Spanje is terreur in vroegere kolonie zat

In Equatoriaal Guinea, de voormalige kolonie van Spanje aan de Afrikaanse westkust, gaan morgen de stembussen open. Voor de tweede maal sinds de vijfentwintigjarige onafhankelijkheid worden in het ministaatje met 350.000 inwoners verkiezingen gehouden. Over de winnaar bestaat geen enkele twijfel: de president, opperbevelhebber en partijleider Teodoro Obiang zal tachtig en misschien wel negentig procent van de stemmen in de wacht slepen.

MADRID, 20 NOV. Het bewind van Obiang en diens Partido Democrático de Guinea Equatorial (PDGE) geldt als een van de bloedigste en corruptste regimes in Afrika. Van zes leden van de oppositie is zeker dat ze de afgelopen tijd onder verdachte omstandigheden om het leven zijn gekomen. Alle belangrijke oppositiepartijen boycotten dan ook de verkiezingen. Gevreesd wordt voor het leven van de tweeduizend inwoners van Annobón, een geïsoleerd eilandje in de Atlantische Oceaan, op ruim 600 kilometer van de hoofdstad Malabo. Sinds enkele maanden is van de eilandbewoners taal noch teken vernomen.

De verkiezingen spelen zich af in een sfeer van geheimzinnigheid. Internationale waarnemers zijn niet toegestaan, visa worden niet verstrekt en een Spaanse journalist van het dagblad El Mundo die wel door de bureaucratische netten had weten te slippen kreeg afgelopen woensdag het bevel het land te verlaten.

Diplomatieke vertegenwoordigers van Spanje, Frankrijk, de Verenigde Naties en de VS hebben inmiddels officieel geprotesteerd tegen de manier waarop de oppositie wordt geïntimideerd. De meeste oppositiepartijen boycotten de verkiezingen, die zij als een farce beschouwen. “Er is drie keer een kiezerslijst gepresenteerd”, zo verklaarde deze week oppositieleider Severe Moto. “En iedere keer stonden er alleen maar namen op van leden van de partij van Obiang en aanverwanten.” Het bewind is volgens hem dan ook simpel te omschrijven. “Je kunt dit niet eens een regime noemen. Het is een in de boom geklommen familie die alle kokosnoten opeet.”

Zonder risico's zijn deze uitlatingen niet, want met openlijke critici kan het slecht aflopen. In augustus van dit jaar stierf oppositieleider Pedro Motú in de cel. Zelfmoord, zo luidde de officiële doodsverklaring. Het lichaam werd echter niet vrijgegeven en dat leidde in oppositionele kring al snel tot de nodige gevolgtrekkingen. Motú was waarschijnlijk doodgemarteld, waarbij niet werd uitgesloten dat de dictator bepaalde lichaamsdelen van het slachtoffer had opgegeten. Het rituele bijgeloof van de stam fan Mbo-ba waartoe Obiang behoort wil nu eenmaal dat het nuttigen van bijvoorbeeld de testikels van een belangrijk tegenstander de eigen onoverwinnelijkheid bevordert.

Obiang nam in 1979 door een staatsgreep de macht over van zijn oom, Francisco Macás. Deze had de eerste verkiezingen in 1968 gewonnen, het jaar dat Equatoriaal Guinea onafhankelijk werd van Spanje. Macás' regering ontaardde al snel in een bloedige dictatuur die een onbekend aantal slachtoffers eiste. De herinnering aan de Macás-terreur is bij de bevolking van Equatoriaal Guinea de afgelopen jaren in snel tempo vervaagd door het schrikbewind van diens opvolger.

Onder leiding van de familie Obiang kreeg Equatoriaal Guinea de afgelopen jaren de twijfelachtige reputatie van vrijhaven voor drugshandel en het witwassen van geld. Zo werd in juli van dit jaar in Brazilië een nichtje van de president gearresteerd terwijl ze op betrekkelijk doorzichtige manier 32 kilo cocaïne het land uit trachtte te smokkelen. Aangezien zij de vrouw was van de ambassadeur van Equatoriaal Guinea in Spanje, was ze in het bezit van een diplomatiek paspoort. De ambassade in Madrid zou als een belangrijk distributiepunt voor de handel in verdovende middelen gelden.

Vanuit het land zelf druppelen voortdurend berichten naar buiten die wijzen op aanhoudende schending van de rechten van de mens. De bewoners van het eiland Annobón, voornamelijk vrouwen, kinderen en bejaarden, leven al jaren in grote armoede als gevolg van een aantal mislukte oogsten. De eilandbewoners verweten het bewind van Obiang allang niets aan de situatie te doen. Eind vorig jaar werd een verklaring afgegeven waarin de bevolking zich uitsprak voor onafhankelijkheid. In augustus liep een ruzie tussen een aantal ontevreden jongeren en de lokale gezagsdragers uit de hand. Daarbij werden twee jongeren gedood en twintig eilandbewoners gevangen genomen. De 'volksopstand' was aanleiding tot het verschepen van een leger van tweehonderd gewapende aanhangers van de jeugdafdeling van de PDGE naar het eiland. Wegens hun voorkeur voor de karate-sport staan zij ook wel bekend als de 'Ninjas'. Volgens waarnemers munten de jongeren vooral uit in dronkenschap en onberekenbaar gedrag.

Na augustus werd niets meer van de eilandbewoners vernomen. De bootdiensten en vluchten met voedsel en medicamenten bleven opgeschort, telefoonverbindingen zijn er niet en ook de radio waarmee de bewoners contact onderhielden is uit de lucht.

De Nederlandse creoliste Marike Post bezocht het eiland eerder dit jaar in het kader van haar studie naar de taal die op Annabón wordt gesproken. Zij maakt zich grote zorgen over de situatie van de eilandbewoners. “In maart waren al veel mensen zichtbaar ondervoed, doordat de bomen en planten waarop de bevolking is aangewezen zijn aangetast door virussen en schimmels”, aldus Post. “In juni was er sprake van een wanhopige situatie wat het voedsel betreft en sindsdien zijn er geen transporten meer geweest.” Een zending met vijftig ton voedsel en medicamenten van de Verenigde Naties, die mede op het initiatief van Post werd georganiseerd, kreeg geen toestemming voor verscheping.

Dat er op Annabón een omvangrijke opstand is geweest, zoals het bewind van Obiang beweert, is volgens Post een verzinsel, al was het alleen maar omdat de meeste mannen op het vasteland de kost verdienen. Zelf werd Post tijdens haar verblijf voortdurend geschaduwd, “maar op zo'n klunzige manier dat je het onmiddellijk door had”. Na haar bemoeienissen met de situatie in Annabón werd zij evenwel tot in haar woonplaats in Nederland toe gevolgd. Hiervan heeft ze inmiddels aangifte gedaan bij de politie.

Voor Madrid is de maat nu vol. Na jaren een politiek te hebben gevoerd van pappen en nathouden bestaat nu het plan definitief alle banden te verbreken met de voormalige kolonie en de economische hulp van jaarlijks twee miljard peseta's (ongeveer 28 miljoen gulden, eenderde van het nationaal produkt) stop te zetten.

Als resultaat van de sterk verbeterde relaties tussen Spanje en Frankrijk in de afgelopen maanden heeft ook Frankrijk zich tegen het regime gekeerd. De Fransen werden er tot dusver door Madrid van verdacht dat zij Equatoriaal Guinea graag binnen hun invloedssfeer wilden krijgen. Het hardnekkige gerucht ging dat Frankrijk hulp heeft gegeven bij de militaire training van het legertje van jeugdige Obiang-aanhangers dat nu als de ordetroepen van de dictator optreedt. Met de versteviging van de as Parijs-Madrid lijkt deze steun echter tot het verleden te behoren.

    • Steven Adolf