'EU heeft baat bij lidmaatschap Turkije'; Ambassadeur bepleit snelle toetreding

DEN HAAG, 22 NOV. De Europese Unie doet zichzelf ernstig tekort door Turkije maar in de wachtkamer te laten zitten. De Turkse ambassadeur in Nederland, Zeki Çelikkol, krijgt een waarschuwende klank in zijn stem als hij erop wijst dat Brussel zijn land reeds in 1963 het volledig lidmaatschap in het vooruitzicht stelde. Dertig jaar later bestaat er nog geen uitzicht op toetreding.

“In Turkije heerst onvrede over dit uitstel. Gezien de gevoelige positie waarin Turkije zich bevindt door zijn geografische ligging, zal verder uitstel van het EU-lidmaatschap deze onvrede alleen nog maar doen toenemen. Turkije vindt het moeilijk de houding van het Westen, welks visies zij deelt en waarmee zij in hetzelfde bondgenootschap al 45 jaar dezelfde waarden verdedigt, te begrijpen.”

De straten voor en achter de Turkse residentie aan de Prinsessegracht in Den Haag zijn al maandenlang afgezet. De beveiliging tegen Koerdische terroristen irriteert de ambassadeur. “Maar we zullen met terrorisme moeten leven in Europa”. En, wetend dat men terrorisme in Turkije als handicap voor een EU-lidmaatschap ziet, zegt hij: “Madrid zit toch ook met de ETA en Londen met de IRA. Dat vormde toch ook geen belemmering voor hun toetreding.”

De Europese Commissie is van mening dat Turkije “zich nog niet als lidstaat zou kunnen handhaven”. Het Economisch en Sociaal Comité van de EU concludeert in een rapport overigens wel dat men Turkije niet mag blijven confronteren met “steeds weer nieuwe onderzoeken en op vooroordelen berustend wantrouwen”. Maar ook dit comité zegt uiteindelijk niet dat het land derhalve maar snel lid moet worden.

Ambassadeur Çelikkol vindt dat er nu wel genoeg is onderzocht. “In de periode van de koude oorlog vormde Turkije een belangrijke verdedigingsgordel voor het Westen. Vooral door de verwarrende situatie in het zuiden van de voormalige Sovjet-Unie, op de Balkan en in het aan Turkije grenzende deel van het Midden-Oosten is sinds de ineenstorting van het Sovjet-rijk het strategisch belang van Turkije in de regio nog groter geworden.”

Het argument van de Europese Commissie dat Turkije economisch een lidmaatschap nog niet aankan, dat de economie zou bezwijken, veegt hij onverbiddelijk van tafel. “Er zijn landen in de EU, wier economie slechts berust op toerisme, wat handel en wat scheepvaart. Als zo'n land niet bezwijkt dan zal dat met de Turkse zeker niet gebeuren, want onze grotendeels op industrie gebaseerde economie is veel sterker.”

Het is duidelijk dat hij het over Griekenland heeft, maar de diplomatieke mores eisen dat hij de naam van dat land niet noemt. Het is ook dit land, zo kan men uit zijn woorden opmaken, dat in Turkse ogen de toetreding tot de EU vertraagt. Maar zouden andere landen zich niet achter deze Griekse façade verschuilen? Zijn antwoord: “Vele van mijn collega's hier zeggen dat ook. Het kan zijn, maar voorlopig is het verzet van dit land wel voor iedereen zichtbaar en maakt dat het andere landen makkelijker.”

Nederland is in Turkse ogen binnen de EU het meest Turkije-vriendelijke land. “Het is niet omdat ik hier ambassadeur ben en dat je dan altijd vriendelijke dingen over je gastland zegt, maar woorden schieten te kort om de goede relatie te beschrijven. Die is werkelijk heel 'close'; er bestaat geen enkele belemmering om wie ook te spreken te krijgen in de regering, in het parlement of waar dan ook in het land.” In Turkije is men ook tevreden over de wijze waarop Turken in Nederland worden behandeld. Volgens de cijfers van de ambassade zijn dat er 220.000, plus 20.000 illegalen. Verder zijn er circa 30.000 Turkse met een Nederlands paspoort.

“Al deze mensen vormen een sterke brug met Turkije, net als de 180.000 Nederlanders die dit jaar als toerist in Turkije zijn geweest. “En dat ondanks de PKK-propaganda”, de Koerdische terroristen. Maar het harde optreden van het Turkse leger tegen de Koerden en ook de moorden op journalisten maken veel mensen ongerust over de democratie.

De ambassadeur zegt dat wat er gebeurt, gericht is op het bewaren van de eenheid en om de bevolking te beschermen. “Elk land zou hetzelfde doen. Wij hebben samen als Turken en Koerden de Turkse staat gemaakt. Net zomin als je suiker nog uit je thee kunt halen, kun je die twee groepen van elkaar scheiden. Er wonen ook meer Koerden in het westelijke deel van het land dan in het deel waar de gevechten plaatsvinden. Meer dan honderd van de 450 parlementsleden zijn Koerden, er zijn drie ministers van Koerdische afkomst. Hoe kun je dan zeggen dat wij mensen van Koerdische origine discrimineren?”

Het Economisch en Sociaal Comité van de EU wees er onlangs op dat men niet, zo staat er, “op een starre manier” gefixeerd mag blijven op het onvolmaakt functioneren van de democratie in Turkije “zonder oog voor de historische ontwikkeling te hebben”. De eerdere toetreding van Finland, Zweden, Noorwegen en Oostenrijk valt te verdedigen doordat het westerse economieën zijn. Maar Middeneuropese landen toelaten, zonder Turkije, dat reeds dertig jaar geassocieerd lid is, in dat rijtje op te nemen, is moeilijk uit te leggen.