KLM wederom alleen

OPNIEUW IS EEN fusiepoging van de KLM mislukt, opnieuw strijden teleurstelling en opluchting om de voorrang.

Eerst was het Sabena, later op grote schaal British Airways en nu dan Alcazar. In de laatste twee gevallen ging het om Northwest - om de waarde en de strategische betekenis van die onderneming. De directie van de KLM heeft er nooit enig misverstand over laten bestaan dat de KLM fusiepartners nodig heeft. In het proces van consolidatie en internationalisering is de KLM op eigen houtje te klein om overeind te blijven, maar te groot om zichzelf bij een van de grote concurrenten in te leveren. De marsroute was derhalve de laatste jaren duidelijk.

Fusies zijn gecompliceerd, internationale fusies zeer gecompliceerd en internationale luchtvaartfusies kennelijk bijna onmogelijk. Aan de onderhandelingstafel zitten bedrijfsleiders, nationale overheden, bonden, luchthavens en ook een beetje het publiek zelf. Het gaat om regionale belangen, om nationaal prestige en om economische rentabiliteiten, maar het is niet altijd even duidelijk in welke volgorde een en ander aan bod komt. Het fusieproject Alcazar, Spaans voor een Moors fort, betrof zes nationale partijen en des te bewonderenswaardiger is het eigenlijk dat de onderhandelaars al zoveel gevoelige punten hadden geregeld: de waardebepaling, het hoofdkantoor, de eerste president-directeur en de management-structuur.

EN TOCH IS het wederom mislukt. De strijd tussen de KLM en de overige fusiepartners over de vraag of Delta Airlines danwel Northwest de Amerikaanse partner moest worden, heeft de zaak op het laatst doen afketsen. Delta is een gezondere maatschappij dan Northwest, maar de banden tussen KLM en Northwest zijn hechter dan die tussen Delta en Swissair. Ten slotte werd de KLM gedwongen tot een keuze en het resultaat is bekend. Misschien is de keuze begrijpelijk: immers, Nederland heeft een aanlokkelijk luchtvaartverdrag met de Verenigde Staten (open skies) dat een behoorlijke groeipotentie heeft. En die zou via de KLM en Northwest vooral Schiphol ten goede komen. Delta heeft een centrum in Frankfurt en daar wordt Amsterdam niet veel wijzer van. De Nederlandse luchtvaartmaatschappij verkeert in zoverre in een moeilijke positie dat zij ook de belangen van de nationale luchthaven te verdisconteren heeft.

Maar aan de andere kant: Northwest is en blijft een financieel risico en binnen de Verenigde Staten zelf niet bepaald de grote troefkaart die de KLM zich zou wensen. Evenmin erg overtuigend is het KLM-argument van de laatste dagen dat er eigenlijk niet zoveel haast meer is met fuseren, omdat de bedrijfssanering voorspoedig verloopt en de liberalisatie in de Europese luchtvaart vertraging oploopt. Want aan de internationale ontwikkeling naar schaalvergroting verandert dat niets.

DE COMMENTAREN van de Nederlandse regering suggereren de laatste dagen zelfs dat men opgelucht is. Alsof men na Fokker gelukkig niet nog een keer in hetzelfde jaar van een symbool afscheid moet nemen. Toch valt het te betreuren dat de fusie met de Scandinavische partners, Swissair en - wellicht - Austrian Airlines is mislukt. Een stevige bedrijfseconomische basis en een aantrekkelijke strategie zijn daarmee weer uit zicht geraakt. Want de vraag voor de KLM en de belangrijkste aandeelhouder - de Staat der Nederlanden - is en blijft: heeft Amsterdam als een belangrijk Europees centrum voor transatlantische verbindingen toekomst of is dat te hoog gegrepen? Die vraag vereist een antwoord en een strategie alvorens de KLM wederom in een moeizaam en onzeker fusieproces wordt getrokken.