De tevreden schrijver

De Revisor 1993/3. Querido, 112 blz.ƒ17,50

Een opmerkelijk boeiend nummer van De Revisor, het vijfde van deze jaargang, bevat de ene na de andere mooie bijdrage. Een broeierig verhaal van Leon Gommers over een heel jonge galeislaaf. Een ander, volmaakt anders, ook over jongensgenietingen en -wreedheden, van Wessel te Gussinklo. Zeventien door J.P. Guépin gebloemleesde maangedichten - “Maar loer dan maar door vensters en de poort,/ je bastaardlicht mist toch voldoende kracht/ dat het van buiten ons geheim opspoort”. Er is veel poëzie, van Jan Kuijper, Jacobus Boender (acht gedichten op de Prinsenhof), Peter Ghyssaert en Chris Honingh met tien gedichten over de dichter als een vis: “zijn vinnen steken/ omhoog als waaiers en hij vervloekt het idiote,/ raadselachtige regime, waarin hij met zijn pijn/ moet leven. Dan slaat hij bij een dwarsstraat/ af zonder veel illusies, want hij heeft er geen”.

Twee kijkjes in de keuken: bij Francis Ponge en bij Cesare Pavese. Hein Aalders en Jan Kostwinder beoordelen Pavese's (gebrek aan) politieke overtuiging aan de hand van zijn 'geheime notitieboekje'. Piet Meeuse vertaalde dagboeknotities over de creatieve methode uit Ponge's Méthodes. Zoals deze sprankelende formulering van de schrijver: “Een mooi beeld daarentegen, een gedurfde, nieuwe en juiste voorstelling: daar ben ik trotser op dan wanneer ik een systeem op poten gezet zou hebben, of een mechanische uitvinding van de eerste orde had gedaan, een record zou hebben gebroken, een continent had ontdekt: het is alsof ik een nieuw metaal had ontdekt, sterker nog: ik heb het in het innerlijk van de mens ontdekt, en het is gesigneerd: ik ben het, het is het bewijs van mijn superioriteit over alles ter wereld (ik ben, uit ervaring, zeker van de bewondering van diegenen die op mij lijken): ik heb de menselijke geest laten genieten.”

Zo mooi werd de writer's kick toch zelden uitgedrukt.

    • Margot Engelen