Justitie ontwart criminele praktijken op de Antillen

WILLEMSTAD, 23 NOV. Met de arrestatie, vorige week, van Rosario Spadaro, een Italiaanse hotel- en onroerend goed-exploitant met grote belangen op Sint Maarten, heeft het openbaar ministerie van de Nederlandse Antillen nu de belangrijkste hoofdverdachten te pakken in het corruptieschandaal rond de uitbreiding van de luchthaven Prinses Juliana en de zeehaven van Sint Maarten.

Justitie lijkt niet alleen succes te boeken met het ontwarren van zwendelpraktijken die de overheid van Sint Maarten en mogelijk Nederland met een miljoenenschade kunnen opzadelen. Ook met het afkappen van banden tussen de Italiaanse mafia en verdachten van criminele activiteiten op enkele Antilliaanse eilanden wordt vooruitgang geboekt. Dat is van niet geringe betekenis in de strijd tegen de grote, internationale criminaliteit. Bij herhaling heeft minister Hirsch Ballin (koninkrijkszaken) zijn zorgen erover uitgesproken dat de Antillen in de greep dreigen te komen van internationaal opererende misdaadsyndicaten en van het “randgebied van de internationale economie”.

De Antillen zijn met hun lucht- en zeehavens aantrekkelijk voor de handel in en doorvoer van drugs, en de afgelopen jaren is gebleken dat ze ook zeer kwetsbaar zijn voor dubieuze financiële transacties. Sint Maarten, Aruba en Bonaire zijn al het slachtoffer geworden van financiële trucs van grote Italiaanse aannemers. Die streken grote bedragen aan door de overheid gegarandeerde leningen op, en vertrokken vervolgens met de noorderzon zonder hun bouwwerken af te maken, onder het mom van faillissementen.

Rosario (bijgenaamd 'Don') Spadaro, werd vorige week op verzoek van de Antilliaanse justitie voor Franse politiemensen aangehouden op zijn jacht, in de buurt van het Franse Caraïbische eiland Sint Bartholomeus. Spadaro, die wordt uitgeleverd aan Nederland (de Antillen) wordt net als de overige vier hoofdverdachten in de zaak-Sint Maarten verdacht van valsheid in geschrifte, oplichting, meineed en “deelname aan een organisatie die tot doel heeft misdrijven te plegen”. Hij is een goede relatie van hoofdverdachte Claude Wathey, de man die meer dan 40 jaar als politiek leider de dienst uitmaakte op Sint Maarten.

Hoofdofficier van justitie van de Antillen, mr. D.A. Piar en officier van justitie mr. E.D. Harderwijk verwachten dat de verdachten in het eerste kwartaal van volgend jaar voor de rechter komen. Dan is er een half jaar door het speciale team van rechercheurs en hulpofficieren van justitie Paros (Pro-actieve Research Sint Maarten) aan deze zaak gewerkt. Sinds de arrestaties, die in oktober begonnen, kan het 'Pro' eigenlijk wel worden geschrapt, zegt Harderwijk.

Enkele hoofdverdachten zijn vorige week na intensieve verhoren op Curaçao overgebracht naar de gevangenis Point Blanche op Sint Maarten. Volgens hoofdofficier Piar is “het enkele feit dat hun detentie voortduurt een behoorlijke indicatie” dat er voldoende bewijs is voor het aanspannen van strafzaken. Desgevraagd zegt Piar ook dat de verhoren geen enkele verandering hebben gebracht in de ernstige tenlastelegging tegen de verdachten.

In totaal zijn er op Sint Maarten vijftien verdachten verhoord, en er kunnen nog meer arrestaties volgen. Volgens Harderwijk is justitie klaar met de intensieve verhoren van de voormalige gezaghebber (burgemeester) van Sint Maarten Ralph Richardson, de directeur van de luchthaven Frank Arnell en Al Wathey, de zoon van Claude Wathey, die vorig jaar als voorzitter van de raad van commissarissen van de luchthaven werd ontslagen door het Eilandbestuur.

Claude Wathey, die wegens hartklachten in een ziekenhuis op Curaçao is opgenomen en daar wordt vastgehouden, wordt nog nader aan de tand gevoeld. Na het aflopen van de huidige detentietermijn van de eerste vier hoofdverdachten, eind december, kan deze volgens Harderwijk verlengd worden, maar het is nog niet zeker of het OM de rechter daarom zal verzoeken. “In principe wel, het zal vooral afhangen van de vraag hoe snel berechting kan plaatshebben”. Hoofdofficier Piar: “Maar dat mag de verdachte niet uit de krant vernemen.”

Redenen voor het voorarrest dat nu ook aan Don Spadaro is opgelegd, zijn het onderzoeksbelang (vooral de kans op beïnvloeding van getuigen) en “de geschokte rechtsorde”. De eerste reden is nu voor wat betreft Richardson, Arnell en Wathey jr. minder dringend geworden, al blijft ze wel aanwezig omdat nog een aantal andere getuigen gehoord moeten worden. De tweede reden, de geschokte rechtsorde, blijft “in principe bestaan”, aldus Harderwijk. Eerdere verzoeken van advocaten van de verdachten om schorsing van de detentie zijn door de rechter afgewezen, maar mocht een nieuwe verzoek wel worden gehonoreerd, dan kan de rechter de verdachten een reisverbod opleggen, een meldingsplicht en het storten van een waarborgsom, zodat ze direct voor justitie beschikbaar blijven, legt Harderwijk uit.

Don Spadaro speelde destijds een essentiële rol in het luchthaven- en haven schandaal. Hij bemiddelde tussen Sint Maarten en Italiaanse bankinstellingen voor het sluiten van een leningovereenkomst en voor het gunnen van de orders aan Italiaanse aannemers. Uit een transcript van een serie telefoongesprekken die in de loop van 1989 werden gevoerd tussen Spadaro en een Siciliaanse aannemer Graci, en die door de politie in Venetië zijn afgeluisterd in het kader van een onderzoek naar mafiapraktijken, blijkt dat Graci smeergeld heeft betaald aan Wathey en andere vrienden van Spadaro, om de orders op Sint Maarten binnen te slepen.

Officier van justitie Harderwijk wijst er echter op dat Graci nimmer veroordeeld is. Uit zijn woorden blijkt ook dat het aannemen van smeergeld door Wathey tot nu toe niet echt is bewezen. De telefoontaps zijn daarvoor kennelijk niet voldoende. Ook is niet bewezen dat een of meer van de vijf hoofdverdachten in de zaak van Sint Maarten met de mafia hebben samengewerkt. “Dat is niet zeker”, zegt Harderwijk. De tenlastelegging van “deelname aan een organisatie die tot doel heeft misdrijven te plegen” tegen de vier verdachten hoeft niet op de mafia te slaan, want volgens Harderwijk is dat een “vrij ruime omschrijving” die in Nederland “als kapstok wordt gebruikt voor een groepering mensen die bijvoorbeeld samen in drugs handelen, of als men om de tafel gaat zitten om criminele activiteiten te beramen. Dan heb je al zo'n organisatie.”

Volgens Harderwijk blijft het speciale onderzoeksteam Paros beschikbaar tot de strafzaken zijn voorbereid. Paros bestaat uit negen Antilliaanse rechercheurs, acht Nederlandse rechercheurs die tijdelijk werden benoemd tot buitengewoon agent van politie en vier Nederlandse hulpofficieren van justitie die tijdelijk zijn benoemd tot plaatsvervangende officieren van justitie. Harderwijk ontkent dat de Nederlandse hulpkrachten op aandrang van minister Hirsch Ballin zijn gezonden. “Hirsch Ballin heeft met dit team niks te maken, hij heeft alleen ingestemd met een desbetreffend verzoek van zijn Antilliaanse collega, mevrouw Römer, die dit verzoek deed op voorstel van de procureur-generaal van de Antillen.”

Voor het verhalen van de schade van het Sint Maartense corruptieschandaal (inclusief renteverplichtingen zeker 17 miljoen dollar) zijn enkele civiele procedures aangespannen door de nieuwe raad van commissarissen van de Luchthaven Prinses Juliana. Volgens Harderwijk heeft Justitie ook een 'theoretische mogelijkheid' om in de strafrechtelijke processen “wederrechtelijk verkregen voordelen” op de verdachten te verhalen door “strafrechtelijke onttrekking”.

Maar tot nu toe “is het zeer de vraag of bewijs kan worden geleverd dat de verdachten expliciet geldelijk voordeel hebben genoten”. “Dat staat niet in onze vordering. Die is niet aangepast.” Zo'n aanpassing zou ten aanzien van Claude Wathey nog wel mogelijk zijn als het “intensieve verhoor” van de voormalige 'ongekroonde koning' van Sint Maarten daar nieuwe aanwijzingen voor biedt, aldus de officier van justitie.

    • Theo Westerwoudt