De Centrale verhuist De Voorzorg en De Arbeid

'Der treurende steun, den strijder kracht'. Dat was het motto waaronder de Centrale Arbeiders- Verzekerings- en Depositobank opereerde. Twee figuren die de ingang van het oude hoofdkantoor in Den Haag flankeerden, moesten het motto verbeelden. Vorige week werden de beeldhouwwerken, De Voorzorg en De Arbeid, door slopers voorzichtig van de gevel gezaagd. De beelden worden gespaard, maar desondanks verdwijnt er deze weken een stuk tastbare geschiedenis van de Nederlandse sociaal-democratie onder de slopershamer. Het voormalige hoofdkantoor van De Centrale moet plaatsmaken voor een groot kantorencomplex. Donderdag valt op feestelijke wijze de 'eerste mokerslag', maar de echte sloop is al begonnen. Alleen de naam van het nieuwe gebouw - De Centrale - zal een verwijzing bevatten naar de illustere voorganger op deze plaats.

Jarenlang was De Centrale (in 1990 opgegaan in de Reaal-groep) de maecenas van de Rode Familie. In 1904 werd de levensverzekeringsmaatschappij opgericht met als nadrukkelijk doel, naast het verzekeren, de arbeidersklasse op economisch, politiek en cultureel gebied actief te ondersteunen. Een deel van de winst van de onderneming werd ter beschikking gesteld aan de sociaal-democratische arbeidersbeweging. Tot 1940 kwam dat neer op bijna 1,7 miljoen gulden aan giften en leningen.

In 1936 betrok De Centrale een nieuw hoofdkantoor aan de Rijnstraat 28. Kosten noch moeite waren gespaard om er een gebouw van te maken waar het prettig werken was. “Een aangename en de arbeid verlichtende omgeving” en “de grootst mogelijke rust bij de arbeid” waren eisen die de directie stelde aan het ontwerp van architect S. de Clercq. Een voor die tijd geavanceerd airconditioning-systeem zorgde zomer en winter voor een goede werktemperatuur. De ramen konden daardoor gesloten blijven, zodat de werknemers geen hinder ondervonden van het verkeerslawaai. Dubbele ramen en houten panelen tegen de wand moesten het geluid nog meer dempen.

De opening van het nieuwe kantoor viel midden in de crisistijd. Juist voor een ideologisch getinte verzekeringsmaatschappij als De Centrale was dat enigszins pijnlijk. Jacques van Gerwen schrijft in zijn eerder dit jaar verschenen studie over De Centrale dat men bij de opening daarom de nodige terughoudendheid in acht nam. Uiteindelijk besloot men aan de opening een speciale inzameling voor het Haagse Crisis Comité te koppelen.

Voor de aankleding van het gebouw deed De Clercq een beroep op verschillende kunstenaars. W.A. van der Walle verzorgde de gebrandschilderde ramen, C. Franzen-Heslenfeld maakte de beelden voor de hoofdingang. Met hun zware symboliek verbeeldden De Voorzorg en De Arbeid de dubbele doelstelling van de bank. Links de weduwe, die met het naakte, hulpeloze kind achterblijft. Alleen, maar dankzij De Centrale niet onverzorgd. Aan de andere zijde stond De Arbeid, een ideaaltypische arbeider in sociaal-realistische stijl. Hij verbeeldde de andere taak die De Centrale zichzelf gesteld had: de steun aan de arbeidersklasse.

De beelden en de ramen staan op de lijst van voorwerpen die wegens hun cultuur-historische waarde behouden moeten blijven. De lijst is opgesteld door het Vakbondsmuseum en het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG). De meeste voorwerpen op de lijst hebben het pand inmiddels verlaten, maar in een van de kluizen van het voormalige bankgebouw ligt nog wel een aantal tegels tijdelijk opgeborgen. De blauwe tegels met profielen van arbeiderstypes versierden de muur in de centrale hal. Op de tegels onder andere een oudere vrouw met hoofddoek, en een man met pet en pijp en doorgroefd gelaat. Uit hun blik spreekt de harde strijd om het bestaan. Het zijn passende gezichtsuitdrukkingen in een gebouw waar het om serieuze zaken als levensverzekeringen ging.

Twee strekkende meter trapleuning met het Centrale-beeldmerk, enkele gebrandschilderde ramen, tegels en een aantal losse inventarisstukken, het zijn de restanten van De Centrale. De Reaal-groep had graag gezien dat de voorwerpen naar het Vakbondsmuseum waren gegaan, een voor de hand liggende bestemming. Maar in verband met ruimtegebrek in het Vakbondsmuseum worden de meeste voorwerpen bewaard in het depot van het IISG (overigens in 1935 door De Centrale opgericht en gefinancierd). De Voorzorg en De Arbeid zullen via een omweg bij het IISG terechtkomen. Ze zijn inmiddels naar het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam vervoerd, waar ze volgend jaar geëxposeerd zullen worden.