Nachtmerrie-scenario dreigt voor Turkije

De oorlog die de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) tegen de Turkse staat voert, breidt zich in snel tempo uit. Steeds meer wordt ook Europa het toneel van gewelddadige agitatie door de PKK. Zowel in Duitsland als in Frankrijk zijn de veiligheidsdiensten nu in het tegenoffensief gegaan om de marxistische, separatistische organisatie en met haar verbonden groeperingen, binnen de perken te houden. Het Franse ministerie van binnenlandse zaken somde eind vorige week zijn beschuldigingen tegen de PKK op in een catalogus van geweld: moorden, gijzelingen, voortdurende aanslagen op Turkse doelen, afpersing op grote schaal “begeleid door pressie van elke orde” om de oorlog in Koerdistan te financieren en het organiseren van clandestiene immigratiekanalen. In Duitsland komen daar nog de beschuldigingen van handel in verdovende middelen, eveneens om de oorlog te financieren, bij. Duitse en ook Zwitserse vertegenwoordigers op een bijeenkomst van de Raad van Europa in Athene zeiden vrijdag dat het PKK-activisme hun landen voor “zeer ernstige veiligheidsproblemen” stelt.

Het is niet mis, maar het is nog maar een flauwe afspiegeling van wat er zo langzamerhand in Turkije zelf aan de hand is. In een aanzienlijk deel van het land is het gewoon oorlog, en volgens het allerzwartste scenario wordt Turkije het nieuwe Joegoslavië: de oorlog in het zuidoosten tussen de PKK en het Turkse leger blijft escaleren, de PKK brengt de Turkse bevolking van West-Turkije met aanslagen in de steden tot razende vergelding tegen de miljoenen Koerden die daar leven (van de circa 12 miljoen Turkse Koerden woont ongeveer de helft in het westen van het land) en een burgeroorlog ontbrandt. Er is niet veel fantasie nodig om allerlei sombere mogelijkheden van verspreiding naar omliggende landen te bedenken.

Dit is een scenario waarover tegenwoordig in Turkije serieus wordt gesproken. Het is geen scenario voor morgen of overmorgen, en er zijn nog altijd optimisten die denken dat de stadsbevolking van plaatsen als Istanbul of Izmir te veel te verliezen heeft om zich tot de gewapende strijd te laten verlokken. Maar het is een teken aan de wand dat dergelijke zwarte speculaties niet meteen worden weggehoond.

Sinds de PKK in 1984 in het achtergestelde, overwegend Koerdische zuidoosten de strijd aanbond tegen de autoriteiten, zijn de vijandelijkheden gestaag verscherpt. Maar ondanks de ontegenzeggelijke gruweldaden aan beide zijden - getuige de met eentonige regelmaat gepubliceerde foto's van rijen lijken, voor de camera zorgvuldig gerangschikt van pathetisch klein tot groot - bleef de toestand voor de Turkse regering beheersbaar.

Het is moeilijk vast te stellen wat de situatie uit de hand heeft doen lopen, maar er zijn verscheidene factoren aan te wijzen die een bijdrage hebben geleverd. Een daarvan is ongetwijfeld het hardhandig neerslaan van de Koerdische opstand in Irak in 1991, dat paradoxaal genoeg via de omweg van de massale Koerdische vlucht naar de Turkse grens onder de druk van de televisiecamera's leidde tot een de facto onafhankelijke Koerdische staat in het noorden van Irak, gegarandeerd door het Westen. Hoe vaak ook Turkse en Iraakse Koerden het onderling oneens zijn, het staat wel vast dat het ontstaan van die eerste Koerdische 'staat' de PKK psychologische en ook wapensteun heeft opgeleverd.

Een andere factor was het afgelopen voorjaar de weigering van de Turkse regering op haar beurt een gebaar te maken in antwoord op het staakt-het-vuren dat eenzijdig door de PKK was afgekondigd. De noodtoestand met al zijn repressieve implicaties bleef van kracht, er kwamen geen beloften van hervormingen op politiek en cultureel gebied, het leger zette de contra-guerrilla voort, en uiteindelijk hervatte de PKK de strijd. En zo werd de lokale bevolking die zich zo opgelucht had getoond over haar adempauze, weer verder in de armen gedreven van de PKK als het eigene, het minste van twee kwaden. In dezelfde tijd stierf president Turgut Özal, die met zijn durf en visie - hij heeft de opheffing van het verbod op het spreken van de Koerdische taal geïnstigeerd - misschien een doorbraak had kunnen forceren.

Nu vallen dagelijks tientallen doden in het zuidoosten. De PKK heeft haar tijdelijke schroom om ook vrouwen en kinderen te vermoorden van zich afgezet en moordt hele plaatsen uit die niet klaar staan om haar te helpen. Het leger op zijn beurt ontruimt en verwoest op grote schaal dorpen omdat die de PKK wel eens steun zouden kunnen leveren. De mensenrechtengroep van het Britse parlement, die afgelopen oktober het gebied heeft bezocht, citeert wat dit betreft in haar net-uitgekomen rapport Tacitus: Ubi solitudinem faciunt, pacem appellant - Ze creëerden een leegte en ze noemen het vrede.

Bij militaire wraakacties voor PKK-hinderlagen vallen vele doden: zie de recente gebeurtenissen in Liçe, waar het leger in een orgie van geweld honderden woningen en winkels platbrandde en een onbekend aantal inwoners doodde. Eskaders des doods zijn actief tegen mensen die onder deze omstandigheden nog hun mening durven te uiten: in het kantoor van de linkse, pro-Koerdische krant Özgür Gündem in Istanbul - die zelf een sluitingsbevel boven het hoofd hangt - hangt een macabere portrettengalerij van zeven journalisten die de afgelopen anderhalf jaar zijn vermoord.

De militairen, die het feitelijk voor het zeggen hebben in het oorlogsgebied, zuigen steeds meer mankracht en geld aan voor een oorlog waarin ze altijd op het punt staan de PKK “met wortel en tak uit te roeien”. De conservatieve regering in Ankara, nu onder premier Tansu Çiller, heeft haar oorspronkelijke beloften van liberalisering ingeslikt en in plaats daarvan vorige week op aandringen van het leger verscherpte anti-terreurwetgeving doorgevoerd. De censuur is verhard, en niet alleen terroristen maar ook niet-gewelddadige medestanders worden nu geconfronteerd met zware straffen. Een Turkse advocaat verzuchtte vorige week dat hij op grond van de geamendeerde wet zelf kan worden gevangengezet als hij opposanten van de regering verdedigt.

Tegelijk hameren regering en de nationalistische massa-pers, die geheel met de autoriteiten in de pas loopt, erop dat het hele Koerdische probleem in feite niet zozeer een binnenlands probleem is - waarvoor Ankara zelf een oplossing moet vinden - als wel een vanuit het buitenland aangezwengelde kwestie. De buurlanden worden natuurlijk beschuldigd: Syrië, Iran, Armenië, waarmee al uiteenlopende veten bestaan, en de Iraakse Koerden. Syrië is zojuist weer voor de laatste maal gewaarschuwd, waarbij de massakranten speculeerden over militaire actie: op Syrisch grondgebied of op doelen in de door Syrië gecontroleerde Libanese Beka'a-vallei. Nu de Iraakse Koerden in Ankara uit de gratie raken, worden de relaties met Bagdad aangehaald, dat zelf niets liever zou doen dan in samenwerking met de Turken de eigen Koerden weer onder de duim te krijgen. Maar ook wordt voortdurend verwezen naar samenzweringen door Duitsland en de Verenigde Staten, die de PKK zouden gebruiken om Turkije te destabiliseren en zelf vaste greep op de regio te krijgen.

En zo glijdt de toestand af, zonder dat de regering die ontwikkeling kan of misschien wil stuiten, en komt dus dat nachtmerrie-scenario in beeld. Uit de bevolking komt nauwelijks tegendruk: integendeel, volgens een recente opiniepeiling is 68 procent van de bevolking juist voorstander van militaire actie tegen de Koerden.

Alleen in de hoek van de werkgevers, die de economische kosten van de oorlog berekenen - het hele zuidoosten economisch verlamd, een miljarden-dollarsstroom naar de oorlog die beter in de economie kan worden geïnvesteerd - begint zich openlijk verzet tegen de huidige koers af te tekenen. De militaire weg leidt nergens heen, geven prominente werkgevers sinds kort te kennen, en in plaats daarvan pleiten zij voor politieke actie door de regering: hervormingen, een dialoog met de Koerden.

Kan deze tegenbeweging haar zienswijze doordrukken tegen de wil van het leger? Sommige waarnemers menen dat ook hier en daar binnen de legertop wel wordt ingezien dat de oorlog niet te winnen is. Maar voorlopig vormen de militairen officieel naar buiten toe één front.

Opmerkelijk is dat dezer dagen juist een geheim plan van wijlen president Özal, in de vorm van een brief aan de toenmalige premier Demirel, voor een oplossing van de Koerdische kwestie is uitgelekt. Het is geen zachte oplossing: Özal bepleit de ontruiming van de bergdorpen in het gebied om de PKK haar logistieke steun te ontnemen. Wel dienen de bewoners goede banen in het westen van het land te krijgen. Ook is hij voorstander van harde offensieve actie tegen de PKK door een gereorganiseerde, speciale legereenheid. Aan de andere kant eist hij een vrije en onbevooroordeelde discussie van de Koerdische kwestie. “Het probleem zal niet kleiner worden als we het debat afkappen en de werkelijkheid verbergen, maar juist verergeren”.

Ook Özal zag de toestand indertijd (februari) zwart in. “Tenzij we een oplossing vinden, zullen we de kans verliezen om een grote, of zelfs een middelgrote staat te worden. We kunnen zelfs ernstig verzwakken.”

Premier Çiller, die tot dusverre nog geen enkele daadkracht heeft getoond, is zojuist herkozen als leider van de regerende Partij van het Juiste Pad. Misschien is dat voor haar het noodzakelijke duwtje in de rug om eindelijk zelf een oplossing voor de Koerdische kwestie te zoeken in plaats van het leger blindelings te volgen en zich te verschuilen achter buitenlandse-complottheorieën. Zo niet - dan gaat Turkije een onzekere toekomst tegemoet.

    • Carolien Roelants