Wenen heeft weer een joods museum

WENEN, 20 NOV. Wenen heeft weer een joods museum. Vijfenvijftig jaar nadat de nazi's het sinds 1897 bestaande joodse museum in Wenen - het eerste in de wereld - sloten, werd deze week onder grote publieke belangstelling een nieuw joods museum geopend.

Teddy Kollek, tot voor kort burgemeester van Jeruzalem, prees de opening van het museum als een “bewijs dat de nazi's hun doel, de joden uit te roeien, niet hebben bereikt”. Bondskanselier Vranitzky, die op reis is in Latijns Amerika, stuurde ter gelegenheid van de opening een boodschap waarin hij de joodse bijdrage aan de reputatie van Oostenrijk “als een van de cultuurnaties van Europa” prees.

In Wenen woonden ooit 200.000 joden, die een belangrijk stempel drukten op het culturele en openbare leven van de stad. Na 1938 wisten de nazi's de sporen van de joodse cultuur in Wenen zo goed als volledig uit en werd de joodse gemeenschap verdreven of vermoord. Pas sinds kort is sprake van een duidelijke opleving. Het aantal geboorten en immigranten in Wenen overtreft het aantal sterfgevallen en emigranten in de joodse gemeenschap. Op het ogenblik zijn bij officiële joodse organisaties in Wenen zesduizend joden geregistreerd; ze hebben crèches, lagere en middelbare scholen, koren, synagoges en nu ook een museum, ook al staat dit alles in geen verhouding tot het belang van de joodse cultuur in de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Het museum opent met een aantal speciale tentoonstellingen, één over Sigmund Freud, een andere met voorwerpen uit het joodse verleden onder de titel 'Teitelbaum woonde hier'. In 1938 vermeldde het Weense telefoonboek zestien Teitelbaums; op het ogenblik komt die naam niet meer in het Weense telefoonboek voor. (AP)