Met belletjes worden waterdrinkers bedot

ROTTERDAM, 22 NOV. Het was al langer bekend, maar de Keuringsdienst van Waren heeft het nog eens ondubbelzinnig aangetoond: wie in café of restaurant koolzuurhoudend mineraalwater bestelt, loopt grote kans een glas kraanwater met toegevoegd koolzuur te krijgen. De gemiddelde klant zal het verschil niet proeven, maar dat hij geflest wordt, is zonneklaar. Zo'n glas leidingwater met belletjes kost hem circa twee gulden, terwijl de ondernemer er hooguit vijf cent voor betaalt. Een winstmarge van duizenden procenten. In de branche spreekt men niet voor niets van 'het gouden kraantje'.

De Keuringsdienst richtte zijn onderzoek op horecagelegenheden die beschikken over een zogenoemd post-mix-apparaat. Dat is een systeem met vijf tappen voor verschillende frisdranken, die ter plekke worden geproduceerd door water met koolzuur en siroop te mengen. In 162 van de 276 bezochte cafés, restaurants en dergelijke bleek één van de kranen koolzuurhoudend leidingwater te leveren. Op 113 adressen (70 procent van de zaken met zo'n tappunt) stelde men vast dat de klant ook daadwerkelijk wordt opgelicht.

Tegen alle betrokken uitbaters is proces-verbaal opgemaakt, omdat ze de Wet op Bron- en Mineraalwateren overtreden en de consument financieel benadelen. Bovendien stelt de Keuringsdienst in 1994 een vervolgonderzoek in.

De onthutsende uitslag van de recente peiling is ook bij het Bedrijfschap Frisdranken en Waters hard aangekomen. Temeer omdat deze organisatie, die werkgevers en werknemers uit de bedrijfstak vertegenwoordigt, pas kort geleden een campagne is begonnen om het imago van mineraalwater onder horecapersoneel op te krikken. Dat gebeurt met de slogan 'Mineraalwater? 't Kleine flesje!' Die laatste woorden wijzen erop dat de actie tevens bedoeld is om malversaties tegen te gaan. Kelners en barkeepers behoren een vol flesje met leeg glas in plaats van een gevuld glas te serveren.

Een imago-verbetering, zegt mevrouw A.T. Mienstra van het schap, wordt nagestreefd, omdat Nederland geen mineraalwatercultuur kent. Dit in tegenstelling tot landen als België, Frankrijk, Duitsland en Italië, waar jaarlijks per hoofd van de bevolking al gauw zo'n tachtig tot negentig liter van die drank wordt genuttigd. In Nederland schommelt de jaarlijkse consumptie rond vijftien liter en dan nog pas sinds 1988/'89, toen de omzet voor Nederlandse begrippen een opmerkelijke stijging te zien gaf.

Die groei viel grotendeels toe te schrijven aan een toegenomen gebruik van zogenoemd 'stil' of 'plat' water (zonder koolzuur) en dat moest wel verband houden met een zekere afkeer van leidingwater. Juist in die tijd was de vloeistof die uit de kraan stroomt, als dorstlesser in opspraak geraakt, vooral sinds laboranten in het Amsterdamse leidingwater een te hoog gehalte aan bentazon - een onkruidverdelger, afkomstig van het Duitse BASF - hadden ontdekt. Zo kon mineraalwater in 1989 opklimmen naar 15,5 liter per hoofd van de Nederlandse bevolking, maar daarna begon de consumptie weer licht te zakken.

Ook daarvoor dient zich een verklaring aan. De gebottelde drank wist zijn 'natuurzuivere' reputatie niet altijd waar te maken, wat pijnlijk duidelijk werd, toen het chique Franse merk Perrier besmet bleek met de giftige stof benzeen. Eerder al had Duits onderzoek aangetoond dat vijf merken uit de Bondsrepubliek arsenicum bevatten; het meeste flessewater had bovendien een veel te hoog natriumgehalte, soms meer dan duizend milligram per liter. Ook in Nederland waren ongerechtigheden aangetoond.

Wat in deze sector opvalt, is dat de termen mineraalwater en bronwater doorgaans losjes door elkaar worden gebruikt, maar er is wel degelijk verschil. In de campagnefolder van Het Bedrijfschap staat mineraalwater gedefinieerd als “natuurzuiver en onbewerkt water uit een onderaardse bron, dat direct aan de bron wordt afgevuld”. Bronwater dient aan dezelfde criteria te voldoen, maar behoeft niet aan de bron te worden afgevuld.

Van leidingwater geeft het schap in zijn folder de volgende definitie: “Water uit rivieren en meren, dat chemisch en bacteriologisch is behandeld om het geschikt te maken voor menselijke consumptie.” Die omschrijving klopt echter niet. Van alle Nederlandse leidingwater is slechts eenderde deel afkomstig uit rivieren en meren (samen oppervlaktewater), terwijl tweederde deel, net als mineraal- en bronwater, uit de bodem wordt geput.

De Vereniging van Waterleidingbedrijven (Vewin) reageert dan ook zeer gepikeerd op wat het schap te melden heeft. “Dit is een pure stemmingmakerij, waar we bezwaar tegen maken”, aldus de voorlichter. Volgens hem bestaat er hoegenaamd geen kwaliteitsverschil tussen bronwater en leidingwater uit de grond. “De grootste verschillen zijn de wijze van distributie en de prijs. Ons water kost de consument gemiddeld één zeventig per duizend liter. Daarmee is hij gemiddeld 500 keer goedkoper uit dan met bronwater.”

Bij het Bedrijfsschap wordt de foute omschrijving erkend. “Het is allerminst onze bedoeling geweest leidingwater in een kwaad daglicht te stellen”, zegt mevrouw Mienstra, die belooft de tekst te zullen aanpassen.

Rest de vraag of de gebruiker het verschil kan proeven. De woordvoerder van de Vewin komt tot een ontkennend antwoord: “Uit diverse smaaktesten met koolzuurvrij bronwater en leidingwater uit de bodem is gebleken dat de meeste consumenten geen onderscheid bespeuren. Ja, in sommige gevallen scoorde kraanwater zelfs hoger dan plat water uit de fles.” En dat zou weer verklaren waarom zoveel klanten van de horeca niet eens merken dat ze worden bedrogen.

    • F.G. de Ruiter