Neofascisten Italië ontgroeien rokerige achterkamertjes

ROME, 23 NOV. Jarenlang hebben ze aan de rand van de politiek geleefd, openlijk geboycot door de andere partijen. In de jaren zeventig hing over de partij een verdachte geur van kruit en rokerige achterkamers vol samenzweerders. Maar op de golven van het protest tegen de corruptieschandelen zijn de Italiaanse neofascisten begonnen aan een triomfantelijke opmars.

In Rome en Napels is de Italiaanse Sociale Beweging MSI, zoals de neofascisten zich noemen, de grootste partij geworden, met 31 procent van de stemmen. Dat is ruim drie keer zoveel als zij daar een jaar geleden kregen. Nog nooit is de partij zo sterk geweest.

Dat betekent niet dat de zwarthemden terugkomen in Italië. De verklaring voor de winst van de MSI ligt meer in de zwakte van andere partijen dan in haar eigen kracht. En als er als nostalgie bestaat naar Mussolini, is dat niet naar de leider van een stel knokploegen, maar naar een krachtig bestuurder die de treinen op tijd liet rijden.

Bovendien wordt de MSI steeds minder fascistisch. Partijleider Gianfranco Fini, die als veertiger te jong is om de oorlog te hebben meegemaakt, roept al jaren dat het fascisme iets voor de geschiedenisboeken is. Na het succes in de tussentijdse lokale verkiezingen zondag heeft hij gezegd dat haast moet worden gemaakt in de omvorming van de MSI in een 'gewone' rechtse partij. De naam is al klaar: de Nationale Alliantie.

“Met de instorting van de DC (de christen-democratische partij) zijn wij het referentiepunt geworden voor degenen die geen links bestuur willen,” zei Fini. “Er is enorm veel ruimte voor een niet-nostalgische rechtse groep.” Hij wil van de Nationale Alliantie, die mogelijk al in december wordt opgericht, dé rechtse partij van Italië maken. Zijn uiterlijk is er al naar: een gouden Ray-Ban bril en altijd een keurig grijs pak. Dat samen met zijn bedaagde optreden doen eerder denken aan een manager dan aan een fascistische leider.

Maar eerst moet de strijd in Rome en Napels worden gestreden. Op 5 december wordt daar de tweede ronde gehouden in de burgemeestersverkiezingen, en de neo-fascisten, die in tegenstelling tot hun directe rivalen geen coalitie hebben gevormd, staan minder ver achter dan bij de eerste prognoses werd voorspeld.

Fini zelf staat in Rome met 35,8 procent 3,8 procent achter op Francesco Rutelli, de Groene parlementariër die kandidaat is van een linkse coalitie met onder andere de ex-communisten.

Pag.5: MSI wil respectabel en Italiaans zijn

De strijd in de hoofdstad zal bijzonder fel worden. Fini heeft al de steun verworven van de machtige bouwlobby en zal nog verder proberen te vissen in wat eens de christen-democratische vijver was. Rutelli zei gisteravond dat die vijver stinkt, omdat het eens het stemreservoir was van Andreotti en zijn aanhang.

In Napels probeert Alessandra Mussolini een grotere achterstand te overbruggen. Zij staat tien procent achter op de oud-communist Bassolino, die in de eerste ronde al 41 procent kreeg. Alessandra Mussolini, de 30-jarige kleindochter van de voormalige dictator, is binnen de MSI een geval apart. Zij zegt dat ze Mussoliniaan is, geen fascist, en probeert in te spelen op de hernieuwde belangstelling voor Mussolini van de afgelopen jaren.

In de politieke verwarring van de afgelopen jaren groeit bij ouderen de nostalgie naar een bijgekleurd verleden en worden jongeren nieuwsgierig - mensen van middelbare leeftijd zijn er niet veel te vinden onder de traditionele MSI-aanhang. Onder Mussolini was je trots om een Italiaan te zijn, heeft de acteur Alberto Sordi gezegd. Zijn knokploegen, zijn grootheidswaanzin, zijn ondoordachte militaire avonturen zijn vergeten. Alessandra Mussolini heeft gezegd dat de rassenwetten van haar grootvader een vergissing waren. Wat blijft is de herinnering aan daadkrachtig bestuur, hard optreden tegen de mafia en aanpak van de werkloosheid.

'Orde' is een van de hoofdthema's van de neofascisten. Hier zijn veel variaties op: harde strijd tegen de mafia, zware straf voor corrupte politici, herinvoering van de doodstraf, krachtig bestuur. Met uitzondering van de doodstraf zijn dat standpunten die door een groot deel van de Italiaanse bevolking worden gedeeld en waarop de traditionele regeringspartijen het hebben laten afweten.

Een ander thema vormen de buitenlanders. Een deel van de aanhang zet dit vaak en hard in, maar partijleider Fini breekt het meestal meteen af. De MSI volgt de officiële kabinetslijn: er moeten maxima worden vastgesteld voor het aantal toe te laten buitenlandse werkzoekenden, en wie geen vergunning heeft moet het land uit worden gezet - het verschil is dat de MSI daarbij harder wil optreden dan nu gebeurt.

Partijleden hebben wel campagne gevoerd voor meer politie-controle op de buitenlanders die bij vrijwel elk stoplicht staan en de wachtende auto's langslopen om te vragen of ze de ruit mogen wassen. Er is een wereld van verschil tussen de felle kritiek van Le Pen of de Duitse Republikaner en het optreden van de Italiaanse neofascisten. Het MSI-motto is: “Wij willen bij het stoplicht met rust worden gelaten.”

Soms komt ook het thema 'monarchie' naar boven, vooral in het zuiden. Het zuiden is altijd monarchistischer geweest dan het noorden. Dat de MSI traditioneel sterk is in Napels en (tot vorig jaar) in Sicilië, heeft direct hiermee te maken.

Maar het meest populaire thema van de MSI is 'Italia'. De eenheid en glorie van het vaderland gaan de partij boven alles. Het partijsymbool is een in groen en rood gevatte vlam, zodat de Italiaanse driekleur ontstaat. De MSI is nationalistisch als geen andere partij en schrikt er niet voor terug om tegen de stroom in te roeien. Zij heeft vorig jaar een campagne gevoerd tegen de Amerikaanse kerstman en vóór de Befana, de heks die op 6 januari alle kinderen een cadeautje komt brengen, als een soort Italiaanse Sinterklaas.

Dat nationalisme levert de MSI bijvoorbeeld veel stemmen op in Zuid-Tirol, de provincie ten zuiden van de Brennerpas. Dat daar Duits wordt gesproken omdat er een Duitstalige meerderheid is, is de partij al jaren een doorn in het oog. Zij praat dan ook niet over Zuid-Tirol maar over Alto Adige, en de Italiaanstalige bevolking daar heeft zondag in meerderheid voor de MSI gekozen.

De sterke partij-aanhang in Triëst en omgeving, waar een door de MSI gesteunde kandidaat de tweede ronde ingaat, heeft dezelfde achtergrond. Hier bestaat nog veel nostalgie naar de tijd dat Triëst geen eindpunt van Italië was, maar een schakel naar Fiume (het huidige Rijeka) en de rest van de provincie Istria.

Een ander verschil tussen de MSI en de meeste andere partijen is haar directe optreden. Hierin hebben de neofascisten veel weg van de protestpartij Lega Nord, ook al lijken de meningsverschillen over de eenheid van Italië onoverbrugbaar. Bij de rellen eerder dit jaar in het parlement staken de aanhangers van de MSI en die van de Lega elkaar naar de kroon.

Een direct verband tussen de MSI en het geweld van extreem-rechtse jongeren is er niet. Ook Italië heeft zijn extreem-rechtse jongeren die buitenlanders en homoseksuelen aanvallen. Maar zij heten hier 'naziskins' in plaats van fascisten en hun referentiepunt is vaker Hitler dan Mussolini. Partijleider Fini heeft de skinheads nooit weggestuurd, want voor een partij die rond de vijf procent zweefde was iedere stem welkom. Maar hij heeft ze geen enkele ruimte gegeven binnen de partij.

Dat is een onderdeel van de verwoede pogingen van Fini op de MSI respectabel te maken. In de jaren vijftig en zestig gold de MSI ook als een betrekkelijk gematigde partij, en de christen-democraten hebben bij herhaling discreet gebruikt gemaakt van hun steun. Officieel liep iedereen er met een grote boog omheen: de partij viel buiten wat de arco costituzionale wordt genoemd, de groep van partijen die binnen de regels van de grondwet willen werken. De communistische partij viel daar wel binnen.

In de jaren zeventig radicaliseerde de partij, mede in reactie op de radicalisering binnen links. Neofascisten raakten betrokken bij vage coupplannen en er waren banden met extreem-rechtse activisten die betrokken waren bij bomaanslagen en andere terreuracties. Onder Fini, die eind jaren tachtig de leiding van de partij overnam, is het prototype van een MSI-lid niet de extreem-rechtse activist geworden, maar de burger die rust en orde wil.

    • Marc Leijendekker