Beeld van Kollwitz bracht geen echte oplossing

Een treurende moeder en een dode zoon, dat is het beeld waarmee de Duitsers sinds een week de slachtoffers van oorlog en dictatuur moeten herdenken, inclusief de periode 1933-1945. Bondskanselier Kohl onthulde het gedenkteken, een twintig maal vergroot bronzen beeldje van de Duitse kunstenares Käthe Kollwitz op Volkstrauertag, 14 november. Het staat in de Neue Wache aan de boulevard Unter den Linden in het centrum van Berlijn. Dit nieuwe nationale monument van het herenigde Duitsland is omstreden. De Centrale Raad van de joden in Duitsland, de >SPD> en andere organisaties protesteerden vooral tegen het feit dat in het monument allen die tijdens de nazi-heerschappij zijn gestorven gezamenlijk worden herdacht. Het onderscheid tussen burgers en soldaten, tussen slachtoffers en daders, tussen vermoorde joden en gesneuvelde SS'ers, vervaagt daardoor. De inscriptie luidde slechts: 'Aan de slachtoffers van oorlog en dictatuur'. Aan dit bezwaar is enigszins tegemoetgekomen door het aanbrengen van twee plaquettes bij de ingang van het gebouwtje. De rechterplaquette somt de door de nazi's vervolgde groepen op, de linker memoreert de bewogen geschiedenis van het tussen 1816 en 1818 door Schinkel ontworpen classicistische gebouw. Maar de toegevoegde inscripties kunnen de bezwaren tegen het beeld dat nu achter de strenge façade is geplaatst, niet wegnemen. Kan deze piëta uit 1937 wel voldoende uitdrukken wat hier herdacht moet worden? Waarom is er niet naar een eigentijdse oplossing gezocht?

De Neue Wache heeft al vier verschillende regimes als oorlogsmonument gediend. Het op een Griekse tempel lijkende bouwwerkje herinnerde eerst als Siegesmal aan de overwinningen van Pruisen op Napoleon. In 1931 werd het veranderd in een monument voor de in de Eerste Wereldoorlog gevallenen. In het gebouwtje werd een zwart granieten blok geplaatst, waarop een eikebladkrans van goud en zilver lag. De nazi's veranderden de Wache in een Reichsehremal der Heldenverehrung. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw zwaar beschadigd. In 1960 bouwde de DDR het weer op en verving het granieten blok door een eeuwige vlam. Op de muren rondom verschenen de woorden 'Aan de slachtoffers van fascisme en militairisme'.

Nu staat er achter de dorische zuilen een piëta. Het idee om juist dit beeldje van Käthe Kollwitz voor het monument te gebruiken is van Kohl zelf afkomstig. Kollwitz (1867-1945) is een kunstenares wier status zowel in West- als in Oost-Duitsland onbetwist is. Altijd heeft ze, met name in haar schrijnende grafiek, geprotesteerd tegen oorlog en sociaal onrecht. In 1933 werd haar werk 'entartet' verklaard. De DDR, die haar werk tot de 'proletarisch-revolutionaire kunst' rekende, eerde haar in 1959 met een standbeeld op een naar haar vernoemd plein.

Toch heeft deze keuze voor reputatie niet alle controverse kunnen voorkomen. Kollwitz maakte het beeldje in 1937. Daardoor kan het moeilijk verwijzen naar de gebeurtenissen uit de acht jaar daarna. Als Kollwitz de oorlog had overleefd, had ze voor een monument wellicht een ander onderwerp gezocht. Want een levende moeder en een dode zoon lijken niet erg geschikt om de Tweede Wereldoorlog en de nazi-heerschappij te herdenken. Na 1945 waren er in veel gevallen geen moeders meer die konden treuren. Ook de moeders waren dood, vermoord. Het beeld verwijst eerder naar de Eerste Wereldoorlog en naar de persoonlijke geschiedenis van Kollwitz. In die oorlog sneuvelde haar zoon. Verder gaat door het opblazen van het oorspronkelijk 38 centimer hoge beeldje (zie illustratie) het intieme karakter ervan volledig verloren.

En het blijft een moeder die treurt om haar dode kind; Maria met Jezus. Deze onmiskenbaar christelijke symboliek is in een monument dat onder anderen miljoenen vermoorde joden herdenkt niet op zijn plaats. De Duitse historicus Reinhart Koselleck, een van de felste critici van het monument, heeft zich afgevraagd of het niet gepaster was geweest om voor dit monument geen mensen af te beelden - zoals de joodse traditie ook voorschrijft.

Wie in de Neue Wache voor het beeld staat, zal zich identificeren met de moeder, die nergens schuld aan heeft. Zij lijdt slechts. Ook dat maakt het beeld voor dit doel ongeschikt. Het is niet specifiek genoeg: het verwijst naar algemeen menselijk lijden, niet naar de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en zeker niet naar de oorzaken daarvan.

Met de keuze voor deze piëta heeft Kohl waarschijnlijk een debat willen voorkomen dat pijnlijk en langdurig had kunnen zijn. Het formuleren van een opdracht en het vinden van een kunstenaar om die uit te voeren had ongetwijfeld meer stof doen opwaaien dan nu het geval is geweest. Dat bewijst de geschiedenis van een groot aantal oorlogsmonumenten. Sommige, zoals het monument voor de onbekende poltieke gevangene uit de jaren vijftig, zijn zelfs nooit uitgevoerd. Als voorbeeld kan hier het Vietnammonument (1981) in Washington volstaan. Voor dit monument schreef een particuliere stichting een prijsvraag uit, die gewonnen werd door Maya Lin, een onbekende, 21-jarige studente architectuur. Zij ontwierp twee muren van zwart graniet waarin de namen van alle gesneuvelden zijn gegraveerd. Over bijna alle aspecten van haar ontwerp werd getwist. De kleur zwart werd bijvoorbeeld geassocieerd met rouw en daarom geïnterpreteerd als een veroordeling van de oorlog. Vietnamveterenanen protesteerden daartegen. De V-vorm van het monument deed sommigen van hen bovendien aan het vredesteken denken, wat alweer een veroordeling van de oorlog betekende. Waren hun kameraden dan voor niets gestorven?

Ook het ontbreken van figuratief beeldhouwwerk lokte veel protest uit. Ross Perot, de latere presidentskandidaat, voerde campagne om ook een traditioneel figuratief beeld op te laten nemen in het monument. Hij bereikte zijn doel. Aan de voet van het monument staan nu drie bronzen soldaten (een blanke, een zwarte en een hispanic) in vol ornaat.

De Duitse regering had één alom gerespecteerd kunstenaar kunnen uitnodigen een ontwerp te maken, zoals in Nederland gebeurde voor het Nationale Monument op de Dam in 1947 (John Rädecker, bijgestaan door architect Oud). Maar aan wie hadden de Duitsers de opdracht moeten geven? Het is moeilijk een hedendaags kunstenaar te vinden die een beeld zou kunnen ontwerpen van hoge kwaliteit waarvan de symboliek zowel voor iedereen begrijpelijk als aanvaardbaar zou zijn. Het ontwerp van Jannis Kounellis voor een monument voor de democratie bij het nieuwe onderkomen van de Tweede Kamer in Den Haag ligt nog vers in het geheugen.

Een nationaal monument mag nooit te pijnlijk zijn. Het moet de verschrikkingen sublimeren. In de opdracht voor het Vietnammonument stond bijvoorbeeld dat het verzoenend moest zijn, 'de tragedie van de oorlog moest overstijgen'. Veel moderne kunstenaars laten hun beelden een andere, hardere boodschap uitdragen. De beelden van de hedendaagse Oostenrijkse kunstenaar Alfred Hrdlicka zijn zo pijnlijk - hij maakte bijvoorbeeld in Wenen een beeld van een oude joodse man die met een borstel een plein schrobt - dat het meestal tijdelijke monumenten blijven.

Toch zijn er wel voorbeelden van geslaagde monumenten voor de Tweede Wereldoorlog. Een daarvan is het Auschwitzmonument van Jan Wolkers in Amsterdam. Wolkers wist met zijn gebroken spiegels een nieuw beeld te verzinnen, dat een groot aantal van de tegenstrijdige gevoelens die het herdenken van Auschwitz oproept, bestrijkt. Uit de oplossing die in Duitsland nu gekozen is, spreekt weinig vertrouwen in de moderne kunst. En het toont een zekere onverschilligheid voor de manier waarop de eigen geschiedenis herdacht moet worden.

    • Bianca Stigter