Major en Reynolds dansen op eieren

LONDEN, 22 NOV. In de diplomatieke stoelendans-op-eieren, gericht op een duurzame oplossing in Noord-Ierland, gaat de voorzichtige foxtrot nu over in een delicate quick-step. Van de danspartners in Dublin en Londen was het gisteren de beurt aan Albert Reynolds om de leiding te nemen. In een rondje schade-herstellen en kneuzing-beperken verzekerde de Ierse premier de Unionisten in Noord-Ierland dat hij geen “verborgen agenda” heeft. Tegelijkertijd hield hij vol dat een oplossing voor de verdeeldheid en het daarmee gepaard gaande geweld mogelijk is, maar dat de tijd beperkt is.

Reynolds had het televisie-interview met David Frost voor de BBC hard nodig. Dublin is eind vorige week in grote verlegenheid geraakt, toen in de Ierse pers een document uitlekte met de formule voor de vermoedelijke strategie van de regering voor een duurzame oplossing in Noord-Ierland. Dublin liet haastig ontkennen dat het ambtelijk stuk het kabinet ooit onder ogen gekomen was. Maar de formulering van de doelstelling daarin klinkt te plausibel om geheel onwaar te zijn.

De ruil waar de regering-Reynolds op uit zou zijn, is deze: Dublin is bereid de in de grondwet vastgelegde aanspraken op Noord-Ierland te laten vallen en erkent dat er geen verandering in de huidige status van de “zes provincies” kan optreden zonder de instemming daarmee van “een meerderheid” van de Noord-Ieren. In ruil daarvoor verwacht Dublin van Londen een erkenning dat het streven naar eenwording van de Republiek en Noord-Ierland - “met wederzijdse instemming” van Noord en Zuid - legitiem is. Daarnaast wil Dublin een grotere invloed op het beleid in Noord-Ierland dan het nu al heeft volgens het Anglo-Iers Accoord.

Het lek kwam extra ongelegen, omdat het de sfeer verstoorde waarin John Major zich bereid had verklaard een oplossing voor Noord-Ierland tot zijn belangrijkste prioriteit te maken. De Britse premier heeft een sterk geloof in zijn eigen kunnen als onderhandelaar en hunkert naar een politieke prijs die als geen andere zijn status zal opschroeven. Kennelijk is zowel Reynolds als Major ervan overtuigd dat die prijs met hard werken en diplomatieke stuurmanskunst binnen bereik ligt. Maar het laatste wat beiden nodig hebben is openbaarheid over hun voorstellen.

Onvermijdelijk gevolg van de intensieve bemoeienissen van beide regeringsleiders is echter dat er selectief gelekt en goed geïnformeerd gespeculeerd wordt. John Major lijkt bereid de rabiate uitbarstingen van dominee Ian Paisley en zijn Democratic Unionist Party over elke betrokkenheid van Dublin bij “Brits grondgebied” tot op zekere hoogte te negeren: de DUP heeft in het parlement van Westminster maar drie zetels. Maar de Unionisten van James Molyneaux (negen zetels) moet hij terwille van zijn eigen precaire positie (de Conservatieven hebben een meerderheid van 17 zetels) te vriend houden. Major haastte zich dan ook gisteravond te ontkennen dat hij bereid zou zijn een amnestie voor gevangen IRA-terroristen af te kondigen als het nationalistische Sinn Fen bereid zou zijn haar zusterorganisatie, de IRA, tot een permanent staakt-het-vuren over te halen.

Reynolds maakte gisteren duidelijk waarom hij niet zonder meer gevolg kan geven aan de eis van de DUP dat de Republiek artikel 2 en 3 uit haar grondwet schrapt en afstand doet van haar aanspraken op Ulster. Die artikelen vertegenwoordigen de identiteit van de nationalistische gemeenschap “op dezelfde manier als de Unionisten voelen dat hun opvattingen door Londen worden verwoord”, legde hij uit. Afstand doen van die artikelen zou alleen kunnen in een veranderde situatie, waarin elke bevolkingsgroep op het eiland zou voelen dat haar rechten zijn gewaarborgd.

In Downing Street wordt onderstreept dat het wat Major betreft nog steeds business as usual is en dat er wordt toegewerkt naar een Brits-Ierse top in december. John Hume, leider van de gematigde nationalistische SDLP, en Gerry Adams, leider van Sinn Fen, hadden dit weekeinde een tweede bijeenkomst over de reacties in Dublin en Londen op hun vredesplan. Officieel heet het dat dit in Londen op geen enkele manier gehoor vindt en dat het in Dublin lauw-warm is bekeken. Maar het gaat bij het vinden van een oplossing om wat er achter de schermen wordt bereikt. Reynolds en Major hebben eenzelfde formulering voor de motor die hen drijft: in Noord-Ierland heerst een “tastbaar verlangen naar vrede”.