Akkoord over uittreding in havens

ROTTERDAM, 22 NOV. Werkgevers en vakbonden hebben afgelopen weekeinde overeenstemming bereikt over een regeling voor vervroegd uittreden voor werknemers in de havens van Rotterdam, Amsterdam, Vlissingen, Terneuzen, IJmuiden en Scheveningen. Het akkoord houdt in essentie in dat de bestaande VUT geleidelijk wordt afgeschaft en wordt vervangen door een individueel uittredingsrecht vanaf zestig jaar.

Bij wijze van overgangsregeling is afgesproken dat werknemers die zijn geboren in de periode vóór 1942 de komende jaren vervroegd kunnen uittreden op 55-jarige leeftijd met een uitkering van 85 procent van het loon. Verder is afgesproken dat de werknemers die zijn geboren in de jaren 1942 tot en met 1949 op 60-jarige leeftijd kunnen uittreden met een uitkering van 80 procent van het loon. Ten slotte is overeenstemming bereikt over de uitgangspunten voor een nieuw pensioensysteem dat voor de jongere werknemers voorziet in een individueel uittredingsrecht vanaf het bereiken van de 60-jarige leeftijd.

De uittredingsregelingen kosten ruim 600 miljoen gulden, waarvan ruim 100 miljoen wordt opgebracht door de werknemers, ruim 200 miljoen door de werkgevers en de rest wordt gefinancierd uit de reserves van het pensioenfonds.

De bonden spreken van “een historisch sociaal plan”, waarin voortzetting van het in 1989 overeengekomen beleid van geen gedwongen ontslagen in de havens gegarandeerd zou zijn. Zij hechten veel waarde aan het akkoord omdat de verwachting is dat de komende decennia meer dan een derde van de huidige 12.000 arbeidsplaatsen in de goederenoverslag in de Nederlandse havens zal verdwijnen. De bonden zullen het akkoord met positief advies voorleggen aan hun leden, die er uiteindelijk eind december hun oordeel over zullen vellen.