EU doet nog maar een poging in Bosnië; Daadkracht heeft vele gezichten

LUXEMBURG, 23 NOV. De Europese Unie onderneemt een nieuwe, licht vertwijfelde poging om vrede in ex-Joegoslavië te brengen. Komende maandag begint in Genève de zoveelste politieke confrontatie tussen Europa en de partijen in de Bosnische oorlog. Deze week wordt druk met de VS en Rusland overlegd over de nieuwe strategie. Begin volgend jaar zou er dan een definitieve vredesregeling moeten zijn.

In de tussentijd zegt de Europese Unie humanitaire hulp desnoods met militair geweld bij de bevolking te zullen bezorgen. De Bosnische Serviërs wordt een 'geleidelijke schorsing' van de sancties voorgehouden. Als zij de moslims territoriale concessies doen, zal er een eind kunnen komen aan de boycot van Servië. Ook moeten de Serviërs jegens de Kroaten concessies doen. Van de Bosnische moslims wordt een 'constructieve houding' verwacht, wat wil zeggen: aanvaarding van de concessies en ondertekening van een akkoord.

Dat is in het kort de uitkomst van het extra overleg, gisteren in Luxemburg van de ministers van de Europese Unie. In Genève moet ook duidelijk worden wat Europa zèlf over heeft voor vrede in Bosnië. Er zijn voor de uitvoering van een vredesakkoord zo'n 4000 extra manschappen nodig voor de VN-troepenmacht.

In menig opzicht wordt Genève het overleg van de laatste kans. Europa heeft weinig opties over. Twee jaar sancties tegen Servië en Montenegro hebben geen noemenswaardig resultaat opgeleverd. Nu maakt de Europese Unie dan rechtsomkeert; in plaats van met straf wordt het met beloning geprobeerd. Als Servië een klein beetje goede wil toont zou de Veiligheidsraad kunnen besluiten de sancties te verzachten, zo is het Europese plan nu. Voor die benadering is de steun van de VS en Rusland nodig, die dan ook als waarnemers naar Genève zijn uitgenodigd.

Aan de impasse rond de hulptransporten moet ook dringend een einde komen. Tegelijk wil Europa iets van zijn militaire geloofwaardigheid redden. In juni werd tijdens de NAVO-top in Athene al gedreigd de VN-troepen met vliegtuigen te hulp te komen, mocht daarom gevraagd worden. Sindsdien herhalen Europese ministerraden de belofte dat humanitaire hulp met 'alle gepaste middelen' zal worden doorgezet. Maar daar is in de praktijk tot nu toe niets van terechtgekomen. De VN-konvooien worden onverminderd vertraagd, gesaboteerd, bestolen, beschoten en soms vernietigd. Europa heeft het tot nu toe laten gebeuren, bang in een oorlog à la Vietnam weg te zinken en onzeker over de eigen rol als nieuwe politieke macht op het Europese continent.

Maar sinds de Europese Unie op 1 november officieel begon, heeft zich zowaar een lichte dynamiek ontwikkeld. Frankrijk en Duitsland namen het voortouw en het eerste 'gezamenlijke initiatief' in het buitenlands beleid van de Unie kreeg vorm. De ministers gebruikten gisteren in Luxemburg de hardste taal tot nu toe. Ze zeggen nu voor het eerst op wie de NAVO-troepen, “de luchtmacht inbegrepen”, zullen gaan schieten. En wel op “ongecontroleerde elementen” van de strijdende partijen. De tijd van het attentisme, het aarzelen, is volgens de Franse minister Juppé nu voorgoed voorbij. Deze bravoure lijkt vooral te worden geput uit een akkoord voor veilige hulproutes dat de VN vorige week al in Genève bereikte met de strijdende partijen. De Europese Unie wil dat komende maandag de militaire commandanten expliciet beloven deze wapenstilstand te handhaven. Zo niet, dan acht de Unie zich gerechtigd de hulp met geweld door te zetten. Tegen die 'ongecontroleerde' elementen dus. Het lijkt een academisch onderscheid, maar volgens een ervaren Europese diplomaat is “de Rubicon nu overgestoken. Dit is in ieder geval de hardste diplomatieke taal over militair ingrijpen tot nu toe”.

Of de VN-commandanten in het veld de bijbehorende risico's straks ook willen nemen, blijft voor iedereen de vraag. VN-commandant Jean Cot beval gisteren aan vooral te blijven onderhandelen over doorgang van de konvooien met de 'krijgsheren' die de wegblokkades bemannen. “Alleen tegen ongecontroleerde individuen kan met geweld worden opgetreden”, aldus de Britse minister Hurd, die zoals altijd de grootste terughoudendheid voor militair ingrijpen toonde. In diens delegatie viel te vernemen dat de geplande 'luchtaanvallen' neer zullen komen op intimiderend laag-vliegen met straaljagers. De nieuwe Europese daadkracht heeft nog steeds vele gezichten.

Algemeen heerste in Luxemburg wel het gevoel dat alle partijen nu de oorlog beu zijn. Niet alleen de strijders in Bosnië, maar ook de vergaderaars in Europa. Van de mooie principes van de Londense vredesconferentie uit 1992 is niets terechtgekomen: agressie, etnische zuivering, gebiedsverovering, het mocht allemaal niet beloond worden. Nu, twee jaar, vele wapenstilstanden en twee mislukte vredesplannen later, lijken deze pretenties ingeslikt. De eerste prioriteit voor de Unie is nu om het aantal burgerslachtoffers te beperken met humanitaire hulp. De tweede prioriteit is een vredesregeling, het geeft niet hoe of wat, als de oorlog maar ophoudt.

De liefde voor moslim-leider Izetbegovic en de zijnen is intussen duidelijk bekoeld. EU-onderhandelaar Owen scheert in zijn uitspraken steeds vaker de drie strijdende partijen over één kam als 'lieden die het vechten niet kunnen laten'. Die frustratie komt voort uit het laatste akkoord dat de moslims verwierpen omdat ze 3 tot 4 procent meer land van de Serviërs terug wilden dan Owen had losgekregen.

Het is dan ook niet uitgesloten dat deze vredesronde eindigt zoals alle andere. Na een paar maanden onderhandelen een bijna-akkoord, dat dan door een van de partijen zal worden verworpen. Waarna in een lente- of zomeroffensief geprobeerd wordt om een beslissende overwinning te behalen. De Duitse minister Kinkel: “Het is heel goed mogelijk dat dit initiatief ook mislukt. Dan zitten we pas echt klem”.

    • Folkert Jensma