Euthanasie-advertentie verdraait feiten

De afgelopen week plaatste het Nederlands Artsen Verbond op grote schaal een drietal advertenties met in de kop steeds opvallend het woord Euthanasie en daaronder een afbeelding van een injectiespuit. De advertenties beogen via een presentatie van hele en halve onwaarheden onrust te veroorzaken over het gedrag van Nederlandse artsen. Aangezien twee van de drie advertenties zich daarbij beroepen op onderzoek dat wij voor de commissie Remmelink hebben verricht, willen wij een paar zaken rechtzetten.

De eerste advertentie luidde: 'Moet euthanasie mogen? Ook zonder uw toestemming?' Kern is de bewering dat euthanasie zes van de tien keer gebeurt zonder dat de patiënt daarom vraagt.

Dit is strijdig met de feiten. Euthanasie, het levensbeëindigend handelen op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt, gebeurt bij 1,8 procent van alle sterfgevallen in Nederland. Daarnaast vindt in 0.8 procent van alle sterfgevallen levensbeëindiging plaats zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt. Bij deze laatste groep gaat het om zeer ernstig zieke patiënten die hevig lijden, bijvoorbeeld door pijn en benauwdheid, die bijna allemaal stervende zijn en niet in staat hun wil kenbaar te maken. Zowel de getallen als de beschrijving van het NAV zijn bezijden de waarheid.

De titel van de derde advertentie was: 'Euthanasie: de kans is groot dat u deze feiten niet kent'. Die kans is inderdaad groot, want het gaat niet om feiten, maar om een onverantwoorde herschikking en herformulering van onze onderzoeksresulaten. De resultaten van drie verschillende deelonderzoeken worden op tendentieuze wijze vermengd en zeer vrij vertaald. Zo wordt het “niet instellen of staken van een behandeling” gepresenteerd als “staken behandeling zonder verzoek” en het begrip “bespoedigen van het levenseinde” wordt vertaald als “doden”. Een situatie waarin een arts in zorgvuldig overleg met collega's en met de naasten van een ernstig zieke demente patiënt met een longontsteking besluit geen antibiotica te geven om het lijden niet verder zinloos te rekken, kan in ons onderzoek worden aangetroffen onder het hoofdje “het niet instellen van een behandeling, mede met het doel het levenseinde te bespoedigen”. Door het NAV wordt dit nu afgeschilderd als een dubieuze praktijk in plaats van als humane geneeskunde. Ook een situatie waarin een patiënt met uitgezaaide kanker die er voor kiest niet nog een laatste kans te wagen met chemotherapie omdat hij het naderend levenseinde volledig kan aanvaarden, wordt, wanneer deze beslissing door de arts wordt gesteund, als dubieus medisch handelen afgeschilderd.

Het is inmiddels twee jaar geleden dat ons onderzoek voor de commissie Remmelink openbaar werd gemaakt. Het NAV heeft dus alle tijd gehad om het rapport zorgvuldig te lezen. Het gedrag van het Verbond, waarvan de leden voornamelijk van confessionele huize zijn, geeft blijk van buitengewoon weinig respect voor de waarheid.

Overigens bevat ook de tweede advertentie een belangrijke verdraaiing van de waarheid. Daarin wordt gevraagd “kunt u zich voorstellen dat steeds meer mensen zich onveilig gaan voelen in het ziekenhuis?” Dit verwijst ongetwijfeld naar een 'onderzoek' dat in juni 1993 veel aandacht kreeg in de Nederlandse dagbladen. De strekking van het bericht dat door de Protestants Christelijke Ouderenbond (PCOB) de wereld in werd gebracht was dat “opvallend veel ouderen bang zijn dat ze bij ziekenhuisopname het slachtoffer worden van onvrijwilige toepassing van euthanasie”. Dit was gebaseerd op gegevens uit interviews, grotendeels onder leden van de PCOB, waarin geen enkele vraag over euthanasie was gesteld. Twee procent van alle geïnterviewden noemde spontaan het onderwerp euthanasie. Een deel ervan maakte een opmerking over onvrijwillige toepassing van euthanasie, anderen gaven aan dat ze onnodige verlenging van het leven afwezen. Geen van deze personen had gezegd dat hij of zij bang was dat de eigen arts tegen de eigen wil euthanasie zou toepassen.

Het NAV dat tot op heden in de euthanasiediscussie altijd met alle egards is behandeld, heeft zich met deze schandelijke campagne gediskwalificeerd als gesprekspartner.

    • J.M. van Delden
    • L. Pijnenborg
    • P.J. van der Maas