Sancties treffen Serviërs, niet Milosevic

BELGRADO, 20 NOVEMBER. Het internationale sanctiebeleid tegen Servië is op een mislukking uitgelopen, constateren buitenlandse en oppositionele waarnemers in de Servische hoofdstad Belgrado. Wel hebben de tegen Servië en zijn kleine partner in de 'Federale republiek Joegoslavië', Montenegro, afgekondigde handels- en andere embargo's er zeer toe bijgedragen dat een thans steeds meer in economische paniek gerakende bevolking tot de bedelstaf wordt gebracht. Maar het officiële doel van de sancties, druk op het regime van de Servische president Slobodan Milosevic, zodat deze een einde zou maken aan de vestiging van een Servische staat in Bosnië-Herzegovina, lijkt defintief gemist.

Integendeel, bij ongewijzigd beleid inzake Bosnië staat Milosevic, naar het oordeel van alle waarnemers, op het punt volgende maand bij de Servische parlementsverkiezingen een eclatante overwinning te behalen en is hij erin geslaagd de democratische oppositie in Servië verregaand te marginaliseren.

De twee miljoen inwoners tellende Servische hoofdstad Belgrado biedt, bij het intreden van de winter en de eerste sneeuwval, een desolate aanblik van lege winkels en burgers die letterlijk vechten om een plaatsje in de stadsbus, omdat het gemeentevervoerbedrijf, bij gebrek aan onder het handelsembargo vallende reserveonderdelen, steeds minder transport heeft aan te bieden. Enigszins verborgen achter de voorthollende inflatie van tien à vijftig procent per dag dalen de daadwerkelijke inkomens steeds verder, tot ongeveer een Nederlands tientje per maand voor kantoorbanen. In de dienstverlenende sector (winkelbedienden en dergelijke) is twee gulden per maand al geen uitzondering meer. In verband met de inflatie wordt het maandloon nu veelal in de loop van de maand in zes tranches uitgekeerd.

Tegelijkertijd stijgen de reële prijzen tot Westeuropees niveau, mochten er al goederen voorhanden zijn. Voor brood moet de inwoner van Belgrado zich voor zeven uur 's ochtends in de rij opstellen, binnen een kwartier zijn de meeste bakkerijen uitverkocht. De stadsverwarming werkt mondjesmaat, stroom is er nog volop, maar velen denken dat dit na de verkiezingen van 19 december zou kunnen veranderen, omdat Servië ook door een internationale energieboycot is getroffen.

Benzine kost op de zwarte markt ongeveer drie gulden, een taxikilometer evenveel. Het eens bloeiende uitgaansleven van Belgrado raakt ernstig ontvolkt, door de dalende koopkracht maar ook omdat uitgaan 's avonds steeds gevaarlijker wordt. “Ik zat laatst in een restaurant, daar gingen de revolvers van hand tot hand”, vertelt een stadsbewoonster.

Bijna geen week gaat voorbij zonder doden of gewonden in cafés of restaurants bij de onoordeelkundige manipulatie met wapens, om nog maar te zwijgen over de daar eveneens regelmatig voorkomende liquidaties of aanslagen tussen verschillende groepen misdadigers onderling. Deze sociale categorie vormen de laatste rijken binnen de Servische samenleving en gedijen zeer bij de door de sancties ontstane schaarsten en afhankelijkheid van smokkel van sigaretten, benzine en andere produkten.

Tot een omslag in de Servische politiek, of zelfs een sociale explosie, lijkt een en ander echter geenszins te leiden. “Milosevic lijkt deze verkiezingen vooral te hebben uitgeschreven om zich te ontdoen van zijn gevaarlijke rivaal Vojislav Sesel”, meent een Joegoslavische journalist. Sesel, een extreem-nationalist en leider van paramilitaire formaties die bij de verkiezingen vorig jaar goede diensten bewees bij het terugdringen van het zetelaantal van democratische oppositiepartijen en daartoe door Milosevic' Servische staatstelevisie krachtig werd gesteund is, nadat hij zich in het afgelopen jaar steeds kritischer en onafhankelijker van de Servische president ging opstellen, op diezelfde televisie thans het onderwerp van verontwaardigde berichten over oorlogsmisdaden en andere geweldsmisdrijven. Zeventien van Sesels aanhangers zitten in verband daarmee in voorarrest.

De kandidatuur van de onderwereldkoning Zeljko Raznatovic, beter bekend onder zijn koosnaampje 'Arkan', moet de extreem-nationalistisch gestemde kiezers kennelijk een alternatief bieden. Arkans 'Partij van Servische eenheid', die onder andere de vereniging van Servië en Montenegro met de Servische gebieden in Bosnië en Kroatië in één staat voorstaat, beschikt kennelijk over aanzienlijke fondsen, want heel Belgrado hangt vol met Arkans portret en zijn slagzin “Wij houden woord”.

De onderwereldkoning geeft ook vele honderdduizenden guldens uit aan televisiereclame, zonder dat het evenwel komt tot een steun van de staatsmedia aan Arkan die de vergelijking met de steun aan Sesel vorig jaar kan doorstaan. Integendeel, Milosevic' vrouw, Mirjana Markovic, heeft zich in haar rubriek in het weekblad Duga al afkeurend uitgelaten over de rol die criminelen tegenwoordig in het openbare leven spelen. Het zou niet de eerste keer in de afgelopen jaren zijn, dat de in Duga gepubliceerde inzichten van mevrouw Milosevic binnen afzienbare tijd de politieke lijn van haar echtgenoot blijken te zijn.

De democratische oppositie, die vorig jaar nog een kans leek te maken het roer van de Servische president en zijn SPS (Socialistische partij van Servië) over te nemen, is deze keer hopeloos verdeeld en vermoedelijk nauwelijks nog een factor van betekenis. De Democratische Partij en de Democratische Partij van Servië, onder leiding van respectievelijk Goran Djindjic en Vojislav Kostunica, die vorig jaar nog deel uitmaakten van het oppositionele blok, zijn thans verrassend op een 'nationaal' programma overgegaan en zullen vermoedelijk dienen als coalitiepartners voor Milosevic' SPS, als deze onverhoopt geen parlementaire meerderheid mocht behalen.

Van de overige oppositiepartijen speelt alleen nog de SPO (Servische vernieuwingsbeweging) van de rustieke politicus Vuk Draskovic een rol, maar van een machtswisseling lijkt in de verste verte geen sprake. Draskovic en andere principiële opposanten worden in hun campagne in Belgrado ernstig gehandicapt door het feit dat het eertijds onafhankelijke televisiestation Studio B, het enige dat ten aanzien van de verschillende partijen fair play betrachtte, nu plotseling regimegetrouw lijkt te zijn geworden. Nadat de directie van Studio B op grote schaal zendtijd bleek te hebben verkocht aan Arkan, wiens spotjes thans vele malen per avond over het scherm schuiven, heeft een groot deel van de redactionele staf van het station ontslag genomen. Het resterende deel produceert uitzendingen, die in weinig meer verschillen van die op de Servische staatstelevisie.

“Milosevic heeft eens te meer aangetoond een politiek genie te zijn, die erin geslaagd is alle andere politieke krachten in Servië te marginaliseren, zonder één concessie te doen”, meent een lid van de oppositie. Concessies zijn er, maar tot nu toe niet in Milosevic buitenlandse politiek, ofschoon de president volgens waarnemers graag van de sancties af wil. “Geen centimeter zijn ze geweken, dus wat is de zin van verdere sancties en de verdere afbraak van dit land”, vragen Westerse diplomaten in Belgrado zich af.

    • Raymond van den Boogaard