Humor ter verovering van een marktaandeel

Voorstellingen: 1. Wood of lifes, produktie Het Veem Theater. Concept, spel: Beatrice Graumann, Hilleke Ozinga. Decor: Renate Schoon. Kostuums: Lucas Kwant. Gezien: 18/11 Amsterdam, Het Veem Theater. Aldaar: t/m 28/11. 2. Melk, produktie Independance. Spel: Jasja Moesatov, Ton van Erp. Regie: Arie Peterse. Licht: Jan Duitshof. Gezien: 17/11 Amsterdam, Frascati.

De mime is het ondergeschoven kind van de podiumkunsten. Zij is het minst bedeeld en krijgt weinig aandacht. Toch vierde de 'mimeschool' eind september haar zilveren jubileum in Amsterdam, waar het in mimeprodukties gespecialiseerde Veem Theater onlangs zijn eerste Mime-comedy Festival hield. Daarbuiten is er voor de mimografen en hun spelers nauwelijks plaats.

Geen speelplek betekent voor deze kunstenaars geen bekendheid, geen publieksopbouw, geen inkomsten. Beatrice Graumann en Hilleke Ozinga - met Square of Innocense winnaars van de Aanmoediginsprijs Mimografie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst - refereren daaraan in Wood of Lifes met een senryu-gedicht: 'De wind van de herfst / heb ik gehoord door het gat / in mijn financiën'. Humor, vinden zij, is het sterkste wapen om een marktaandeel te veroveren.

Voor hun nieuwe produktie Wood of Lifes kozen Graumann en Ozinga de revue-vorm in een Aziatische omlijsting. De voorstelling is geënt op het Japanse Kabuki-theater en de (ook volkse) senryu-poëzie. Evenals het werk van de schrijver Yukio Mishima verenigen zij 'afschuw, humor en absurditeit'. Daarnaast is tevens Bernard-Marie Koltès' toneelstuk over Roberto Zucco geraadpleegd.

In Wood of Lifes staat de verhouding tussen moeder en kind centraal, waarbij de ouder onderdrukt en het kind rebelleert of omgekeerd. Beiden gebruiken geweld om te overleven, maar verbergen dat onder het glanzende oppervlak van de perfectie. Om dit ideaalbeeld te verstoren trekken Graumann en Ozinga voren in de vernis.

In de quasi naturel gesproken teksten en de gestileerde handeling handhaven zij consequent de vervreemding. Alles lijkt op Japans theater maar mag dat vooral niet zijn. De aankleding, de make-up, het gebaar en de beweging zijn er slechts een afgeleide van. Daarmee bereiken zij enkele hilarische momenten, maar over het geheel is de voorstelling te gekunsteld. Uiteindelijk schieten zij naast de roos door overkill.

Veel eenduidiger is Melk, een muzikale bewegingsvoorstelling ontstaan in de Arnhemse Theaterwerkplaats Independance. Daar improviseerden de Russische danser-acteur Jasja Moesatov en de Nederlandse contrabassist Ton van Erp op het thema: de communicatie/confrontatie tussen de verschillende culturen. Wodka tegenover melk.

Moesatov, opgeleid aan het Theaterinstituut in Leningrad, nu Sint Petersburg, is sinds begin 1990 aktief in Nederland. Hij werkte hier onder meer mee aan de voorstelling Overzee van de mimegroep Suver Nuver. Ondanks zijn lengte beweegt hij zich gemakkelijk, ziet er goed uit en heeft een sympathieke uitstraling.

De man spreekt vrijwel vlekkeloos Nederlands als hij intens en gedreven vertelt over zijn jeugd, waarin armoede en angst de boventoon voerden. Melk is vooral zijn verhaal, dat zich afspeelt rond een keukentafel en twee stoelen. Een buitenlander in een andere wereld, waar men de vrijheid als vanzelfsprekend ervaart. Zijn partner Van Erp luistert voornamelijk, leeft mee en vertaalt de emoties op zijn instrument dat onder zijn handen en strijkstok gromt en kreunt.

Melk is een keurige en voorspelbare, traag verlopende voorstelling met hoog gezelligheidsgehalte.

    • Caroline Willems