Regering Litouwen sanctioneert adoptie kinderen van gemengde komaf; Gezocht: blonde kinderen

Amerikanen en Canadezen hebben Litouwen ontdekt als een geschikt land om kinderen uit te adopteren. In de voormalige Sovjet-republiek zelf rust een taboe op adoptie - als Litouwers al kinderen adopteren, fingeren ze eerst een zwangerschap. Maar aan de adoptie door buitenlanders werkt de regering van Litouwen graag mee. In het buitenland wacht de kinderen immers een betere toekomst. Wel past de regering bij adoptie een selectie toe: alleen kinderen van niet-Litouwse afkomst komen er voor in aanmerking. 'Litouwse kinderen hebben we zelf nodig om onze natie in stand te houden.'

'Wij zijn een lovely family. We zijn erg gelukkig met onze drie lovely boys. Maar één ding ontbreekt nog aan ons gelukkige gezinnetje. Wij dromen van een meisje van twee jaar oud met blond haar en blauwe ogen. Daarom willen we een lovely little girl adopteren. Hopelijk kunt u onze droomwens in vervulling doen gaan.'' Getekend: Ken en Renata Dunphy, Newfoundland, Canada.

Het verlanglijstje van de Dunphy's is een van de tientallen verzoeken die de Litouwse regering sinds enige tijd ontvangt. Wensen van buitenlanders, wanhopig op zoek naar een adoptiekind. De Amerikaanse adoptie-organisatie Children's Friends from America ontdekte Litouwen onlangs als een geschikt land om kinderen te halen. Volgens woordvoerder Terry Veinger vechten tienduizend ouders in de Verenigde Staten en Canada om één blanke baby. De kindertehuizen zitten er overvol, maar daar wonen uitsluitend zwarte kinderen. Veinger: 'Ras is de enige factor van belang bij de keuze van het adoptiekind.''

De Litouwse regering kan gemakkelijk aan de kinderwensen tegemoet komen. Het voorstel over adoptiewetgeving is een van de tientallen wetsvoorstellen die sinds de onafhankelijkheid van het land in januari 1991 nog in voorbereiding zijn. De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel over adoptie wordt telkens uitgesteld. Door het huidige vacuüm in de wetgeving kunnen adoptie-aanvragen door buitenlanders snel en zonder veel bureaucratische rompslomp worden ingewilligd. Een simpele handtekening van de minister van justitie, Jonas Prapiestis, volstaat om de ouders met het kind van hun keuze naar huis te laten gaan.

Onlangs nog tekende de minister van justitie vijf documenten, waaronder dat van het blonde meisje met blauwe ogen voor de familie Dunphy uit Newfoundland. De minister verdedigt deze vorm van 'snelrecht' door te wijzen op de betere vooruitzichten die de kinderen in het buitenland hebben. Prapiestis: 'De kindertehuizen zitten overvol. De Litouwse regering is niet in staat al deze kinderen goed te verzorgen en hen een toekomst te bieden. In het buitenland hebben ze betere vooruitzichten.''

Hij zegt zich zorgen te maken over de groeiende zedeloosheid in zijn land waardoor veel families uit elkaar vallen. 'Ik zie het niet als een financieel, maar als een moreel probleem. Vrouwen weten niet meer wat moedergevoelens zijn. Ze laten hun kinderen veel te gemakkelijk in de steek. De kerk zou de moeders meer op hun christelijke plichten moeten wijzen. Het is een groeiend probleem.''

In Litouwen zijn twee typen kindertehuizen: in de eerste categorie wonen alleen puur Litouwse kinderen, in de tweede categorie uitsluitend kinderen met Pools, Russisch, Witrussisch of gemengd bloed. Buitenlanders kunnen alleen kinderen adopteren uit de tweede categorie. Van overheidswege wordt dit ontkend. De officiële lezing luidt dat er alleen aparte tehuizen bestaan voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen. Dit klopt niet: in elk huis blijken zowel gezonde als gehandicapte kinderen te wonen. Zondagse kleren

In de Litouwse hoofdstad Vilnius zijn drie kindertehuizen, die slechts met een nummer worden aangeduid: Nummer 1, 2 en 3. Nummer 3 is het tehuis voor 65 niet-Litouwse kinderen. Een bakstenen gebouw achter in een tuin vol verroeste speeltuinattributen. We worden begroet door de Russische onderdirectrice Irina Frolova. In de smalle gangen ruikt het naar chemische schoonmaakmiddelen. Frolova gaat ons voor naar een van de 'huiskamers', waar twaalf kinderen met hun groepsmoeder wonen. Op hun zondags gekleed (het is woensdag) staan de kinderen, in leeftijd variërend van drie tot twaalf, bijeen. Stuk voor stuk proberen ze de aandacht van de bezoekers te trekken. Ellebogenwerk wordt niet geschuwd om een te veel in het blikveld staand buurjongetje of -meisje weg te werken.

Als we doorlopen om de slaapzaal te bekijken, maakt het kleinste jongetje zich los uit de groep en rent op ons af, de armpjes hoopvol uitgestrekt. Hij wil opgetild worden. Een wat ouder meisje pakt een van ons bij de hand. Het groepsgenootje dat hetzelfde probeert te doen, krijgt een flinke duw. We beseffen dat de kinderen ons beschouwen als potentiële adoptie-ouders. Staflid Tamara Herrmann bevestigt dit vermoeden. 'We krijgen regelmatig buitenlanders over de vloer die een kind willen meenemen. De kinderen zijn zo langzamerhand gewend geraakt aan dergelijke bezoeken.''

Herrmann verklaart dat uitsluitend Poolse, Russische en 'halfbloed'-kinderen kunnen worden geadopteerd door buitenlanders. 'Het onderwijsdepartement van Vilnius recruteert kinderen uit dit tehuis voor adoptie naar het buitenland. Ik ben daar, eerlijk gezegd, wel blij mee. Gezien de belabberde positie van de minderheden in dit land is er ten minste voor een aantal van deze kinderen een uitweg.'' Baboesjka

In tehuis Nummer 2 wonen zestig kinderen, verdeeld over vijf groepen. Omdat Nummer 3 vol zit, heeft Nummer 2 tijdelijk een groep met vijftien Russische en twee Poolse kinderen opgenomen. Ze leven apart, op de bovenste verdieping van het tehuis. Op deze afdeling wordt uitsluitend Russisch gesproken. Met hun Russische baboesjka leven de kinderen in hun eigen Russische wereldje. Ze worden niet gestimuleerd Litouws te leren. Sterker nog, ze gaan niet eens naar school. De twee Poolse kinderen, een broer en zus, leven in een nog groter isolement: de leidster zegt dat ze niet kunnen praten, maar in werkelijkheid spreekt niemand in het tehuis hun taal.

Staflid Fema Cibulskiene maakt zich zorgen over de niet-Litouwse groep. 'Wij zijn technisch niet in staat deze groep hier te houden. Dit hangt samen met de nieuwe koers waarbij op de middelbare school alleen nog Litouws gesproken mag worden. De Russische en Poolse kinderen vallen daardoor buiten de boot. Het beleid is erop gericht dit tehuis zo snel mogelijk geheel Litouws te maken.'' Op de vraag waar de Russische en Poolse kinderen dan terechtkomen, antwoordt Cibulskiene: 'Ik houd mijn hart vast voor het lot van deze kinderen. Ik weet dat er enkele contacten bestaan met buitenlandse adoptie-ouders, maar om hoeveel gevallen het gaat, weet ik niet.''

Nummer 1 huisvest alleen Litouwse kinderen. Ze kijken nauwelijks op of om tijdens ons bezoek. Anders dan in Nummer 3 werkt de leiding hier aan de educatie van de kinderen. Discipline is het parool in dit tehuis. Tussen huiskamer en slaapzaal bevindt zich het klaslokaal waar de vijf- en zesjarigen worden voorbereid op de basisschool. Dit keer vliegt niemand ons bij binnenkomst om de hals. De kinderen staan slechts beleefd op ter begroeting. In het aangrenzende gymlokaal begint juist de les muzikale vorming. De kinderen rangschikken zich op lengte in een keurige rij, handjes op de rug.

Adoptie komt niet voor in Nummer 1. Directrice Danute Putriemiene: 'Buitenlanders komen hier nooit. Af en toe halen Litouwse families een kind op voor een weekendje uit. Daar praten de kinderen dan nog maanden over, maar tot adoptie komt het zelden.'' Volgens de directrice van Nummer 1 wonen in tehuis Nummer 3 dove kinderen. Van een exclusief niet-Litouws kinderhuis zegt ze niets te weten. Stroom aanvragen

Voor Vilnius is het Irena Kieriene die bepaalt welke kinderen in aanmerking komen voor adoptie naar het buitenland. Aanvankelijk lijkt ze open over haar werk te willen praten. De laatste tijd kan ze de stroom aanvragen uit het buitenland nauwelijks verwerken. Alleen al in de afgelopen drie maanden willigde Kieriene ten minste dertig adoptieverzoeken in. Stralend toont ze een kast vol dossiers van kinderen die nu in het buitenland leven. Allemaal gehonoreerde adoptieverzoeken in de stijl van de familie Dunphy, voorzien van 'bewijzen' van burgerlijke deugdzaamheid.

Kieriene is warm pleitbezorger van adoptie door buitenlanders. Aan de hand van stapels familiekiekjes lepelt ze de ene successtory na de andere op over de gezondheid en het geluk van de kinderen in hun nieuwe familie. Evenals minister van justitie Prapiestis wijst ze op de betere kansen voor de kinderen in het buitenland. 'Natuurlijk is het beter voor de kinderen om in een gezin te leven dan in kinderhuizen. In Litouwen is adoptie een zeldzaam verschijnsel. Door de economische crisis kunnen gezinnen zich nauwelijks een eigen kind permitteren. Bovendien is adoptie hier nog altijd een taboe. Alleen onvruchtbare echtparen zoeken daarin soms hun toevlucht. De buitenwereld mag dat echter niet weten - vrouwen pretenderen zwanger te zijn door een kussen onder hun kleren te stoppen.''

tk Simpele soldaat

Kieriene wekt de indruk dat buitenlanders vrij zijn in hun kinderkeuze. 'De ouders kunnen vrij rondkijken in een kinderhuis om een kind uit te zoeken.'' Maar hoe vrij kunnen de ouders zijn als alleen Russische, Poolse en kinderen met gemengd bloed het land mogen verlaten? Na deze vraag klapt Kieriene dicht. Ze wil geen woord over de nationaliteitenkwestie kwijt. 'Ik ben maar een simpele soldaat'', zegt ze, plotseling terughoudend. 'Voor deze informatie moet u bij meneer Prapiestis zijn. De inhoud van de documenten is staatsgeheim. Als ik te veel vertel, riskeer ik twee jaar gevangenis.''

Off the record verliest Kieriene haar omzichtigheid, zij het niet tegenover de buitenlandse journalisten maar tegenover de Litouwse tolk. Hém vertrouwt ze toe dat het inderdaad alleen om kinderen uit etnische minderheidsgroepen gaat. 'Litouwse kinderen hebben we zelf nodig om onze natie in stand te houden. Daarom krijgen buitenlandse ouders alleen toestemming om kinderen van Russisch, Pools en gemengd bloed te adopteren.''

Minister van justitie Prapiestis ontkent dat alleen kinderen uit minderheidsgroepen voor adoptie in aanmerking komen. Over de nationaliteit van de laatste vijf kinderen die het land verlieten, zegt hij: 'Er was geloof ik een Pools kind bij en een wit-Russisch. Van de andere drie ken ik de achtergrond niet. Het is ook niet echt een punt van aandacht als het om adoptie gaat.'' Om te tonen dat hij niets te verbergen heeft, gunt hij ons een blik in de vijf adoptiedocumenten met zijn nog verse handtekening. Zijn openheid lijkt opmerkelijk - totdat Kieriene later, in haar vertrouwelijke onderonsje met de tolk, toegeeft dat in de documenten alle niet-Litouwse achternamen vervalst worden in een Litouwse naam.

Doof en blind

Direct verantwoordelijke voor de kindertehuizen is onderminister van onderwijs, Barkauskaite. Zij vertolkt de officiële lezing over de tehuizen: er zouden alleen aparte tehuizen bestaan voor geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen. Volgens haar zijn de kinderen in Nummer 3 niet alleen doof, zoals de directrice van tehuis Nummer 1 beweert, maar ook blind. Dat Barkauskaite, die alle 29 kindertehuizen van Litouwen in haar portefeuille heeft, zo slecht geïnformeerd is wekt verbazing. Totdat de onderminister vertelt dat haar informatie wordt onthouden omdat ze openlijk tegenstandster is van het gevoerde adoptiebeleid. 'Ik ben vleugellam gemaakt door de huidige gedecentraliseerde aanpak. Alle adopties vinden achter mijn rug om plaats. Nu er geen wetgeving is, wenden de gemeenten zich rechtstreeks tot de minister van justitie. Ik weet niet eens welke kinderen uit welke tehuizen Litouwen verlaten. Omdat iedere gemeente er zijn eigen statistieken op nahoudt, weet ik zelfs niet om welke aantallen het gaat. Het enige dat ik weet is dat er zeer onlangs wéér zestien kinderen naar gezinnen in Amerika en Canada zijn vertrokken.''

Barkauskaites bezwaren tegen het adoptiebeleid worden niet ingegeven door de nationalistische motieven die erachter schuil gaan. Haar bezorgdheid gaat uit naar het lot van alle gehandicapte tehuiskinderen - Litouws of niet. 'Van alle vijftienhonderd tehuiskinderen kampt driekwart met ernstige psychische of fysieke problemen. Vroeger was er in Litouwen een wet die bepaalde dat degenen met een gebrek het eerst geadopteerd moesten worden. Nú kunnen de buitenlanders de beste kinderen van onze natie uitzoeken.''

Haar ergernis richt zich ook op het aanhoudende wetsvacuüm, omdat de financiële paragraaf maar niet wordt afgewikkeld. 'De buitenlanders profiteren van de economische malaise in Litouwen. Voor hen is het een koopje: in andere landen gaat adoptie gemoeid met grote sommen geld en hier kunnen ze de kinderen zo meenemen. Ik hoop dat wij er in de toekomst ook ons voordeel mee kunnen doen.''

Dat de Amerikaanse en Canadese ouders alleen blanke kinderen willen adopteren, beschouwen de Litouwse leveranciers niet als hun probleem. Minister van justitie Prapiestis verbaast zich geenszins. 'Wat mij verrast is dat de buitenlandse ouders nooit enige interesse aan de dag leggen voor de afkomst van hun adoptiekinderen. Het nationaliteitenvraagstuk dringt kennelijk meer op de voorgrond in kleine landen als Litouwen.'' Irene Kieriene noemt de Amerikaanse behoefte zelfs heel normaal. 'Ouders willen nu eenmaal een kind dat op hen lijkt. Het maakt mij niet uit - zolang de kinderen maar gelukkig worden. Hier leven ze in een soort gevangenis, dáár kunnen ze het echte familieleven leren kennen.''

    • Petra Bolten
    • Monique van Ravenstein