Cyrano in New York met meer pathos en vocaal spektakel

NEW YORK, 22 NOV. De Nederlandse acteur Bill van Dijk, die nu in New York de hoofdrol speelt in de musical Cyrano, speelt als Cyrano de rol van zijn leven. Dat deed hij vorig seizoen ook al in de Nederlandse versie, maar zijn zangstem is voller geworden en zijn aanwezigheid op het toneel trekt nog meer dan vorig jaar de aandacht. Zijn spotternijen zijn overrompelender geworden en zijn tragiek heeft meer pathos gekregen. Daarvan heeft hij criticus Ben Brantley van de New York Times echter niet kunnen overtuigen. Brantley schrijft dat Bill van Dijk eerder een charmante flierefluiter is wiens verdriet “zo groot als zijn neus” hem ongeloofwaardig voorkomt. Meer lof heeft de criticus voor Anne Runolfsson als Roxane, die in Nederlandse ogen aan vocaal spektakel en expressiviteit de voorrang geeft boven de onschuldige zuiverheid die Rian van den Akker in Nederland aan de rol gaf.

Meer nog dan de individuele prestaties van het verbluffend energieke ensemble telt de totaalindruk: de enscenering van Eddy Habbema, die hier de flair van de showman combineert met de finesse van een toneelregisseur, de gefilterde belichting van Reinier Tweebeeke, de door Yan Tax aangeklede schuttersstukken vol Franse praalhanen en de soepel in- en uitschuivende toneelbeelden van decorontwerper Paul Gallis. Het is allemaal grootser en exuberanter en met nog meer technisch vernuft geproduceerd dan in Nederland, maar de intimiteit van het liefdesdrama is in het spektakel grotendeels bewaard gebleven. Voor zover de musical toch is veramerikaniseerd, blijkt dat vooral uit de manier waarop iedere emotie zo duidelijk mogelijk wordt onderstreept. Over de momenten waarop kan worden gelachen of geapplaudiseerd, is nu geen enkel misverstand meer mogelijk. De zangnummers eindigen bij voorkeur met een lange noot die met alle kracht wordt gezongen - een wondermiddel dat zijn uitwerking al eeuwenlang niet mist.

De eerste kritieken - recensenten konden vanaf donderdag de previews bijwonen - kwamen gisteravond al binnen toen de gasten - onder wie ook Rudolph Guiliani, de komende burgemeester van New York - nog maar net over een rode loper de straat van het Neil Simon Theater hadden overgestoken om in een ballroom van imposant formaat de 'opening nightparty' bij te wonen. De eerste editie van de New York Times, vaak doorslaggevend voor het lot van Broadway-produkties, arriveerde al een paar minuten na tien uur en werd in kleine groepjes bij de ingang woord voor woord voorgelezen. Een kwartier later verscheen Joop van den Ende om, na bliksemberaad met de Amerikaanse publiciteitsagent, commentaar te leveren - ietwat pips ogend onder de belangstelling van Nederlandse tv-camera's (NOS en RTL), maar zich al spoedig vermannend. Er lagen, zei hij, drie scenario's klaar: bij juichende kritieken kon het reclamebudget worden teruggedraaid, bij negatieve zou er alleen nog heel voorzichtig worden gepoogd om de show in leven te houden en voor gemengde kritieken was een extra publiciteitsbudget voorradig. Dat moet nu worden aangesproken. Naast de New York Times reageren ook de - veel minder invloedrijke - kranten USA Today en de New York Post gematigd op de Nederlandse verrichtingen. Uitgesproken positief is tot dusver alleen de Wall Street Journal.

Van den Ende trok de conclusie dat het bewerken van een klassiek toneeldrama tot een musical bij de Amerikaanse critici de wenkbrauwen heeft doen fronsen: “Wat wij in Nederland al lang kennen van Dirk Tanghe met Shakespeare, daar zijn ze op Broadway misschien nog niet aan toe. Je merkt dat de man van de New York Times daarmee heeft zitten worstelen terwijl het vorig jaar voor de Nederlandse critici geen enkel punt is geweest”. Uiteindelijk overheerste bij Van den Ende de opluchting dat zijn produktie nergens voluit was afgekraakt. In de huidige situatie moet het, meent hij, mogelijk zijn om Cyrano voorlopig te laten doorspelen. Na eind december is de verdere levensloop afhankelijk van de mond-tot-mond-reclame. Een spookbeeld voor alle betrokkenen is dat de Broadway-produktie wegens gebrek aan succes zou moeten worden afgebroken voordat theater Carré in Amsterdam volgend jaar maart vol trots een maandenlange reeks voorstellingen van een nieuwe Nederlandse versie presenteert. “Dat zou voor ons wel eens een ernstige terugslag kunnen betekenen”, adus Carré-directeur Bob van der Linden.

Van den Ende wil daarvan nog niet horen. “Ik weet het natuurlijk niet zeker”, zei hij rond middernacht, “maar ik denk dat ik het red”. Om hem heen werd op dat moment, mede dankzij bijdragen van Philips, Heineken, de KLM en Bloemenveiling Aalsmeer, nog onbekommerd gegeten en gedronken.

    • Henk van Gelder