De nieuwe kleren van Kennedy

Vandaag dertig jaar geleden, om half één lokale tijd in Dallas, stierf John Fitzgerald Kennedy aan zijn eigen ijdelheid. Hoewel de First Lady vreesde dat haar Jackie-look zou verwaaien, opteerde de president voor een tour per Cadillac convertible vanwaaruit hij de kiezers kon toewuiven. JFK zwaaide zichzelf stijlvol de geschiedenisboeken in. Onberispelijk in zijn kleding als altijd had hij zich vrijdagochtend 22 november 1963 gestoken in een triple-bar shirt, een zijden das en een strak 'cut to the bone'-maatpak, soepel genoeg om de kogels van zijn belagers zonder kleerscheuren door te laten.

De president was nog niet heengegaan of hagiografen zetten zich ijverig aan het optuigen van de Camelot-sage. De Kennedy's als de Amerikaanse variant van het presidentiële koningschap. Een familie “so glamorous and so exciting that it became a status symbol to support them”, zoals moeder Rose (103) ooit opmerkte. De American Dream in het Witte Huis: wat wilde de ontluikende tv-democratie nog meer? Jackie, de zorgzame echtgenote en moeder, een vrouw met goede smaak en gevoel voor kunst en cultuur. Jack, de denker, schrijver, redenaar, sportman, oorlogsheld en family-man, kortom de wereldleider 'who would make a difference' - tenminste, als Lee Harvey Oswald niet een Mannlicher-Carcano - besteld voor $21,45 bij het postorderbedrijf Klein's Sporting Goods in Chicago - op hem had leeggeschoten. Als deze officiële, zij het door velen aangevochten, lezing van de gebeurtenissen waar is, heeft Kennedy domweg pech gehad.

Oswald schoot met ruim twintig jaar oude munitie en hanteerde een antiek geweer van Italiaanse makelij dat wegens verregaande onbetrouwbaarheid onder wapenexperts bekend stond als het 'humanitaire geweer'.

Een recente enquête onder prominente historici en journalisten toonde aan dat het Kennedy-kaartenhuis wankelt. JFK werd “the most overrated public figure” in de Amerikaanse geschiedenis genoemd en cynici hielden het er zelfs op dat als JFK niet vermoord was, hij snel in zijn politieke graf zou zijn beland. Ben Bradlee, ex-hoofdredacteur van de Washington Post en een intimus van de familie, omschreef in zijn 'Conversations with Kennedy' de president als “ijdel, grof in de mond, kleinzielig, gierig, ongevoelig, kwaadaardig en extreem manipulatief”.

Tientallen jaren selectieve geschiedschrijving door publicisten uit de zogeheten Camelot School en de wetenschappelijk weinig kritische John F. Kennedy Library in Boston kunnen het tij niet meer keren. De Kennedy-familie heeft het journaille zien veranderen van brave bondgenoten in bijtgrage dirt-diggers. Kennedy's erotische escapades, waarmee hij zichzelf blootstelde aan gevaar voor ontdekking, strookten in geen enkel opzicht met de superieure wijze waarop de Kennedy's campagne voerden. Zij kochten zendtijd op televisie en organiseerden in Boston voor Jacks verkiezing tot senator in 1952 informele Tea Parties. Zo'n 75.000 mensen bezochten die bijeenkomsten, precies het stemmenaantal waarmee Kennedy zijn rivaal versloeg. Op de partijconventie in 1960 maakte de Kennedy-staf met krachtige walkie-talkies de radioverbindingen van de andere kandidaten onbruikbaar. Terwijl rivaal Hubert Humphrey tijdens de voorverkiezingen per bus door het land hobbelde - 'Over the Bump with Hump' - vloog Kennedy 110.000 mijl met een Convair van de gelieerde Ken-Air Corporation. Het presidentschap van de Verenigde Staten was voor zijn gedreven vader Joe Kennedy het dividend op zijn investering in het produkt JFK: “What's a hundred million if it will help Jack?”

De naam Kennedy staat inmiddels synoniem voor het nec plus ultra van de politieke manipulatie, een beeldvorming waartegen zelfs de public-relations-machine van Amerika's koninklijke familie niet is opgewassen. Senator Edward Kennedy, omstreden sinds 'Chappaquiddick' en in de beste familietradities evenzeer berucht om zijn copulatiedwang, verweert zich zelfs via de brievenrubriek van The New York Times tegen krenkende publikaties, een middel waartoe Jack noch Bobby zich hoefde te verlagen. JFK beloonde ieder Kennedy-vriendelijk bericht met een persoonlijke brief aan de schrijver, terwijl scribenten met een genuanceerder beeld van de werkelijkheid de wind van voren kregen. Zo werd astronaut John Glenn, net teruggekeerd van de eerste bemande ruimtevlucht, voor een gesprek met de president op een wachtlijn gezet, omdat Kennedy zijn handen vol had aan een verbale afranseling van een Time-verslaggever.

Dertig jaar na Dallas blijft Jack Kennedy de ongeslagen pr-president. Vergeleken bij Jack & Jackie worden Bill en Hillary gereduceerd tot de Thijs en Elske van de Amerikaanse politiek. Sullige lompheid waar de camera onmogelijk van kan houden. Toch was ook John Kennedy in zijn jonge jaren allesbehalve een groot communicator. Zijn voorkeur voor de gelikte pakken van het Italiaanse merk Kiton ontwikkelde hij pas na zijn huwelijk met Jacqueline Bouvier in 1953.

Jackie voorkomt nog weleens dat de senator op bruine schoenen en witte sokken het huis verlaat, maar al snel ontwikkelt Kennedy stijlnormen met de verbetenheid van een bekeerling. Hij beschikt over achttien maatpakken en verschoont op warme dagen wel zesmaal zijn kreukelige katoentjes. Zoals het een goed geklede Amerikaan betaamt draagt Kennedy z'n broeken naar Europese maatstaven veel te kort, een gewoonte die hem langer maakt dan zijn middelmaat rechtvaardigt. De Kennedy's verwerven zich de uitstraling van een Ralph Lauren-gezin avant la lettre, waarbij Jack zich eigenzinnigheden permitteert die niet passen in het handboek van de goede smaak. Zo sluit JFK zijn jasje met beide knopen en droeg hij hoeden slechts met grote tegenzin. Toen Kennedy voor een plechtigheid op Harvard verplicht een hoofddeksel moest dragen, wende hij in de Oval Office een middagje aan het gevoel.

Kennedy had oog voor detail; om zijn pols zat, geïnspireerd door Churchill, een elegant Jaeger Le Coultre horloge, een fijnzinniger uurwerk dan de logge duikklok van de huidige president. Ook ten aanzien van zijn medewekers eiste Kennedy de basics van de Bostonian-Look. Verscheen een adviseur vlak voor een tv-optreden in een nuffig pak, dan werd hij onverbiddelijk door Kennedy de kleedkamer ingestuurd. “Your suit doesn't make a statement.” Liever lijden dan concessies doen aan uiterlijk, zo luidde het devies. Kennedy achtte het ondanks de felle vrieskou van januari 1961 visueel geslaagder om zonder jas zijn monumentale Inaugural Address af te steken.

Kennedy was meer begaan met zijn fysieke verschijning dan met de noden van zijn kiezerskorps. Na een lauw ontvangen speech in de provincie vatte hij zijn voornemens voor na de verkiezingen bondig samen. “Well, that's over. Fuck the farmers after november.” Ook streepte hij soms principes af tegen welbegrepen eigenbelang. Zo ritselde hij daags voor het Cubaanse handelsembargo een lading Havanna-sigaren voor privé-gebruik. Zijn pathologische angst voor uiterlijke gebreken bereikte vlak voor de inauguratie-plechtigheid een hoogtepunt voor de kappersspiegel. Kennedy, verschrikt plukkend aan zijn vlezige wangen: “Als ik deze week geen vijf pond verlies, blaas ik de Inauguratie af.” Even later meldde de 'president-elect' zich bij een tandarts om zijn gebit te laten witten.

Zijn immer gebruinde gelaat dankte hij aan veelvuldig bezoek aan zijn buitenverblijf in Palm Beach en aan de hoogtezon in zijn werkkamer. Aanvankelijk experimenteerde JFK met de bruiningscrème Man Tan, daarna verkoos hij de betere Max Factor Creme Puff. Later zorgde het toenemende gebruik van pijnstillende corticosteroïden voor een 'natuurlijke' bruining. Kennedy's veel bezongen dikke lokken baarden hemzelf grote zorgen. Op het Witte Huis waren een kapper en een kleermaker stand-by. Niet alleen kregen fotografen geen kans om een slecht gecoiffeerde president te kieken, evenmin lukte het hun Kennedy brildragend vast te leggen. Kennedy kon uren in glossy-bladen turen naar zijn beeltenis, een zelfs voor politici zeldzame vorm van narcisme.

Kennedy's maniakale angst voor een faux pas bleef groter dan de vrees tijdens een speech over zijn woorden te struikelen. Als het even kon, kreeg Kennedy vragen onder ogen voordat hij ze in de openbaarheid moest beantwoorden. Mocht hij vastlopen, dan was er altijd nog de 'humor file', een vergaarbak passende slotzinnen en spetterende 'one-liners' die adviseur Ted Sorensen verzamelde en die Kennedy voor noodgevallen uit zijn hoofd had geleerd. Een kleine moeite voor JFK, die door intensieve training vijftienhonderd woorden per minuut las.

Door zijn strak geregisseerde persoonscultus gaf Kennedy de American Dream een onvergetelijk gezicht. Een onbereikbaar ideaal voor de huidige bewoner van het Witte Huis. Bill Clinton zal nooit uit de schaduw treden van zijn jeugdidool, ook al heeft zijn beleid meer substantie dan de wazige New Frontier-retoriek van Kennedy. “It doesn't matter who you are”, vatte vader Joe de crux van de Kennedy-formule ooit samen, “but what people think you are”.

    • Jort Kelder
    • Yvo van Regteren Altena