Klacht tegen Antillen voor schenden van mensenrechten

DEN HAAG, 22 NOV. De Haagse advocaat G. Spong heeft de Nederlandse Antillen aangeklaagd voor de Europese commissie voor de rechten van de mens wegens schending van het mensenrechtenverdrag.

Volgens de Nederlandse advocaat schenden de Antillen het recht van de wegens oplichting opgepakte verdachten Wathey senoir en junior om zich te laten bijstaan door een raadsman van eigen keuze. Begin deze maand weigerde de rechter-commissaris bij het hof van de Antillen, Spong als raadsman van Wathey te accepteren. De rechter is van mening dat Antillianen zich alleen in uitzonderingsgevallen juridisch mogen laten bijstaan door een advocaat die niet is ingeschreven bij de Antilliaanse balie. Van zo'n uitzonderlijke omstandigheid zou nu geen sprake zijn.

In een brief aan de Europese Commissie schrijft Spong dat de rechter-commissaris zich schuldig maakt aan willekeur aangezien in civiele zaken Nederlandse advocaten wel in rechte mogen optreden. Hij wijst er bovendien op dat de rechterlijke macht op de Nederlandse Antillen “nagenoeg geheel” in handen is van Nederlandse rechters en officieren van justitie. “De verhouding op Curaçao is drie lokale rechters op vijftien Nederlandse rechters. Op Aruba zijn er uitsluitend Nederlandse rechters en één part time uit Suriname afkomstige rechter-commissaris”.

Nu de rechtspleging op Nederlands niveau is, de opsporing van de strafbare feiten bovendien een vrijwel Nederlandse aangelegenheid is, is het onredelijk volgens Spong om “een verdachte het recht te ontnemen zich eveneens van een in strafzaken gespecialiseerde Nederlandse advocaat te doen bijstaan”.

Omdat vader en zoon Wathey al ruim drie weken in voorarrest zitten, is er volgens Spong sprake van een urgente klacht die door de Europese commissie met spoed moet worden behandeld. Hij vraagt het hof daarom om over zijn klacht in een spoedprocedure - die enkele maanden duurt - te oordelen.