Imago Jelle Zijlstra loopt een deuk op

Een deuk in het imago van onkreukbaar financier. Zo mag de onthulling worden genoemd die ex-staatssecretaris Louw de Graaf afgelopen donderdag deed over Jelle Zijlstra, oud-premier, oud-minister van financiën, oud-minister van economische zaken en voormalig president-directeur van De Nederlandsche Bank.

Bij de presentatie van de memoires van oud-minister Gerard Veldkamp ('Herinneringen 1952-1967') verraste De Graaf, die net als Veldkamp zijn politieke carrière voor een belangrijk deel op het ministerie van sociale zaken doorbracht, zijn toehoorders met de mededeling dat Zijlstra met de WAO royaler is omgesprongen dan Veldkamp wilde. Terwijl de minister van sociale zaken medio jaren zestig arbeidsongeschikten een uitkering van 70 procent van het laatstverdiende loon wilde geven, stond Zijlstra op een niveau van 80 procent. Met succes. Pas bij de stelselherziening in 1988 werden de WAO-uitkeringen naar 70 procent verlaagd.

Zijlstra kan het zich niet herinneren. Veldkamp, in 1990 overleden, kan het niet meer vertellen. De Graaf weet zeker dat hij dit van Veldkamp heeft gehoord. Het voorval is geheel in strijd met het publieke beeld dat over de twee hoofdrolspelers bestaat. Zijlstra, de gereformeerde Fries, van het slag dat vindt dat je een dubbeltje eerst moet verdienen voordat je het kan laten rollen. Veldkamp, de katholieke Brabander die reeds op aarde, in het bijzonder in Nederland, het sociale paradijs wilde vestigen.

In de vorige week verschenen memoires geeft Veldkamp hoog op over zijn samenwerking met Zijlstra, in het bijzonder over de periode 1952-1958 (derde en vierde kabinet-Drees) toen zij respectievelijk staatssecretaris en minister van economische zaken waren.

In zijn vorig jaar verschenen memoires ('Per slot van rekening') is Zijlstra heel wat minder complimenteus over Veldkamp dan omgekeerd, al noemt hij hem een keer “uiterst bekwaam”. Zijlstra's notities bevestigen vooral het beeld van Veldkamp als onmatig spendeerder van collectieve middelen, terwijl hij er bovendien “een nogal cholerisch temperament” op nahield. Zijlstra noteert dat Veldkamps uitbouw van de sociale wetgeving gepaard ging “met aanslagen op de schatkist” die “later voor veel problemen zouden zorgen”. Hij noemt hem een minister van sociale zaken die “steeds het oog had gericht op een bijdrage uit de algemene middelen” en die “nauwelijks een boodschap had aan regels van deugdelijk financieel beleid”.

Maar heeft De Graaf nu gelijk met zijn bewering over de WAO? Uit het boek van Veldkamp is dat niet op te maken. Wel vermeldt het een saillant detail over een andere sociale wet. In 1961 hadden ambtenaren van sociale zaken berekend dat de AOW met minimaal 11,2 procent moest worden verhoogd. Veldkamp: “Zijlstra vond dat geen goed voorstel. Het leek hem - ook electoraal - beter een verhoging te geven van 15 procent.” (JK)