Nederland kreeg 't best haalbare

De Amerikaanse Senaat heeft afgelopen weekend het nieuwe belastingverdrag met Nederland goedgekeurd. 'Brievenbusmaatschappijen' zullen verdwijnen. Maar de nationale 'multi's' - Akzo, Shell, Unilever en Philips - kunnen gerust in Nederland blijven. Het verdrag dat vandaag door de Eerste Kamer wordt behandeld, betekent brood op de plank voor juristen, advocaten, èn rechtbanken. Wat gebeurt er als een Nederlandse ondernemening dividend betaalt aan een Amerikaanse Sub-chapter S Corporation?

Het kabinet Lubbers/Kok kan na enige diplomatieke debâcles, zoals de afgang in de Europes stoelendans over de zetel van de Europese Centrale Bank, een succes op de povere staat van dienst op het gebied van de internationale betrekkingen bijschrijven. De kwalificatie is van toepassing op het belastingverdrag dat Nederland eind vorig jaar, na twaalf jaar onderhandelen, met de Verenigde Staten overeenkwam. Afgelopen weekend gaf de Amerikaanse Senaat haar fiat aan de overeenkomst en op korte termijn wordt het verdrag door de Eerste Kamer goedgekeurd.

Het belastingverdrag is een juridisch en technisch zeer gecompliceerde overeenkomst met een simpele bedoeling: het moet voorkomen dat inkomsten zowel in de VS als in Nederland worden belast. Het economisch belang van het verdrag is zeer groot. In 1991 werd er bijvoorbeeld 10 miljard gulden aan rente, 2 miljard gulden aan dividend, en 1,5 miljard gulden aan royalties uit de VS naar Nederland overgemaakt. Zonder een verdrag ter voorkoming van dubbele belastingheffing zou over het bedrag van 13,5 miljard gulden in de VS ongeveer 4 miljard gulden aan belasting moeten worden betaald. Onder het huidige verdrag werd de heffing tot ongeveer 150 miljoen gulden beperkt.

Het verdrag dat Nederland eind vorig jaar met Washington overeen kwam en dat het huidige zal vervangen, steekt zeer gunstig af in vergelijking tot belastingverdragen die de Verenigde Staten met andere landen zijn overeengekomen. Tot die conclusie komen de fiscalisten Gudo Doeve en Paul de Haan die vorige week een boek hebben gepubliceerd dat een uitleg geeft aan het verdrag. “De Nederlandse onderhandelingsdelegatie heeft waarschijnlijk het maximaal haalbare gerealiseerd”, concluderen de fiscalisten. De fiscaal woordvoerders van CDA, PvdA, VVD en D66 kwamen begin oktober tot dezelfde conclusie toen het verdrag door de Tweede Kamer werd goedgekeurd.

Hoe is het mogelijk dat een relatief klein land als Nederland het 'beste' belastingverdrag met de VS kan binnenslepen? Nederland is een trouw bondgenoot en koningin Beatrix wordt in Amerika op handen gedragen. Dat zijn factoren die volgens Financiën weliswaar niet zijn te meten, maar die een onmiskenmbaar “belangrijke rol” hebben gespeeld. Politici en ondernemers die de onderhandelingen intensief hebben gevolgd, zijn eveneens unaniem van mening dat de Nederlandse delegatie twaalf jaar zeer gedegen en diplomatiek heeft onderhandeld.

Financiën heeft tijdens de onderhandelingen zogeheten klankbord-gesprekken gevoerd met mensen die veel met het belastingverdrag hebben te maken, zoals ondernemers, belastingadviseurs, de Amsterdamse beurs en De Nederlandsche Bank. De vier grote multinationals zijn zeer intensief bij de onderhandelingen betrokken geweest. In het zogeheten ABUP-overleg bespreken Akzo, de Bataafsche Petroleum Maatschappij (lees: Shell), Unilever en Philips regelmatig het financieel-economisch beleid met de top van financiën. Het belastingverdrag met de VS stond de laatste jaren steeds hoog op de agenda.

Gemiddeld twee keer per jaar ontmoette de Nederlandse delegatie de Amerikaanse. Na de onderhandelingen werden de multinationals op de hoogte gebracht van de gemaakte vorderingen en de nieuwe complicaties. “De multi's waren veel beter op de hoogte van het verloop van de onderhandelingen dan de Kamer”, mokt een afgevaardigde. “Maar - eerlijk gezegd - hun fiscalisten weten ook waar ze over praten; zo'n verdrag gaat ons boven de pet.”

Pag.16: Verdrag maakt einde aan 'Nederland-holdingland'

De onderhandelingen over een nieuw belastingverdrag met Washington was een kwestie van spitsroeden lopen. Den Haag had geen haast want het had geen behoefte aan wijziging van het bestaande verdrag. Die behoefte bestond wel bij Washington: sinds de jaren tachtig zijn de VS bezig met een 'heksenjacht' om oneigenlijk gebruik respectievelijk misbruik van belastingverdragen te voorkomen.

De Nederlandse delegatie, onder leiding van de voormalige topambtenaar van financiën Anton Schoemaker, paste volgens de Amerikanen de tactiek van de 'verschroeide aarde' toe. Zoals “terugtrekken om dossiers te bestuderen, terwijl de Nederlandse dossierkennis al fenomenaal was”, zo zei Mary Bennett, aan het eind van de jaren tachtig leider van de Amerikaanse onderhandelingsdelegatie, begin dit jaar op een congres van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen. Volgens de Nederlandse delegatie pasten de Amerikanen dezelfde tactiek toe, maar veelal uit nood geboren, want de Amerikaanse dossierkennis liet volgens hen te wensen over. Dat werd onder meer veroorzaakt doordat de Amerikaanse delegatie steeds van samenstelling wisselde. 'Schoemaker versleet vier Amerikanen', schertst men op Financiën.

De Amerikanen begonnen de onderhandelingen met zeer vergaande eisen. In het begin van de jaren tachtig hebben de Amerikanen bij voorbeeld voorstellen gedaan waarbij de voorwaarden ter voorkoming van dubbele heffing zo 'eng' waren geformuleerd dat Philips en KLM geen aanspraak zouden kunnen maken op toepassing van het verdrag omdat hun aandelen voor een groot deel in buitenlandse handen zijn. 'Onaanvaardbaar' luidde het oordeel van de Nederlandse onderhandelaars.

In twaalf jaar tijd zijn de standpunten van beide partijen langzaam naar elkaar gegroeid. Aan het einde van de regeerperiode van president-Bush kregen de Nederlandse onderhandelaars haast. Op een aantal punten gaven ze liever toe aan de onderhandelaars van George Bush dan zich over te leveren aan zijn opvolger Bill Clinton. Bevreesd dat Clinton het bereikte onderhandelingsresultaat zou openbreken, besloten ook Tweede en Eerste Kamer tot een spoedbehandeling van het verdrag. Het parlement werd daarbij niet gehinderd door het feit dat waarschijnlijk niet één volksvertegenwoordiger de volledige draagwijdte van de ingewikkelde verdragsbepalingen doorziet. De Raad van State, het wettelijk adviescollege dat doorgaans zeer behoudend omspringt met adjectieven, typeerde het verdrag als 'zeer complex'.

Een voorbeeld: “Hoe gaat het wanneer een Nederlandse vennootschap een dividend betaalt aan een Amerikaanse Sub-chapter S Corporation?” vroeg Tom Vreugdenhil, fiscaal-woordvoerder van de CDA-fractie, aan staatssecretaris Marius van Amelsvoort (financiën) begin oktober bij de behandeling van het verdrag in de Tweede Kamer. “Pardon?” riposteerde Van Amelsvoort. Zijn partijgenoot toonde clementie: “Uw ambtenaren weten vast waar het over gaat.”

Vreugdenhil wilde van de behandeling van het verdrag geen “quiz met allerlei prijzen” maken maar typeerde zijn vraag als “een aardige denktraining” voor het ambtelijk apparaat. Vreugdenhils interventie is kenmerkend voor de parlementaire behandeling van het verdrag: zowel de Tweede als de Eerste Kamer kunnen de overeenkomst alleen maar in zijn geheel aannemen of verwerpen. Zij kan niet worden geamendeerd.

Het nieuwe belastingverdrag vervangt de overeenkomst van 1948 die in 1965 is gewijzigd. Sinds die tijd maken de Amerikaanse fiscale autoriteiten zich druk om het zogeheten treaty shopping; buitenlandse ondernemingen gebruiken Nederland als 'springplank' voor hun investeringen in de VS. “In de praktijk hadden we door het verdrag met Nederland een verdrag met de hele wereld”, zei Philip Morrison, de leider van de Amerikaanse delegatie in de eindfase van de onderhandelingen. Het 'verdraglek' met Nederland frustreerde de onderhandelingen met andere landen. “Landen uit het Midden-Oosten hadden bij voorbeeld geen enkel belang om een belastingverdrag met de Verenigde Staten te sluiten”, meent Bennett. Vele olie-miljarden zijn via Nederland in de VS geïnvesteerd. Saoedi-Arabië heeft bij voorbeeld geen belastingverdrag met de VS en zou op Amerikaanse winsten een belasting van dertig procent moeten betalen. Door het geld via Nederland te sluizen komen de oliesjeiks in aanmerking voor een verlaagd tarief van vijf procent.

Deze gang van zaken is een doorn in het oog van veel Amerikanen die willen dat buitenlanders meer afdragen aan de Amerikaanse schatkist. In zijn verkiezingscampagne speelde Clinton in op deze gevoelens. Hij beloofde de kiezers dat buitenlandse ondernemingen onder zijn bewind in totaal een bedrag van 45 miljard dollar (fair share) meer aan belastingen zouden moeten gaan betalen. Door het fenomeen van de 'brievenbusmaatschappij' kreeg Nederland in de Amerikaanse publieke opinie de reputatie van een fiscaal Sodom en Gomorra. Buitenlandse bedrijven die helemaal niets met Nederland hebben te maken, weten via een koperen bordje dat op een Amsterdamse gevel is geschroefd, de Amerikaanse fiscus - op volstrekt legale wijze - te omzeilen. Nederland is een nuttige schakel bij wereldwijde operaties die zijn gericht op belastingbesparing.

Een voorbeeld: als een in Nederland gevestigde vennootschap ten minste vijf procent bezit van de aandelen in binnen- en buitenlandse werkmaatschappijen, blijven de van die dochters ontvangen dividenden en winsten bij de Nederlandse moedermaatschappij onbelast. Door deze zogeheten deelnemingsvrijstelling is Nederland erg geschikt om er een holding te vestigen, die de winsten van een aantal buitenlandse werkmaatschappijen belastingvrij 'verzamelt'.

Over de zogeheten bijzondere financiële instellingen (BFI's) was tot voor kort weinig bekend. Maar in het eerste kwartaalbericht van De Nederlandsche Bank van dit jaar wordt een tipje van de sluier opgelicht. De centrale bank definieert een BFI als een in Nederland gevestigde onderneming “waarvan de aandelen direct of indirect in handen zijn van niet-ingezetenen en die zich in hoofdzaak bezighouden met concernfinanciering.” Kenmerkend voor de BFI's is dat ze hun financiële middelen vrijwel volledig buiten Nederland opnemen en deze ook weer geheel buiten Nederland uitzetten.

De transacties zijn bekend bij De Nederlandsche Bank. Uit deze statistieken blijkt dat in 1991 bijna zevenduizend BFI's in Nederland waren gevestigd. In de jaren tachtig sloten zij gemiddeld voor 68 miljard gulden per jaar aan transacties met het buitenland af. Voor ongeveer 17 miljard gulden ging het om betalingen van rente, dividenden en royalty's; buitenlandse belastingdiensten liepen hierdoor een bedrag van ruim 4 miljard gulden mis. Het resterende deel met een waarde van gemiddeld 51 miljard gulden, betrof directe investeringen, effectenverkeer en leningen buiten concernverband.

De Nederlandse economie profiteert in verschillende opzichten van de hand- en spandiensten die aan internationale belastingontwijkers worden verleend. De directe bijdrage van BFI's aan de Nederlandse economie bestaat volgens De Nederlandsche Bank uit enige duizenden hoogwaardige arbeidsplaatsen voor accountants, fiscale en juridische advseurs. De BFI's dragen circa een half miljard gulden af aan de schatkist in de vorm van vennootschaps-, kapitaal- en dividendbelasting. Dergelijke informatie is koren op de molen van landen die vinden dat Nederland een tax-haven (belastingparadijs) is; want het zijn de eerste harde cijfers over de rol van Nederland als intermediair in het internationaal circuit van belastingontwijkers.

Met het belastingverdrag is de rol van de de brievenbusmaatschappijen in Nederland echter uitgespeeld. “We kiezen voor rokende schoorstenen in plaats van brievenbusmaatschappijen”, zei topambtenaar Dirk Witteveen van financiën deze zomer in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. De opvolger van Schoemaker kondigde toen ook aan dat de belastingparadijzen zouden worden aangepakt. Dit proces is door het verdrag versneld, erkende Witteveen. “We hebben afgesproken dat we kritisch naar de tax-havens gaan kijken.” De deelnemingsvrijstelling wil Financiën niet meer laten gelden voor bedrijven die zijn gevestigd in een belastingparadijs. Wanneer de belastingdruk op de winst onder de vijftien procent ligt, is er volgens Financiën sprake van een belastingparadijs.

Volgens Ad Timmermans, fiscaal specialist van het VNO, blijkt uit het recent afgesloten protocol bij het belastingverdrag niet dat Nederland de deelnemingsvrijstelling moet aanscherpen. Staatssecretaris Van Amelsvoort zei onlangs dat hij de vrijstelling toch wil beperken. Alle fiscaal woordvoerders in de Tweede Kamer hebben afstand genomen van het idee van Van Amelsvoort omdat een dergelijke beperking de fiscale concurrentiepositie van Nederland bedreigt. Het ministerie van economische zaken vindt een versoepeling logischer in plaats van een beperking; in Duitsland zou de deelnemingsvrijstelling bij voorbeeld aantrekkelijker worden dan in Nederland. Verwacht wordt dat Van Amelsvoort, de maatschappelijke discussie gehoord, binnenkort zal meedelen dat hij zijn voornemen niet zal omzetten in een wetsontwerp.

Als gevolg van nieuwe belastingverdrag met de Verenigde Staten is de rol van Nederland als 'holdingland-bij-uitstek' uitgespeeld. Anderzijds zal de “inwerkingtreding van het nieuwe verdrag (1 januari 1994) voor vrijwel het hele Nederlandse bedrijfsleven geen ingrijpende wijzigingen met zich mee brengen ten opzicht van de bestaande situatie”, aldus Van Amelsvoort bij de behandeling van het verdrag in de Tweede Kamer. En: na een twaalfjarig bestand zal er dus geen fiscale oorlog tussen de VS en Nederland komen. Dat is het resultaat van een onderhandelingsproces dat een betrokkenene typeert als 'rekken en erbij blijven'.

    • Cees Banning