Eigenlijk nog een nachtje te vroeg

STEGGERDA, 23 NOV. De chocolademelk is op temperatuur. De thermometer daalt naarmate de rijders vermoeider raken. Ellen Foley klinkt helder, maar misplaatst. Het ijs kraakt vervaarlijk. Eigenlijk had de wedstrijd nog een nachtje moeten worden uitgesteld. Maar de schaatskoorts is niet te temmen in het Friese dorpje Steggerda. Al bijna honderd jaar organiseert de plaatselijke ijsclub 'Vooruitgang' schaatswedstrijden. Gisteravond stonden 24 korte-baanrijders aan de start.

De lichtinstallatie doet zijn werk, nu de maan zich schuil houdt achter de Friese wolken. Het zijn de oude Thialf-lampen, die na de overkapping in Heerenveen overbodig bleken. Achtduizend gulden in ruil voor acht lichtmasten. Het geld werd bijeengebracht door de wekelijkse bingo. 's Winters maar ook 's zomers, elke dinsdagavond. Alleen de kantine verdient een opknapbeurt. De ijsclub deelt haar onderkomen met de korfbal- en de tennisvereniging. Steggerda is sportgek, Friesland is sportgek.

Eigenlijk is het dorpje met zijn twaalfhonderd zielen niet echt Fries. Het ligt bij de grens met Overijssel, precies tussen Steenwijk en Wolvega. Arme grond, die de heren van Holland en Friesland ooit links lieten liggen. Zand vermengd met veen, de petgaten van Stellingwerf.

Marinus Roders is erelid van de plaatselijke ijsclub en trots op het schaatsfestijn. “Ik had nog een nachtje gewacht. Je moet actief wezen als organisatiecomité, maar je bent dan al gauw te actief, nietwaar?” Roders heeft bijna dertig jaar lang schaatswedstrijden georganiseerd. Een paar jaar geleden gaf hij het stokje over aan zijn zoon Klaas. Die staat nu met de startlijst in de hand bij de finish. Een maal let Roders junior niet goed op. Hij ziet niet wie er heeft gewonnen. De schaatsers moeten overrijden. Een kamprit noemen ze dat in Steggerda.

Het is niet druk op het ondergelopen weiland. Een man of vijftig rijden hun recratieve rondjes. Nijelamer had zondag de primeur. Andries Kramer won zondag, Andries Kramer won gisteren weer. Maar zijn faam blijft van lokale aard. De korte-baanschaatsers rijden in de schaduw van het marathon-peloton, die het qua populariteit op hun beurt weer afleggen tegen de helden van de langebaan.

Geert Kuiper heeft alle disciplines beoefend. Sprinter in de beginjaren tachtig, vervolgens drie jaar in het gilde der marathonrijders. Tijdens zijn schaatsloopbaan heeft Kuiper ook korte-baanwedstrijden gereden. De 33-jarige Fries schiet nog tekort in Steggerda. Mist hij de bochten, zijn specialisme? “Ja, ze zeiden wel eens dat ik de beste bochtenrijder ter wereld was. Maar ik ging toch mooi niet het hardst. Zo'n bocht rijden was alsof iemand je midden op de baan aan een lange lijn vasthield. Een heerlijk gevoel.” Geert Kuiper heeft een geldig excuus. Het schaatsen komt op het tweede plan, nu hij als voetballer furore maakt in het eerste van FC Wolvega. “Ik kon m'n schaatsen niet eens vinden vandaag”, meldt hij een collega die nieuwsgierig is naar zijn afwezigheid afgelopen zondag.

Kuiper praat al over vroeger, maar de echte verleden tijd heeft hij niet eens meegemaakt. De tijd dat een rijder op houtjes zijn tegenstander met heuse Noren een kunstje flikte. “Elkaar afmatten”, noemt Roders senior dat. “Je maakte net zo veel valse starts tot je concurrent op Noren uitgeput raakte. Nu kan dat niet meer, want na twee valse starts lig je eruit.”

De tijden zijn veranderd. Het korte-baanschaatsen is lang niet meer zo populair als vroeger. Toen er nog om grof geld werd gereden, zoals Jouke de Groot in de jaren twintig. Hij was de grootvader van Falko Zandstra. De Groot kon van zijn bijeen geschaatse premies een huis betalen.

Kleinzoon Falko is opgegroeid in de Thialf-hal. Sfeerbepalend tijdens de allround-toernooien, maar slecht voor de ontwikkeling van de kortebaan. De jeugd traint in de hal en legt zich bijna automatisch toe op het langere werk. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, ook in Steggerda. Henk Hoekstra en Niels Woudstra zijn 18 jaar. Vriend en vijand tegelijk. Zondag reed Niels harder dan Henk, gisteren hield de loting hen gescheiden. Ze rijden veel Supersprints in Thialf, maar schaatsen op natuurijs vinden ze net ietsje leuker.

Vader Fokke Hoekstra is trots op zijn zoon, nog trotser op zijn eigen prestaties. “Ik won in de winter van '62-'63 heel veel hoofdprijzen op de korte baan.” Het zou de winter worden van Reinier Paping. Een strenge winter ook, die op 28 november zijn eerste wedstrijd had. Zondag brak Nijelamer dat record, met zeven dagen verschil.

    • Jaap Bloembergen