staatsgeheim zouden hebben overtreden.

Het is een belangrijke rechtszaak, waar niet alleen de persvrijheid in Singapore aan de orde is maar ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en - indirect - de vraag welke politieke school het in Singapore voor het zeggen heeft: de oude garde van veteraan Lee, die de pers kennelijk een lesje wil leren, of de tweede generatie leiders, onder wie premier Goh Chok Tong, die zich voorstander noemt van 'openheid'.

Op 29 juni 1992 publiceerde de Business Times het groeicijfer voor het tweede kwartaal: 4,6 procent, een teleurstellende score, vergeleken bij de economische groei over 1991 - 6,7 procent - en die van het voorgaande kwartaal - 5,3 procent. De cijfers zouden pas enkele dagen later worden vrijgegeven door het ministerie van handel en industrie. Aanvankelijk leek niemand zich te storen aan deze primeur. Totdat 'senior minister' Lee Kuan Yew terugkeerde van een reis naar China en in het openbaar zijn gramschap uitte over “journalisten en economen” die zijn opvolger, premier Goh Chok Tong, op de proef zouden stellen. “Je kunt geen regering runnen die aan alle kanten lekt”, aldus de oude meester.

“Dat was voor premier Goh Chok Tong een soort politieke mannelijkheidsproef”, zegt een journalist. Kort na Lee's tirade gaf Goh opdracht aan het Internal Security Department (ISD) een inval te doen bij de Business Times. Alle werkzaamheden werden stilgelegd en iedereen moest in zijn kamer blijven. Agenten in burger tuurden de hele dag in de computers op zoek naar een verbinding tussen een reporter van de Business Times en een eventueel lek bij de overheid. Zo heeft de ISD, naar eigen zeggen, kunnen achterhalen hoe het is gebeurd.

Iemand van de Monetary Authority of Singapore (MAS) - de centrale bank - had de cijfers op zijn bureau liggen en bekeek ze, terwijl hij twee medewerkers van Crosby Securities, een makelaardij in effecten, op bezoek had. Een van die twee keek er toevallig in, zag die 4,6 procent, liep naar buiten en zei het tegen zijn collega. Die laatste zou het cijfer hebben doorgegeven aan de Business Times. In december werden vijf personen aangeklaagd wegens overtreding van de Official Secrets Act: twee Business Times-redacteuren, de directeur van de MAS en de twee employées van Crosby Securities. Zij kunnen worden bestraft met twee jaar cel, tweeduizend Singapore dollar boete of beide.

De regering heeft 's lands hoogste openbare aanklager, procureur-generaal Chan Sek Keong, met de zaak belast. Dat ze een en ander zo hoog opneemt, wordt verschillend uitgelegd. Ten eerste is er de nauwgezetheid waarmee Singapore vasthoudt aan zijn principes van openbaarheid: niet van overheidswege verstrekte gegevens over het reilen en zeilen van de staat mogen niet gepubliceerd worden. Het gewicht van de feiten doet niet terzake; van dit principe mag niet worden afgeweken. Anders faalt 'het systeem' en als dit op economisch gebied mogelijk is, kan het ook op andere gebieden gebeuren.

Dat voortijdige publikatie van het lage groeicijfer de beurs had kunnen beïnvloeden, zoals van overheidszijde is beweerd, hebben de advocaten van beklaagden al weerlegd. De markt heeft niet gereageerd - men was al op de hoogte - en in het derde kwartaal was de groei alweer 5,7 procent.

Volgens Westerse waarnemers in Singapore is dit proces bedoeld om de pers zijn plaats te wijzen. Zo had de Business Times niet lang voor het incident in een reeks artikelen kritische opmerkingen aangehaald van binnen- en buitenlandse deskundigen over de economische politiek van de regering. 'Senior minister' Lee Kuan Yew vindt dat de pers zich te veel vrijheden veroorlooft sinds hij het ambt van premier in november 1990, na 31 jaar, overdroeg aan de opvolger van zijn keuze, Goh Chok Tong.

Lee Kuan Yew, voormalig politiek straatvechter en ontwerper van het nieuwe Singapore, is de kleinzoon van een koelie uit Zuid-China. Hij behaalde de meestertitel in Cambridge en werd in 1959 premier van de stadstaat, toen nog een Britse kroonkolonie. Samen met zijn People's Action Party (PAP), die sinds de onafhankelijkheid in 1965 onafgebroken aan de macht is, wekte hij Singapore uit zijn rustieke sluimer en bouwde hij het eilandstaatje uit tot de economische energiecentrale van de regio met de hoogste levensstandaard in Azië na Japan.

Onder Lee werd Singapore een welvarende samenleving van hardwerkende en volgzame burgers. Van de Singaporezen wordt verwacht dat ze het landsbestuur overlaten aan een politieke en zakelijke elite die de eigen rangen aanvult met zorgvuldig geselecteerd talent. Zulke 'Westerse' waarden als persoonlijke vrijheden en het recht op een eigen mening zijn in het nieuwe Singapore ondergeschikt aan materiële welvaart en een geordend openbaar leven. Tot dusverre lijken de meeste Singaporezen in te stemmen met die prioriteiten, want in augustus 1991 haalde de PAP opnieuw een absolute meerderheid. Ze bezet nu 77 van de 81 verkiesbare zetels in het parlement.

Toch zijn er tekenen dat een deel van de bevolking de regelzucht van de overheid beu is. Bij de jongste presidentsverkiezingen - dat goeddeels ceremoniële ambt is onlangs wat opgewaardeerd; het staatshoofd verwierf een beperkt vetorecht - stemde ruim veertig procent van de kiezers op de niet-regeringskandidaat, die zijn eigen kandidatuur nauwelijks serieus nam en slechts schoorvoetend meedeed. Een onmiskenbare demonstratie van onvrede.

Met de toenemende welvaart en het gestegen opleidingsniveau neemt de mondigheid van de burgers toe. Steeds meer jonge Singaporezen klagen over een teveel aan regels, de hoge druk van deze prestatiemaatschappij en de stijgende kosten van levensonderhoud. Jonge journalisten zijn geneigd stem te geven aan deze onvrede, maar stuiten op grote beperkingen. Alle publikaties, behalve een klein krantje in het Tamil en een Chineestalig dagblad, worden uitgegeven door Singapore Press Holdings, die nauwe banden onderhoudt met de politieke leiding.

De jurist Walter Woon, een van de zes onafhankelijke intellectuelen die door het parlement zijn aangesteld als mede-parlementariër: “SPH is aan de beurs genoteerd en het publiek heeft een meerderheidsbelang, maar via een systeem van management-aandelen, dat buitenlandse controle moet voorkomen, dicteert de regering alle personeelsbeslissingen van SPH. Vandaar dat, ondanks een gevarieerde behandeling van buitenlands nieuws, redactionele commentaren en artikelen over binnenlandse onderwerpen qua teneur nauwelijks zijn te onderscheiden van het regeringsbeleid en de standpunten van regeringsleiders. De mensen aan de top, die maar al te goed weten wat hen kan overkomen, zijn enorm voorzichtig met kritiek op de regering en dat is zelfcensuur.”

Premier Goh Chok Tong, een veertiger, beloofde bij zijn aantreden drie jaar geleden een “consultatieve en open stijl van besturen”. De censuur werd wat versoepeld - zo kon een voor Singaporese begrippen ongehoord frivole bundel karikaturen van landelijke politici verschijnen - en de medezeggenschap over de woonomgeving werd verruimd door de invoering van onafhankelijke wijkraden. Niettemin, zeggen waarnemers, heeft Goh die politiek van openheid wat moeten bijstellen in een krachtmeting met Lee, die als 'senior minister' op alles toezicht houdt.

Lee voerde in de jaren vijftig en zestig een politieke strijd op leven en dood met de communisten van Singapore en schoeide zijn PAP op leninistische leest. Nog in de jaren zestig, na de breuk met de Maleisische Federatie, werd Singapore geteisterd door rassenrellen tussen de Maleise minderheid en de Chinese meerderheid. Dat alles is voorbij, maar Lee en zijn generatie leven nog steeds met de obsessie dat die tijden nooit terug mogen komen. De tweede generatie Singaporezen, waar ook Goh toe behoort, ziet minder gevaren loeren en wil een geleidelijke versoepeling van Singapore's strak gereguleerde bestel.

De zaak Business Times vormt een krachtproef voor de vernieuwers. De procedure wordt nu toegespitst op de vraag of er sprake is van 'opzet' of 'nalatigheid' bij het 'doorgeven van informatie' door de centrale bank. Volgens ingewijden kan de regering de zaak niet winnen op grond van het beschikbare bewijsmateriaal. Een jurist: “Het zou mij verbazen als het tot een veroordeling komt. Wellicht lukt het bij een lagere rechter, maar het Hooggerechtshof? Daar ben ik niet zo zeker van.” De magistraat die de zaak behandelt komt van het ministerie van defensie. De hamvraag luidt dan ook hoe onpartijdig de rechterlijke macht kan zijn in een politiek gevoelige zaak als deze. Daarover speculeren is in Singapore taboe.