Aardverschuiving in Italiaanse politiek

ROME, 22 NOV. “Vanaf vandaag verandert heel de Italiaanse politiek.” Het was een beetje retoriek, die juichende verklaring waarmee Achille Occhetto, leider van de ex-communistische Democratische Partij van Links, tegen elf uur gisteravond de eerste prognoses begroette. Maar ook al waren de verkiezingen van gisteren lokaal en tussentijds, zij suggereren een politieke aardverschuiving als er nu parlementsverkiezingen zouden worden gehouden.

Het scenario van de afgelopen maanden moet worden herschreven. Van veel kanten is betoogd dat Italië na de corruptieschandalen in de richting van een politieke driedeling ging. De protestpartij Lega Nord zou onaantastbaar zijn in het noorden, de PDS zou zich handhaven in het centrum van het land en het christen-democratische netwerk van clientèle zou in het zuiden standhouden. Gisteren is gebleken dat de Lega Nord niet onstuitbaar is en dat de christen-democraten ook in het zuiden voor hun overleven moeten vechten.

Dat laatste is de grootste verrassing. Volgens de prognoses zit de christen-democratische partij in Palermo op tien procent. Drie jaar geleden was dat nog bijna vijftig procent. In Napels is zij in een jaar van rond de dertig naar ruim zeven procent gedaald, in Rome in een jaar van 27,5 naar ruim negen procent. Dat de partij de centrale rol die zij 45 jaar lang heeft gespeeld zou moeten opgeven, was al lang duidelijk. Maar dat zij zulke zware klappen krijgt hadden maar weinig mensen verwacht.

De oorzaak ligt voor een deel in het nieuwe kiessysteem. Voor het eerst kunnen de Italianen direct hun burgemeester kiezen, met een tweede ronde als niemand meteen een absolute meerderheid behaalt. Dat werkt polarisatie in de hand en de traditionele centrumpartij komt daarbij klem te zitten. “Het centrum bestaat niet meer”, zei Occhetto gisteren. “De katholieke kiezers moeten voortaan kiezen of zij zich bij links of bij rechts aansluiten.”

Maar de hoofdoorzaak ligt bij het gebrek aan vernieuwing binnen de partij. Partijleider Mino Martinazzoli is teruggeschrokken voor radicale stappen, bang om de machtig geachte oude politici uit het zuiden van zich te vervreemden - die vermeende macht is overigens gisteren doorgeprikt. De christen-democraten zijn er niet in geslaagd sterke, aansprekende kandidaten te vinden.

Het is niet ondenkbaar dat de partij probeert naar rechts op te schuiven om daar een nieuw gezicht te vinden. Een deel van de christen-democratische stemmers in Napels en Rome is overgelopen naar de neo-fascistische partij, die wel een duidelijk contrast biedt met de kandidaten die worden gesteund door brede linkse coalities. De neofascisten zijn volgens een oude traditie de proteststem van het zuiden aan het worden. Partijleider Gianfranco Fini en Alessandra Mussolini roepen weinig associaties op met oude fascisten, meer met een modern en populistisch rechts. Fini zei gisteravond: “Vaarwel DC, wij zijn het alternatief geworden voor links.”

Dat geldt dan ten zuiden van Florence. In het noorden blijft de Lega Nord de grootste partij. Maar toch lag er een schaduw over het gezicht van partijleider Umberto Bossi. De Lega is de grootste partij in Venetië en Triëst en de tweede in Genua, maar het ziet ernaar uit dat zij na de tweede ronde over twee weken met lege handen zit. Het is een groot verschil na de juichstemming in juni, toen de Lega Milaan en een groot aantal andere gemeenten in het noorden veroverde.

Dat de wals van de Lega tot staan is gebracht heeft twee oorzaken. De partij heeft zo fel naar alles en iedereen uitgehaald dat niemand er een coalitie mee wil sluiten. In het hart van Legaland, de regio Lombardije, is de partij zo sterk dat dit geen probleem is. Maar meer aan de rand van het noorden wordt het moeilijker op eigen kracht een absolute meerderheid te halen.

Een andere oorzaak is het gebrek aan kader. De Lega, die in een paar jaar tijd vanuit het niets de grootste partij van het noorden is geworden, heeft gebrek aan goede mensen. Tekenend is dat volgens de prognoses de Lega als partij in Venetië, Triëst en Genua meer stemmen heeft behaald dan haar kandidaat-burgemeester, een verschil van twee tot vier procent.

Achille Occhetto probeerde zijn PDS gisteravond uit te roepen tot de grote overwinnaar. In al de grote steden staat de kandidaat die door de PDS werd gesteund, er het beste voor, en in Palermo behaalde Leoluca Orlando zelfs een monsteroverwinning. Occhetto's vreugde is begrijpelijk, maar niet helemaal op zijn plaats. Alleen in Napels en in Venetië zijn de koplopers ook lid van de partij zelf, en in beide gevallen gaat het om mensen die vaak overhoop liggen met de officiële partij. In Palermo, Triëst, Genua en Rome komen de koplopers uit andere linkse groepen. De uitslag van gisteren is minder een teken van kracht van de PDS dan wel een bewijs dat links (Groenen, communistische hardliners, soms wat resten van de socialistische partij en allerlei lokale progressieve groepen) beter de noodzaak van alliantievorming onder het nieuwe systeem heeft onderkend. De PDS zelf heeft de afgelopen maanden weinig vernieuwing gebracht in de Italiaanse politiek.

Het is nog onduidelijk of van de lokale verkiezingen van gisteren een nieuwe impuls voor vervroegde verkiezingen uitgaat. Misschien zal de Lega iets meer tijd willen nemen om zich te organiseren, gezien het feit dat voor Kamer van afgevaardigden en Senaat ook onder nieuwe regels zal worden gestemd, met in elk district kandidaten die moeten proberen een meerderheid (geen absolute) te krijgen. De christen-democraten zullen alleen nog weer willen afremmen. Maar het is overduidelijk geworden dat de oude machthebbers weinig recht van spreken meer hebben.