Investeren in de Rijndelta

EEN FLINTERDUN PARTJE geeft het aandeel van de investeringen op de rijksbegroting weer. Voor 1994 is anderhalf procent van de rijksuitgaven bestemd voor investeringen, vergeleken met meer dan de helft van de uitgaven voor alle vormen van inkomensoverdrachten. Investeringen in de infrastructuur zijn sinds 1970 (6,5 procent van de begroting) dramatisch gedaald en bereikten met de bezuinigingen van de jaren tachtig hun dieptepunt. Het kabinet-Lubbers/Kok is begonnen die kortzichtigheid te corrigeren met het Fonds voor Economische Structuurversterking (FES) van acht miljard gulden voor vijf jaar. Maar het gaat traag en het geld voor het FES komt uit de opbrengsten van de PTT-privatisering en extra aardgas-opbrengsten, niet uit verschuivingen in de uitgaven. Dat is verjubeling van staatsbezit met een ander woord.

In de Tweede Kamer wreekt zich de parlementaire specialisatie als het om investeringen gaat. Het kabinet wil dat de Betuwelijn hooguit honderden miljoenen duurder uitvalt dan de geraamde 6,4 miljard gulden, met een oog op de kiezers willen de Kamerleden van PvdA en CDA een miljard meer voor bestrijding van overlast, de oppositie bepleit miljarden extra. Een beetje meer Betuwelijn en een beetje minder elders voor een weg of een brug. Geen van de parlementariërs heeft voorgesteld om de investeringen te verhogen ten koste van de stroom overdrachtsuitgaven. Meer Betuwelijn en minder gesubsidieerde trein- en buskaartjes, bijvoorbeeld.

DE BETUWELIJN is geen direct belang van de Nederlandse Spoorwegen, maar van de haven van Rotterdam. Het debat over de Betuwelijn gaat dan ook over de toekomstige plaats van de Rijndelta in Noordwest-Europa. In de fusieplannen van de KLM met Swissair, Austrian en SAS die afgelopen weekeinde mislukten, speelden de belangen van Schiphol als transatlantische toegangspoort van Europa een belangrijke rol. Bij de Rotterdamse haven gaat het om de bereikbaarheid van het achterland dat zich steeds verder naar het oosten en zuiden uitstrekt. De aanleg van de Betuwelijn, boven of deels onder het maaiveld, is uitdrukking van vertrouwen in de toekomst.

De belangen van de omwonenden tellen daarbij zwaar en moeten waar mogelijk worden gehonoreerd. Met het oog op het landschap en de bewoners ontstaat in de Kamer sympathie voor het aanbod van een Japanse aannemer om een tunnel onder Nederland aan te leggen van Rotterdam naar de grens. Dat is wellicht een technologische vondst, maar de handelspolitieke dimensies hiervan zijn niet doordacht. Het zou de Japanse concurrentie op de Europese bouwmarkt binnenhalen.

Japan is een zeer gesloten markt wat aanbestedingen van openbare werken betreft. In het geval dat de Japanners serieus in aanmerking komen voor een tunnelcontract, zal Japan daar concessies op het gebied van buitenlandse orders in de bouw tegenover moeten stellen. De Verenigde Staten is het de afgelopen jaren niet gelukt die markt open te breken en het valt te vrezen dat Nederland daartoe evenmin in staat is. Dichter bij huis, over verschuivingen op de begroting van consumptie naar investeringen, heeft het parlement meer machtsmiddelen tot zijn beschikking.