Pompeuze luxe lag dankzij MVV-fraude voor het grijpen

MAASTRICHT, 23 NOV. De fraude smaakte hem goed, pompeuze luxe lag plotseling voor het grijpen. “Het werd je zo gemakkelijk gemaakt bij MVV. Er werd nauwelijks gecontroleerd. In twee jaar tijd heb ik één keer de penningmeester op bezoek gehad. De accountant? Nooit een probleem.”

Met hulp van justitie heeft MVV gisteren zijn ex-administrateur Wim K. flink kaal geplukt. Alle verworven luxe is uit zijn huis in Ulestraten gehaald: stereotorens, het bankstel, computers, de 116 Hummelbeeldjes. Zelfs het schilderij van zijn vrouw met de twee poolhonden ontsnapte niet aan de strenge aanwijsvinger van de deurwaarder. Wat achterbleef: enkele zomerstoelen, de hondemand, een keukentafel en een schilderij van het paar in betere dagen.

Wim K. zit er letterlijk uitgekleed bij in zijn sjamberloek, de bleke witte benen gebruikt hij als stille getuigen: “Als ik zeven ton achterover had gedrukt, zoals MVV nu beweert, zat ik al lang in Bolivia.” Om het ongelijk van MVV aan te tonen haalt hij er de dagvaarding bij: “Kijk, over dit bedrag bedrag zijn we het eens, justitie en ik, 263 duizend 953 gulden en veertig cent. Die jongens van de Fiod kunnen rekenen, zelf was ik er niet op gekomen.”

Ook Wim K. vereffende gisteren een rekening met MVV. Hij beschuldigde het vorige bestuur ervan dat het in de laatste wedstrijd van het seizoen '90-'91 het laatste broodnodige puntje van FC Utrecht zou hebben gekocht. De toenmalige voorzitter, wegenbouwer B. L., zou een rekening van 19.500 gulden hebben ingediend voor de aanleg van een parkeerplaats bij het nieuwe sponsorhome, “maar toen ik die rekening zag, zei ik tegen de directeur: daar ligt helemaal geen parkeerplaats. Het gras staat daar zo hoog dat je er rustig kunt gaan pissen. Alleen je hoofd steekt er boven uit. Toen zei de directeur: dat is het geld waarmee Utrecht is betaald. Een jaar later liet ik die rekening aan de accountant zien. Die sloeg zijn handen voor zijn ogen en zei letterlijk: zeg mij niks, zeg mij niks.”

De vijftigjarige administrateur kwam tweeëneenhalf jaar geleden in dienst bij MVV, nadat hij wegens reorganisatie was ontslagen bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Met opgeheven wijsvinger: “Ik heb daar eervol ontslag gekregen.” Wat hij er niet bij vertelt is dat hij eerder is veroordeeld, een keer wegens oplichting en een keer wegens valsheid in geschrifte. Het MVV-bestuur wilde hem een nieuwe kans geven. Die greep Wim K. met beide handen aan.

Dat het weer mis ging lag volgens hem aan de omstandigheden: “Gelegenheid maakt de dief. Iedereen vrat mee uit de grote ruif, na een tijdje ging ik ook meedoen, maar ik geef toe dat ik volledig op hol ben geslagen. De directeur bedacht alle trucs, het bestuur heeft volgens mij niets geweten. Die zaten liever te borrelen in het sponsorhome.”

Pag.11: 'Geld witte kaarten in kluis gedeponeerd'

K. geeft een college voetbalfraude over zwart geld, witte kaarten, bonnetjescultuur en het tillen van de bedrijfsvereniging met ziektegeld. “Iedereen wil het liefst op de Maastribune. Als die vol was waren er genoeg mensen die liever daar op de trappen gingen zitten dan omlopen naar de andere tribune. Dan werden de witte kaartjes aangesproken. Daar stond alleen 'MVV-wedstrijd' op en niet de wedstrijd van de dag. Op een drukke dag gingen er tweeduizend van die kaarten voor tien of vijftien gulden van de hand en bij vriendschappelijke wedstrijden werden soms alleen maar witte kaarten verkocht. Dat geld kwam niet in de boekhouding, het werd door de directeur rechtsreeks in de kluis gedeponeerd. Er werd dus geen BTW en geen KNVB-heffing over betaald.”

K. schat dat er jaarlijks voor een ton op die manier binnenkwam. Dat geld werd gebruikt om medewerkers zwart te betalen, maar om de twintig medewerkers, die regelmatig werkzaamheden voor de club verrichtten, te betalen, was méér geld nodig. Zo ontstond de 'bonnetjescultuur' : lonen werden als onkosten uitbetaald op vertoon van bonnetjes: “Alle bonnetjes waren goed, ook al had je ze van de straat opgeraapt. Ik had er een hele voorraad van aangelegd. Het hoofd veiligheidszaken kreeg vijfduizend gulden per jaar. Die man was toevallig een huis aan het bouwen, dus die leverde bij ons de bonnetjes van zijn cement in. Het meest populaire boek bij ons op kantoor was het afstandenboek. Daar kwamen ze een afstand in opzoeken voor de kilometervergoeding. Als iemand driehonderd gulden tegoed had, was hij zogenaamd met de auto naar Enschedé geweest, want dat ligt toevallig driehonderd kilometer van Maastricht.”

Als we K. mogen geloven vormden het blessure- en schorsingsleed voor MVV een welkome bron van inkomsten. “Een zieke speler werd pas op de dag van de wedstrijd weer afgemeld bij de bedrijfsvereniging, ook al was hij al weer een week aan het trainen. Dat scheelde de club weer een week salaris. En de controle van de BVG? Die liet minstens twee weken op zich wachten. En als een speler een schorsing opliep, kwam hij klagen bij de directeur, omdat hij dan een paar weken geen premies kon verdienen, terwijl hij de overtreding toch in het belang van de club had gemaakt. Dus werd hij ziek gemeld en kreeg hij zeventig procent van de ziekte-uitkering plus zijn hele salaris betaald. Je moest wel zoveel ziektegeld binnenhalen omdat dat in de begroting stond.”

Heeft het bestuur daar iets van af geweten? “Nee,” zegt K.: “ik denk van niet. Ik weet alleen dat een van de bestuursleden op de hoogte was van de verkoop van witte kaarten, hij heeft er zelf bij gestaan toen ze verkocht werden.”

    • Harry Meijer
    • Jacques Herraets