Diefstal ernstiger dan verkrachting

Ze was Columbiaanse of Boliviaanse en veertig jaar. Op een zomerdag stal ze een nachtpon en een jurk bij de Hema. Ze werd gepakt en de rechter veroordeelde haar tot vier weken gevangenisstraf. Hij was een stuk jonger en geboren in Amsterdam. Op een dag kreeg hij ruzie met een vrouw. Of het zijn zus, zijn vriendin of buurvrouw was, vermeldt de geschiedenis niet. In elk geval heeft hij de vrouw geschopt en geslagen. Ze kreeg een perforatie in haar oor en kon sindsdien aan de linker kant niet meer horen. Ook hij werd gepakt en vervolgens veroordeeld: duizend gulden boete en een maand voorwaardelijk legde de rechter hem op.

Zomaar twee van de zaken die deze week spelen bij het Amsterdamse Gerechtshof. Het Hof aan de Prinsengracht behandelt de zaken waarvoor een verdachte of de officier van justitie in hoger beroep gaat. Elke week week wordt er een stencil gemaakt waarop de zaken die voorkomen kort worden aangegeven. Diefstal van vijftien rollen textiel en een Renault: vier maanden. Poging iemand van het leven te beroven door met verhoogde snelheid op slachtoffer in te rijden: twee maanden. Soms zijn de verhaaltjes iets langer. Zoals dat van de Alkmaarse directeur van de gemeentelijke kredietbank die een gift aannam van een vrouw: “De vrouw gaf toe dat zij zijn ontblote geslachtsdeel betastte en dat zij hem het hare liet bevoelen. Als ambtenaar door misbruik van gezag tegenover een vrouw die zo'n lening nodig had, de lening afhankelijk gesteld van het betasten van zijn geslachtsdeel etc”: vrijspraak.

Als men de stencils over een aantal weken naast elkaar legt, ontstaat er een aardig beeld van de strafmaat zoals die door verschillende rechtbanken in en om Amsterdam worden opgelegd. Aan de ene kant zijn er de delicten tegen personen. Vrouw mishandeld: ƒ 300. Man geslagen en geschopt: twee weken. Negenjarig meisje meermalen verkracht en gedreigd “haar plassertje in brand te steken” als zij het aan haar moeder vertelde: twee maanden voorwaardelijk. En aan de andere kant zijn er de delicten tegen het bezit. De vrouw die de Bijstand tilde doordat ze verzweeg dat ze samenwoonde: vier maanden. De jongeman die betrapt werd op diefstal van een camera: vier maanden. En de woesteling die 's nachts containers in brand stak: vijf jaar.

'Openlijke geweldpleging tegen een plattegrond van kunststof' (vier weken) komt je op hogere straffen te staan dan het slaan van een scheur in de onderkaak van een persoon (ƒ 300 boete). Het stelen van een accu uit andermans auto (vier weken) kost meer dan het met je eigen auto onder invloed van alcohol toebrengen van blijvend hersenletsel aan een bromfietser (6 maanden voorwaardelijke ontzegging rijbewijs plus ƒ 2500).

“Als de strafmaat een spiegel is van wat wij in de maatschappij werkelijk vinden, dan is het met onze normen en waarden droevig gesteld”, zegt de mr. H. Verrijn Stuart. De Amsterdamse strafrechtdeskundige doet al jarenlang onderzoek de positie van vrouwen en geweldpleging in relaties. Daarbij constateerde ze dat er een vergaande 'psychologisering' van het strafrecht is opgetreden, waardoor geweld tegen personen consequent lager gestraft wordt dan geweld of misdrijven tegen bezit. “Door de overdosis aan psychologen en andere poppendokters die zich met het strafrecht zijn gaan bemoeien, zie je bij geweldsdelicten eenzelfde tendens onstaan als altijd bestaan heeft bij verkrachting: het slachtoffer wordt medeschuldig.” De meeste geweldsdelicten vinden plaats tussen personen die elkaar kennen.

Volgens Verrijn Stuart maakt het strafrecht zich steeds meer los van de maatschappelijke waarden die zij zegt te vertegenwoordigen. “Er onstaat een schrikbarend beeld van onze cultuur. De auto is onze heilige koe. Daarna komen de spulletjes van een ander. En wat volgens alle conventies en mensenrechtenverdragen het heiligst op aarde is, de integriteit van het menselijk lichaam, dat blijkt steeds minder waard te worden.”