NMV: halt aan wildgroei van kleine musea

ROTTERDAM, 23 nov. De Nederlandse Museumvereniging (NMV) wil minimum-eisen gaan formuleren waaraan een museum zou moeten voldoen om zichzelf museum te mogen noemen.

Daarmee wil de vereniging de groei van die musea, die kwalitatief beneden iedere maat zijn, een halt toeroepen, zo bleek op een algemene ledenvergadering van de NMV gisteren in Amsterdam, waar dr G.J. Verwers, algemeen directeur van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, tot voorzitter van de vereniging werd gekozen. Als voorbeelden van 'twijfelachtige' musea werden het opgezette hondenmuseum en het Mata Hari Museum genoemd. Om tot een selectie te komen overweegt men onder meer het Britse registratie-systeem over te nemen. Daarbij wordt uitgegaan van een museum als 'instelling, die materieel erfgoed verzamelt, documenteert, bewaart, tentoonstelt en interpreteert ten dienst van het publiek'.

Komt zo'n regeling er niet, dan moet er binnenkort ook een Afwaskwastenmuseum komen, grapte de hoofdconservator van het Amsterdams Scheepvaartmuseum W. Mörzer Bruyns, want door de opmars van de afwasmachines in de Nederlandse huishoudens is dat immers een attribuut dat langzaam aan het verdwijnen is.