Opinie

    • Youp van ’t Hek

Sterver

Afgelopen donderdagavond speelde ik een heerlijke voorstelling in het Roterdamse Theater Zuidplein. Dat theater ligt verstopt tussen miljoenen kilo's opgespoten beton en zelden heb je zoveel lelijkheid bij elkaar gezien.

Onder het toneel is een parkeergarage, door de artiestenfoyer loopt een carpoolstrook en tijdens de show rijdt er regelmatig een stadsbus over het podium. De busbaan loopt nou eenmaal zo.

Als je het zaallicht uit doet en je vertelt gewoon wat je op dat moment te vertellen hebt tegen zeshonderd leuke Rotterdammers die ook niet voor zoveel treurigheid gekozen hebben valt het allemaal mooi mee. Wat me alleen irriteert is het feit dat de financiers, projectontwikkelaars en architecten in riante optrekjes in het rustieke Blaricum, het vluchtelingloze Wassenaar of het kapitaalprettige Noordwijk wonen en niet tussen de door hen zelf geplaatste bunkers.

De voorstelling ging een beetje tussen hemel en aarde. Een zweefavond. Daar heb je er maar een paar van in een seizoen en het is niet uit te leggen hoe dat komt. De zaal wil, ik wil en op de een of andere manier valt alles precies op zijn plaats. Het eindapplaus was een warme douche en mijn buiging was diep voor al die mensen die een paar minuten later weer in de intens treurige parkeergarage zouden lopen zoeken naar hun Vectra.

Niet te lang blijven hangen omdat ik dit stukje wilde schrijven over mijn welp zijn bij de St. Olavgroep in Naarden, de intocht van Sinterklaas en alle welpen met een fakkel in een bootje van de zeeverkenners. We escorteerden de stoomboot van de goedheiligman en samen met duizenden vetpotjes op de wallenkanten van het historische stadje was dat een prachtig schouwspel. Na afloop liep ik tussen mijn ouders in naar de auto en kakelde nog honderduit over al het gebeurde toen er opeens een deur van een huis open ging en een mevrouw gilde: “Kennedy is vermoord. President Kennedy is vermoord.” Voor ik het wist stonden alle deuren in de Peperstraat open en was iedereen op straat, radio's stonden hard en mijn moeder huilde. Dat laatste zal ik nooit vergeten. Ik was negen en begreep er niets van.

Toch is het leuk dat iedereen weet wat-ie deed op het moment dat hij of zij hoorde dat Kennedy vermoord was. Henk van Gelder heeft daar zo'n leuk boekje over geschreven. Het blijft een van de meest historische gebeurtenissen en het lijkt net of die tijd überhaupt leuker was. De Cuba-crisis, John Glenn die als eerste astronaut om de aarde ging, de Russen dreigden, de Beatles kwamen en de Stones en de VPRO en Dolle Mina en de Maagdenhuisbezetting en...

Was het inderdaad leuker of word ik gewoon een saaie lul? Dat mijmerde ik toen we de Maastunnel in zouden rijden en er voor de BMW voor ons een man de voorruit uit de auto sprong. Net zo Adriaan als Venema. Geen zin meer. Zelfmoord dus. Volledig uitgeteld lag hij in een gruwelijke houding op het steenkoude wegdek. Een uitgetelde zwerver met een touw om zijn vlekkerige broek, zijn blote voeten in goedkope sportschoenen, zijn gebroken benen onder de vieze korsten en schimmels, zijn ogen nog open en bloed drupte uit zijn oor. Hij ademde nog en dat was juist wat hij niet meer wilde. De politie en ambulance lieten tergend lang op zich wachten en in zo'n situatie lijkt een kwartier al gauw een uur, maar het indrukwekkendste was het verkeer dat doorreed. Aan de ene kant was het goed dat er niet zo'n haag van beterwetende EHBO'ers om de man ging staan kakelen, maar dit was toch ook wel erg karig sterven. Bij vier graden onder nul aan de ingang van de Maastunnel in het bijzijn van een cabaretier, die het zelf wel lekker vond gaan die avond, je ogen sluiten. Dus toen de zaal hard brulde van het lachen doolde de man honderd meter verder bij de tunnel op zoek naar de goeie plek om uit het leven te springen. Ik hoop voor de man dat het ademen inmiddels gestopt is en misschien krijgt hij nu de kans om aan Kennedy te vragen: “Zeg John. Leven! Wat was dat nou precies?”

    • Youp van ’t Hek