Zojuist verschenen

C.A. van Peursen: Ars inveniendi. Filosofie van de inventiviteit, van Francis Bacon tot Immanuel Kant 236 blz., Kok Agora, ƒ 45.-

De kunde van het uitvinden, ontdekken, ontcijferen, kortom van de inventiviteit kan in drie perioden worden verdeeld: die van de ciceroniaanse traditie, tot omstreeks 1600, waarin de aandacht zich vooral richt op de retoriek. Vervolgens de tijd van Bacon tot Immanuel Kant, die het gehele gebied van wetenschappelijke kennis omspant. Tenslotte de periode waarin het creatieve menselijke vermogen de boventoon voert. Van Peursen, oud-hoogleraar wijsbegeerte, richt de aandacht vooral op de tweede periode en slaagt erin zijn inzichten ook aan niet-ingewijden duidelijk te maken.