Bloemetjesbehang vanzelf kunst als Fuchs en Hoet spreken

AMSTERDAM, 22 NOV. Jan Hoet, conservator van het Museum Hedendaagse Kunst in Gent en voormalig artistiek leider van de laatste Documenta, bereidt in stilte een actie voor om alsnog het Casino van zijn stad in bezit te nemen als museum voor moderne kunst. Op het laatste moment trok het Gentse gemeentebestuur wegens geldgebrek zijn belofte in. Wat Hoet precies op touw zet, mag niemand weten. “Maar ze zullen me in Gent zeker ontslaan, daar zijn mijn eisen wel naar”. En dan? Na dat ontslag? Zou Hoet, nu Wim Crouwel binnenkort als directeur afscheid neemt, voelen voor het leiderschap van Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam? “Ik heb niet gesolliciteerd, dat moest binnen twee weken.... Vergeten, niet aan gedacht. Maar als ze me vragen, zeg ik ja.”

Dat verklaarde Hoet zaterdagavond na afloop van een tweespraak met Rudi Fuchs, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. In Cultureel Centrum De Brakke Grond in Amsterdam zouden zij van gedachten wisselen over 'Hedendaagse kunst in een museum?' Hoe terughoudend of vooruitstrevend moet een museum op de eigentijdse kunstproductie reageren? De zaal was meer dan uitverkocht. Veel bezoekers volgden de voorstelling elders in het gebouw op een beeldscherm. Wat het decor betreft had men gekozen voor eenvoud. Een ingelijst stuk bloemetjesbehang aan de wand was “door de context waarin het nu hangt” kunst geworden, meende Hoet.

Beide heren onderhielden het publiek bijna twee uur lang ononderbroken met ditjes en datjes en persoonlijke wapenfeiten. Hoet: “Mijn Documenta was de drukst bezochte.” Fuchs, die elf jaar geleden verantwoordelijk was voor de Documenta: “Ik leidde de laatste orale Documenta; na mij gaat alles per fax.”. Hoet: “Rudi zie ik als directeur van het Louvre en mezelf als directeur van het Petit Palais, of....”, half binnensmonds, “van het Grand Palais”.

Er was weliswaar een gespreksleider, de Belgische filosoof Willem Elias, van wiens hand onlangs het lijvige boekwerk Tekens aan de wand/Hedendaagse stromingen in de kunsttheorie is verschenen, maar hij werd gedegradeerd tot onderdeel van het decor en zat de rit stilletjes en wat beteuterd uit. Fuchs en Hoet voelden beiden haarfijn aan dat je met wijsgerige bespiegelingen geen volle zalen trekt. “Nederlanders zijn geen filosofen, ik althans niet”, begon de in driedelig grijs gestoken Fuchs de voorstelling. Hij ziet zijn werk meer als “een praktische aangelegenheid” en beschouwt het niet als zijn taak om zijn museumbeleid te legitimeren. Het maken van een tentoonstelling is als het schrijven van poëzie. Of eigentijdse kunst nu wél of niet in een museum thuishoort, kwam niet aan de orde.

Halverwege het gesprek leek Fuchs opnieuw een 'Redt Hoet'-actie te willen ontketenen. Een aantal Nederlandse museumdirecteuren heeft onlangs per brief bij de gemeente Gent gepleit voor Hoets nieuwe museum. “We zouden de culturele betrekkingen met Vlaanderen moeten verbreken”, hield Fuchs zijn gehoor voor. Vanuit de zaal klonk een keurig, instemmend applaus.