Een dubbelmandaat leidt tot twee maal halfslachtigheid

De kandidaatstelling door de Partij van de Arbeid van mevrouw Hedy d'Ancona voor zowel de Tweede Kamer (plaats 3) als het Europees Parlement (nummer 1 op de lijst) heeft de discussie over het zogeheten dubbelmandaat opnieuw doen oplaaien.

Allereerst: het Tweede-Kamerlidmaatschap en het lidmaatschap van het Europees Parlement zijn beide - als men het goed wil doen - meer dan een full-time baan. Vooral het Europees Parlement moet het hebben van invloed (en noodgedwongen minder van macht). Invloed verwerft men voor een belangrijk deel door inzet en aanwezigheid, niet alleen voor de tribune in Straatsburg, maar ook bij het tijdrovende voorbereidende werk in commissies en achter de schermen. Mevrouw d'Ancona zal dus voor de keus komen te staan, maar hoe die keuze ook uitvalt, is dat waar de kiezer op zit te wachten?

Wanneer het gaat om het belang van 'aansprekende' politici in het Europees Parlement, dan moet dat los staan van het dubbelmandaat. Het is moeilijk vol te houden dat het lidmaatschap van de Tweede Kamer een politicus per definitie 'aansprekend' maakt. Evenmin is vol te houden dat er buiten de Tweede Kamer geen aansprekende politici zouden zijn. Het belang is er dus wel, maar heeft weinig te maken met het dubbelmandaat. Het zou dus stellig een goede zaak zijn wanneer mevrouw d'Ancona in het Europees Parlement zou terugkeren.

Het uitwisselen van ervaring is inderdaad een goede zaak: Tweede-Kamerleden die overstappen naar het Europees Parlement of Europarlementariërs die overstappen naar de Tweede Kamer. De argumenten die worden genoemd vóór zouden 'herkenbaarheid' zijn, en het belang van een goed contact tussen de volksvertegenwoordigers in Den Haag en in Brussel. Ook Rottenberg voert deze argumenten aan.

Een parlementslid met een mandaat in de Tweede Kamer en in het Europees Parlement vergroot wellicht haar herkenbaarheid, maar versterkt tegelijkertijd het effect waar nationaal juist zoveel bezwaar tegen bestaat, namelijk dat anoniem 'voetvolk' achter de brede rug van de leider het parlement binnenkomt en daar het gewone dagelijkse handwerk doet, terwijl de dubbelmandataris af en toe even komt 'invliegen' voor een belangrijk plenair debat in Straatsburg.

Als iedereen dat doet zou dat leiden tot grote irritaties in de fracties, en bovendien de tendensen versterken tot een renationalisatie van de Europese politiek. De Europese fracties zijn er om Europese politiek te maken en daar komen ze op die manier niet aan toe.

Het dubbelmandaat zou volgens Rottenberg de coördinatie tussen nationale en Europese PvdA-vertegenwoordigers bevorderen. Wij vrezen echter het tegendeel. Het zou de getto-vorming alleen maar versterken. Het gevaar bestaat dat de overige fractieleden in de Tweede Kamer geneigd zijn te zeggen: “Europa?, dat doet Hedy toch, daar hoef ik geen rekening mee te houden.” En andersom in het Europees Parlement: “Contact met de fractie in Den Haag?, dat doet Hedy, dus daar hoef ik me niet mee bezig te houden.”

De praktijkervaring die men in de socialistische fractie in het Europees Parlement met dubbelmandaten heeft opgedaan ondersteunt die vrees. Met het Franse systeem (dat dubbelmandaten toestaat) zijn slechte ervaringen opgedaan. Een 'grote naam' als Laurent Fabius, die een dubbelmandaat had, werd slechts zelden in Brussel of Straatsburg gesignaleerd. De Britse Labourpartij heeft als beleid dat de periode van een dubbelmandaat zo kort mogelijk moet worden gehouden.

Het vertrouwen van de burgers in het Europees Parlement, de belangstelling ervoor en de herkenbaarheid van de Europarlementariërs zullen toenemen als de overtuiging veld wint dat het Europees Parlement een volwaardig parlement moet worden. Daar moet de energie op worden gericht, waarmee niet uit het oog mag worden verloren dat het werk in het Europarlement en het werk in de Kamer (ook als het over Europa gaat) verschillende dingen zijn. De Tweede Kamer en het Europees Parlement zijn complementair: het Europees Parlement controleert de Europese Commissie, de Europese 'regering' en maakt samen met de Europese Raad een groot deel van de Europese wetgeving. De Tweede Kamer controleert de eigen nationale minister in de Raad.

Het gaat er niet om dat nationale parlementen via dubbelmandaten of anderszins vat krijgen op 'Brussel'. Het gaat erom dat iedere volksvertegenwoordiging haar werk volwaardig kan doen. Voor wat betreft het Europese werk is die volksvertegenwoordiging het Europees Parlement, rechtstreeks verkozen door de Europese kiezers. Dat werk, die volksvertegenwoordiging en die kiezers hebben er recht op dat de politieke partijen mensen afvaardigen die bereid zijn al hun energie daarin te steken, en die geen genoegen nemen met half werk.

    • Maxime Verhagen
    • Jan-Willem Bertens
    • het Cda
    • de Vvd