Kiezers geven politieke elite Curaçao dikke onvoldoende

WILLEMSTAD, 22 NOV. Sinds de opstand van 30 mei 1969 in Willemstad zijn de kiezers van Curaçao niet zo duidelijk in verzet gekomen tegen hun bestuurders als bij het referendum van afgelopen vrijdag. Onmiskenbaar hebben ze een einde willen maken aan pogingen om de Nederlandse Antillen op te heffen en Curaçao een autonome positie binnen het koninkrijk te verschaffen. Dat idee leeft slechts in de harten van de politici en bij een minderheid van 18 procent van de inwoners van Curaçao.

Bijna driekwart van de kiezers moet niets hebben van fragmentatie van het Caraïbische deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Het buitenbeentje Aruba, dat zich in 1986 in een 'status aparte' van de Antillen afzonderde, willen zij niet volgen. Integendeel: de saamhorigheid van de vijf eilanden is vrijdag duidelijk onderstreept. De politieke elite op het eiland kreeg een dikke onvoldoende voor haar Alleingang.

Uit democratisch oogpunt is het referendum een succes gebleken, want uitgaande van het werkelijk aantal stemgerechtigden was de opkomst ruim 70 procent, zeker zo hoog als bij de laatste verkiezingen. De Tilburgse staatsrechtgeleerde prof. P. Gilhuis, lid van de commissie die de volksraadpleging organiseerde, noemde de uitslag vrijdagavond in Willemstad dan ook “een duidelijk politiek signaal, dat niet veronachtzaamd kan worden”.

Jammer is alleen dat het referendum niet eerder werd gehouden, want bijna twee jaar is de discussie over de staatkundige toekomst van de Antillen met Nederland gevoerd op basis van de verkeerde veronderstelling dat Curaçao zich in het koninkrijk wilde afzonderen. Dat gebeurde met uitdrukkelijke instemming van de huidige regering in Willemstad. De Antilliaanse premier Liberia-Peters en verschillende van haar ministers hebben bij herhaling naar voren gebracht dat de Antilliaanse eenheid en het centrale bestuur vanuit Willemstad 'een fictie' was geworden.

Daardoor zijn de Nederlandse regering en de kleinste eilanden: Bonaire, Saba en Sint Eustatius, op het verkeerde been gezet. In twee bijeenkomsten van de Toekomstconferentie eerder dit jaar is gestreefd naar rechtstreekse banden tussen deze eilanden en Nederland. Bonaire zou binnen het Koninkrijk een status van 'Land min' krijgen (een niet volledige autonome status). Voor de kleine Bovenwinden stelde premier Lubbers een status van 'Koninkrijkseiland' te verlenen, die veel weg heeft van de positie van Nederlandse gemeenten.

Sint Maarten is een geval apart. De Eilandsraad van Sint Maarten heeft zich al jaren geleden uitgesproken voor een autonome positie zoals Aruba. Maar of de kiezers het daarmee eens zijn is nog niet in een referendum getoetst. Gezien de zeer gebrekkige bestuurlijke situatie op Sint Maarten, dat voorlopig nog onder 'hoger toezicht' van de Koninkrijksregering in Den Haag geregeerd zal worden, ligt een verruiming van de autonomie voorlopig trouwens niet voor de hand. In het ingewikkelde patroon van staatkundige relaties binnen een 'Koninkrijk nieuwe stijl' dat op de Toekomstconferentie was uitgedacht, zou toch nog zo veel mogelijk onderlinge samenwerking tussen alle eilanden, inclusief Aruba, worden nagestreefd.

Wat de Curaçaose kiezers betreft is het nu 'terug naar af'. Zij hebben vertrouwen uitgesproken in een groep intellectuelen en vakbondsmensen, die de Antilliaanse eenheid wil behouden en versterken. De 55-jarige fiscaal jurist en oud-premier Miguel Pourrier, de schrijver-dichter Frank Martinus Arion en vakbondsleider Errol Cova zijn de aanvoerders van dit streven, dat vrijdagavond door de Antilliaanse premier en andere politici werd overgenomen. Don Martina, oppositieleider in de Curaçaose Eilandsraad, legde al vóór de uitslag van het referendum bekend werd, contact met zijn vroegere geestverwant Pourrier.

Premier Liberia-Peters was afgelopen zomer niet gecharmeerd van een referendum op Curaçao, maar nu het volk heeft gesproken moet ook zij wel een U-bocht maken, anders lijdt ze bij de vervroegde parlementsverkiezingen in februari een grote nederlaag. Maar ook Nederland kan de uitslag van het referendum niet naast zich neerleggen.In het bilateraal overleg met Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba zal opnieuw moeten worden nagegaan wie wil meewerken aan een Antiliaanse eenheid met Curaçao in een nieuw jasje.