Europa's zorgenkind krijgt harde klappen

Binnen de grenzen van de Europese Unie is waarschijnlijk geen land zo pro-EU als Portugal. In een enquête die begin deze maand in Portugal werd gepubliceerd verklaarde het grootste deel van de ondervraagden zich een warm voorstander van een gemeenschappelijke regering op EU-niveau, zelfs zonder duidelijk te weten wat een en ander voor staatsrechtelijke gevolgen zou hebben. Maar de wijsheid dat wiens brood men eet, diens woord men spreekt, behoeft in het geval van Portugal weinig toelichting. Het land ontving in de vier jaar sinds zijn toetreding tot de gemeenschap in 1986 bijna 3 miljard ecu aan EG-steun. Daar komt de komende zes jaar nog eens 18 miljard ecu bovenop.

De verbeteringen in de infrastructuur die het land de afgelopen jaren met behulp van de EG-subsidies heeft ondergaan zijn dan ook spectaculair te noemen. Wegen werden in rap tempo vernieuwd, vliegvelden en havens verbeterd.

Niettemin voelt ook Portugal inmiddels de gevolgen van de terugval in Europa. Voor een land dat voor groot deel van zijn inkomsten afhankelijk is van de export komen de klappen hard aan. De groei van het nationaal produkt, in 1989 nog in de voorste linies met 5,4 procent, viel vorig jaar terug tot een mager procentje, terwijl voor dit jaar een negatieve groei wordt voorzien.

Met de werkloosheid is het niet beter gesteld. Na een spectaculaire daling liepen de werkloosheidcijfers het afgelopen jaar weer met 35 procent op. En hoewel een officieel werkloosheidspercentage van 5,6 procent nog altijd minder dan helft van het aantal werklozen betekent in de meeste andere lidstaten, is de twijfel binnengeslopen in het Europese hart van de Portugezen.

De keerzijde van de EU-medaille dient zich immers aan in de vorm van de harde concurrentie binnen de gemeenschappelijke markt. En ondanks de relatief lage lonen pakt deze niet altijd gunstig uit. Vooral op het terrein van de landbouw en veeteelt komen de klappen hard aan. Dit jaar is de overgangssituatie bij de toetreding tot de EU afgerond en zijn de prijssubsidies op vlees en graan afgeschaft, evenals de importrestricties op deze produkten. Voorzien wordt dat de agrarische sector, nu nog goed voor 12 procent van de werkgelegenheid, de komende jaren drastisch gesaneerd zal worden en de eerste vrachtwagens met varkensvlees zijn al het slachtoffer geworden van woedende boeren.

Daar komt nog eens bij dat een aantal industrietakken waar de buitenlandse investeerders de afgelopen jaren gretig bereid waren geld in te stoppen, het langzaam maar zeker moeten afleggen tegen de concurrentie uit een andere hoek. De schoen- en textielindustrie bijvoorbeeld verdwijnen meer en meer naar lage-lonenlanden buiten de EU. Want het handhaven van de sterke escudo en de hoge inflatie hebben de export er de afgelopen jaren niet goedkoper op gemaakt.

De conservatieve regering van premier Cavaco Silva kondigde vorige week dan ook een uitgebreid pakket maatregelen aan die de dreigende golf van werkloosheid moet opvangen. De regering trekt volgend jaar 550 miljoen gulden uit voor een groot aantal projecten, die er op gericht zijn om de economie meer te diversificeren en bedrijven aan te moedigen oudere werknemers in dienst te nemen.

De meningen over de uiteindelijke doelmatigheid van het hulppakket zijn verdeeld. Te meer daar de regering er niet in geslaagd is om met de vakbonden tot overeenstemming te komen op het gebied van een aantal loonrestricties, hetgeen de inflatie vooralsnog niet doet afnemen. Daar komt nog bij dat de overheidsfinanciën vorige maand een stevige tegenvaller moesten incasseren. Hogere uitgaven aan onder meer sociale uitkeringen doen het tekort stijgen tot acht procent van het nationaal inkomen, bijna een verdubbeling ten opzichte van de oorspronkelijke verwachtingen voor dit jaar.

Ondanks de economische en sociale revolutie die Portugal de laatste jaren heeft ondergaan blijft het land vooralsnog een zorgenkindje van Europa. Nog altijd is dertien procent van de bevolking analfabeet en volgt maar een op de tien schoolkinderen meer dan een basisopleiding. Nog altijd heeft een derde van de huishoudens geen stromend water. De Europese hulp lijkt dan ook onontbeerlijk. Maar EU-commissaris Jaoa de Deus Pinheiro heeft al gewaarschuwd dat de omvangrijke hulpprogramma's op langere termijn geen uitkomst bieden. Een grondige modernisering van de industrie en een ingrijpende diversificatie moeten het land uiteindelijk op eigen kracht verder helpen, aldus Pinheiro.

    • Steven Adolf