Balladur betoont zich een straatvechter

PARIJS, 23 NOV. Edouard Balladur heeft het hard gespeeld en hij krijgt de bal hard terug. De Constitutionele Raad moet zich niet bemoeien met de wetten zoals regering en parlement die maken, was zijn verwijt op hoge toon. Iedere politieke meerderheid wil dat de rechter zwijgt, antwoordt vandaag - en zoiets is een hoge uitzondering - de president van het hoge rechtsprekende college, Robert Badinter. De nog steeds opmerkelijk populaire premier heeft een nieuwe kant van zijn persoonlijkheid laten zien: die van politiek straatvechter.

De ambiance had niet waardiger kunnen zijn, in het paleis van Versailles, waar de verenigde vergadering van het Franse parlement eind vorige week in plechtige zij het routinematige zitting bijeen was. Aanleiding: de uitspraak van de Constitutionele Raad op 19 augustus over de wet-Pasqua. Dat wetsontwerp was er op gericht de Franse wetgeving in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Schengen. Asielzoekers wier verzoek in een ander Europees land al was afgewezen, zouden in Frankrijk niet opnieuw beoordeeld hoeven worden. Dat gaat zo maar niet, zei de Raad, ons grondwettelijk asielrecht garandeert iedereen een kans hier zijn zaak te bepleiten.

Die uitspraak irriteerde minister Pasqua bijzonder en bracht premier Balladur wekenlang in een ingewikkeld ballet voor twee staatslieden. Zijn partner in die beleefde sequentie van staatkundige manoeuvres was de president van de republiek, die in de kwestie een waardige gelegenheid zag het verkleurde socialistische vaandel weer eens met dat van de traditionele gastvrijheid jegens de vervolgden der aarde te associëren. Het resulterende compromis, een minimale aanpassing van de grondwet, leek zowel Mitterrand als Balladur zonder gezichtsverlies van de dansvloer te voeren.

Tot Balladur vrijdag de plechtige zitting van het 'Congres van Versailles' aangreep om de Constitutionele Raad eens flink de oren te wassen. Hij deed daarmee een stevige rechterflank van zijn regeringscoalitie en met name minister Pasqua ongetwijfeld een genoegen. Maar de scherpte van zijn bewoordingen doet vermoeden dat de minister-president zich toch beschadigd heeft gevoeld door de hele affaire.

De Raad, gepresideerd door de politiek met Mitterrand gelieerde jurist Robert Badinter, mag dan wel tot taak hebben de grondwettelijkheid van de Franse wetgeving te beoordelen, hij eigent zich steeds meer rechten toe, aldus de minister-president. “Sinds de Raad heeft besloten ook de preambule van de grondwet tot zijn werkterrein te rekenen, is deze instelling gaan controleren of de wet nog wel overeenkomt met algemene principes, soms van meer filosofische en politieke aard dan juridisch van oorsprong. Soms zijn die principes tegenstrijdig. Bovendien zijn zij geconcipieerd in andere tijden dan de onze. Sommigen denken zelfs dat zij die principes zelf in het leven roepen.”

Bravo, riepen Charles Pasqua en de woordvoerder van de gaullistische regeringspartij RPR, Jean-Louis Debré: het volk, dat zijn wij, gekozen politici. Inderdaad, antwoordt vandaag Badinter in een ingezonden stuk in Le Monde, maar het is datzelfde volk dat een grondwet heeft gewild waarin de Constitutionele Raad uitdrukkelijk wordt opgedragen de gewone wet te toetsen aan die hoogste wet, de grondwet. Wij ontlenen ons gezag niet aan onze toevallige benoeming door politici van vandaag of gisteren. Daarmee reageerde Badinter op een ander verwijt van Balladur.

Met een keur van staatsrechtelijke argumenten ontzenuwt de president van de Raad de aanval op bestaansrecht en rechtspraktijk van de Conseil Constitutionnel. De preambule hoorde er van het begin af aan bij. Toen u zelf in de oppositie was, had u er nooit bezwaar tegen wanneer wij de meerderheid van toen, in hun haast het land de eigen wil op te leggen, herinnerden aan de Grondwet.

Robert Badinter, minister van justitie van '81 tot '86, is niet de eerste de beste. Hij vocht met succes voor afschaffing van de doodstraf en heeft een naam als advocaat en verdediger van de mensenrechten. Rechtse gaullisten zijn furieus dat hij de Raad verdedigt tegen de minister-president. De liberalen van het UDF zien daar geen probleem in. Zo mogelijk het meest markant aan dit vuurwerk: Balladur, nog steeds geen presidentskandidaat, ziet er geen been in uit de heup te gaan schieten in het gekoesterde museum van Montesquieu. De leer der machtenscheiding is niet veilig als het gaat om het verwerven van een gunstige politieke uitgangspositie.