Bij Svetlanov heeft de late Mahler een milde, stil berustende gloed

Concert: Residentie Orkest o.l.v. Jevgeni Svetlanov. Programma: G. Mahler: Negende symfonie. Gehoord: 19/11 Dr. Anton Philipszaal den Haag. Herhalingen: 23/11 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht; 25/11 Muziekcentrum Frits Philips Eindhoven.

Bij zijn officiële aantreden als chef-dirigent van het Residentie Orkest op een gala-concert in februari dirigeerde Jevgeni Svetlanov Mahlers Zesde symfonie. Dezer dagen, tussen nogal naïef samengestelde concertprogramma's over 'de zee' en 'vogels', dirigeert Svetlanov Mahlers Negende symfonie, de laatste die de componist voltooide. De uitvoering wordt ook live vastgelegd op cd.

Svetlanov ging destijds bij de Zesde symfonie net niet tot de bodem van deze onthutsende symfonie die men kan interpreteren als de uitbeelding van een catastrofe. De verwoestende mokerslagen hadden nòg doffer en verpletterender mogen klinken. In de Negende en in de onvoltooid gebleven Tiende symfonie hoort men in heftige woelingen nog de echo's daarvan, al eindigen ze in berusting. Leonard Bernstein beluisterde in de slotmaten van de Negende de laatste hartekloppen van een stervende.

Bij Svetlanov klinken het lange eerste deel èn het slot-adagio vooral als de aankondiging van een welwillend aanvaarden van het rusten in vrede. De dirigent vertolkt ze met een milde gloed, minder expressief schril en desolaat als mogelijk is. De uitstraling is hier - kennelijk welbewust - veel esthetischer dan in de nogal ruig uitgevoerde Zesde. Niettemin schrijnt de doodsstrijd af en toe wel degelijk in de schaarse 'kale' strijkers en in dissonante blazerspassages. Juist door die contrasten maken ze dan even extra indruk.

Net als in die langzame hoekdelen hield Svetlanov in de twee bedrieglijk gemoedelijke middendelen met ijzeren consequentie vast aan het eenmaal streng naar de aanwijzingen gekozen basistempo. Zo was het Im Tempo eines gemächlichen Ländlers langzamer en lomer dan gemeenlijk en het Rondo Burleske sneller, met een bijzonder geagiteerd profiel.

Ook in het slotdeel was het vaste tempo mede bepalend voor het uiteindelijk indringende resultaat dat vooral in de opbouw van het geheel het indrukwekkendst was. Op wat kleine onregelmatigheden na speelde het Residentie Orkest precies zoals Svetlanov dat wilde.