Turkse premier verstevigt greep op partij

ANKARA, 22 NOV. De conservatieve Partij van het Juiste PAD heeft de Turkse premier Tansu Çiller zaterdag met een overweldigende meerderheid (1045 van de 1134 stemmen) herkozen tot partijleider. Bovendien heeft de premier haar greep op de partij verstevigd door vrijwel uitsluitend aanhangers in de bestuurs- en uitvoerende organen van de partij verkozen te krijgen.

De Turkse kranten zijn het er over eens dat Çiller, de eerste vrouwelijke premier in Turkije, tot de gemeenteraadsverkiezingen in maart volgend jaar de gelegenheid krijgt te bewijzen of ze daadwerkelijk in staat is de Koerdische terreur tot staan te brengen en de economie verder te hervormen. Çiller beloofde dat de partij bij die verkiezingen met 40 procent van de stemmen als eerste zal eindigen en dat de conservatieven in Turkije zich onder het dak van de DYP zullen verenigen.

De verwachting is dat de premier deze week daartoe haar regeringsploeg, die algemeen als uiterst zwak wordt omschreven, zal wijzigen. Er zal onder andere een nieuwe ministerspost worden gecreëerd voor de coördinatie van het beleid ten aanzien van het door Koerdisch separatisme geplaagde zuidoosten van Turkije.

Direct na haar verkiezing tot partijleider zei Çiller dat ze nu pas écht het gevoel heeft dat ze zowel het mandaat van haar partij als van het volk heeft. De premier werd in juni door de Partij van het Juiste Pad aangewezen tot opvolger van Süleyman Demirel, de man die ruim 30 jaar lang de conservatieven in Turkije aanvoerde. Demirel verhuisde na de plotselinge dood van Turgut Özal in april naar het presidentiële paleis. Het feit dat de regering in Turkije, een seculiere moslimstaat met een Westerse oriëntatie, wordt aangevoerd door een vrouw wordt zowel in binnen- als buitenland aangemerkt als een 'historische ontwikkeling'. De voormalige hoogleraar in de economie wordt niet alleen geroemd om haar schoonheid, maar ook haar ijzeren zelfvertrouwen en politieke ambities zijn belangrijke blikvangers.

Çiller riep haar partijgenoten zaterdag op tot eenheid om de meest knellende vraagstukken in Turkije het hoofd te bieden. “Het belangrijkste is evenwel”, aldus de premier, “dat het democratiseringsproces verder gestalte krijgt.” Tegelijkertijd maakt Çiller duidelijk dat er op korte termijn van haar kant geen politieke en sociale hervormingen met betrekking tot de Koerden zijn te verwachten. De Koerdische Arbeiderspartij (PKK) voert in het zuidoosten van het land een guerrilla waarbij het dodental in de afgelopen negen jaar inmiddels de 10.000 is gepasseerd. Çiller heeft de PKK onlangs de 'totale oorlog' verklaard, terwijl de legerstaf beweert gedurende de wintermaanden in staat te zijn de guerrillastrijders uit de bergen te verdrijven. “Discussies over een burgerlijke danwel militaire oplossing met betrekking tot terreur leiden alleen maar tot verwarring”, meende de premier, die nogmaals duidelijk maakte dat ze niet bereid is ook maar één steen van Turkijes grondgebied weg te geven en dat politieke verdeeldheid op etnische basis onaanvaardbaar is.

Volgens de Turkse pers wil Çiller de komende maanden vijf doelstellingen verwezenlijken: de terreur moet verder worden bestreden, wettelijke maatregelen moeten de al jaren op stapel staande dringend noodzakelijk geachte belastinghervormingen mogelijk maken, spreiding van de macht door de lagere overheid meer uitvoerende taken te geven, verbetering en uitbreiding van het noodlijdende staatsonderwijs, en meer aandacht voor de mensen in de sloppenwijken.