Amptelik lyfblad

Stilet, 5e jrg.nr.2. Posbus 629, Pretoria 0001 Zuid-Afrika

Stilet is het halfjaarlijkse tijdschrift van de Afrikaanse Letterkundevereniging, het 'amptelike lyfblad' van academici in Zuid-Afrika, waar sinds de politieke veranderingen gehoopt wordt op stimulerende contacten met het buitenland. Het jongste nummer bevat een index van alle sinds de oprichting in 1989 verschenen artikelen, geen enkel overigens over de Afrika-boeken van Adriaan van Dis, of de Engelstalige meesterwerken van J.M. Coetzee. De aantrekkelijkste titels staan net in dit zelfde nummer, teksten van lezingen die gehouden werden op een congres van de ALV met het thema 'Afrikaans reik uit'.

Hans Ester, in 1970 'uitruilstudent' en nu literatuurmedewerkster van Trouw, opent met 'Die Suid-Afrikaanse literatuur as etiese en estetiese uitdaging vir 'n Europese leser'. Ester vreest een nieuw soort literair kolonialisme: “Die gevaar wat dreig as Nederlanders en Vlaminge hulle met die Afrikaanse taal en letterkunde gaan besig hou, is 'n te gemaklike vereenselwiging of toeëiening.” Literatuur in Zuid-Afrika lijkt volgens Ester niet op de Nederlandse. Ze schrijft (vrij vertaald): 'Terwijl de geschiedenis van de Europese letterkunde een geschiedenis is van toenemende twijfels aan de menselijke vermogens om de wereld te leren kennen, wijkt de geschiedenis van de literatuur in Zuid-Afrika om zekere redenen duidelijk daarvan af. De bezinning op de zin van het leven, en van de dood, en van de geschiedenis, is de positieve keerzijde van een levensbedreiging die behalve menselijke ook talrijke natuurlijke oorzaken heeft. (-) En daarmee blijft Nederland in vergelijking met Zuid-Afrika een land met pseudo-problemen. (-) In Zuid-Afrika daarentegen moet de literatuur een rol vervullen van een simulatieruimte voor experimenten, een simulatieruimte met verminderd risico.'

Luc Renders schetst de verhouding van Vlaanderen tot Zuid-Afrika zoals die uit reis- en literaire boeken blijkt sinds halverwege de negentiende eeuw. Hij verklaart de minder kritische en veroordelende positie van de Vlamingen jegens Zuid-Afrika en het Grootnederlandse zoeken van contact uit het gevoel van lotsverbondenheid dat de (arme) Vlamingen hadden met de Boeren, die in 1899-1902 net als zij te maken hadden met een rijkere overmacht. Sinds de onafhankelijkheid van Belgisch Kongo ('Die kolonialis is terug huis toe') zijn de banden vrijwel verbroken. Pas nu langzaamaan het besef doordringt dat het Afrikaans geen exclusief witte taal is - integendeel - kunnen juiste betrekkingen worden aangeknoopt. Maar ook Renders waarschuwt, speciaal minister Ritzen en de Nederlandse Taalunie: “as die oogmerke van die Nederlandse Taalunie nie rekening hou met die ontwikkelinge binne Suid-Afrika (-) dan word die assossiasieverdrag bloot 'n nuwe vorm van kulturele imperialisme.”

Andere belangwekkende, zij het jargonrijke artikelen in Stilet gaan over de roman Toorberg van Etienne van Heerden in Duitse vertaling, over de zwarte columnist Piet Uithalder met zijn 'Straatpraatjes', en over de uitbeelding van de femme fatale in hedendaags Afrikaans decadent proza.