David Sylvian kijkt af en toe even de zaal in

Concert: David Sylvian & Robert Fripp. Gehoord: 21/11 Carré, Amsterdam. Herhaling: 22/11 Carré, Amsterdam; 24/11 Frits Philips, Eindhoven; 25/11 Oosterpoort, Groningen.

De Engelsman David Sylvian, ooit zanger van de groep Japan, heeft een trouw publiek. Degenen die gisteravond in Carré naar hem kwamen kijken, waren gezien hun leeftijd fans uit zijn begintijd. Daaruit blijkt ook dat Sylvian er de laatste jaren niet in is geslaagd nieuwe liefhebbers te bereiken.

De cd's die Sylvian uitbracht na het uiteenvallen van Japan werden steeds atmosferischer. De zang was tot een minimum beperkt en de nummers hadden een soundtrack-achtige opbouw. Het onlangs verschenen The First Day, gemaakt met gitarist Robert Fripp, lijkt een terugkeer naar de traditionele 'song'. Sylvians gemaniëreerde stem is weer op de voorgrond en zingt coupletten en refreinen. Fripps expansieve maar robuuste gitaarspel behoedt de nummers nu voor al te grote zweverigheid.

Dat deze meester van het loeiende gitaargeluid bij het optreden in een donker hoekje ging zitten, was misplaatst bescheiden. Vooral om dat er bij de muzikanten die wel in het licht stonden weinig expressie viel waar te nemen. Sylvian is in zijn lichaamstaal beperkt. Hij zit mechanisch te spelen achter een keyboard of staat stokstijf bij de microfoon. Dat hij af en toe de zaal in keek, was het enige teken dat hij zich bewust was van waar hij zich bevond.

Meer dan bij het luisteren naar de cd, viel hierbij de eenvormige dynamiek op van de songs. Het zijn rustige composities met lang doorklinkende bastonen en economische drumpartijen. Sylvian, wiens stem lijkt op die van Bryan Ferry maar dan zonder diens gedrevenheid, zingt beschaafd en enigszins binnensmonds. Het klonk allemaal zo ingehouden dat het bijna moedwillig leek. Alsof Sylvian ieder extravagantie wilde vermijden. Zo was ook het toneelbeeld in sober zwart, zonder uitvoerige lichtshow en met een bescheiden achtergrond: transparante beelden van gestileerde peulvruchten.