Museum Boymans presenteert een vergeten deelcollectie; Vroeg-Italiaanse panelen nu pas op waarde geschat

In Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam opent vandaag een tentoonstelling van vroeg-Italiaanse schilderijen. Tientallen jaren hebben deze veelal op paneel geschilderde werken uit de dertiende tot en met de vijftiende eeuw doorgebracht in de museumdepots.

Tentoonstelling 26 Italiaanse schilderijen 1300-1500, t/m 27 febr. in Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. Geopend di-za 10-17 u, zo 11-17 u. Catalogus ƒ 55. Publikatie 'Italian paintings from the 16th century in Dutch public collections' ƒ 99,50.

Eigenlijk is er volgens Jeroen Giltaij, hoofdconservator oude kunst van museum Boymans-van Beu-ningen, nooit goed naar de Italiaanse schilderijen gekeken, die vanaf vandaag in Rotterdam te zien zijn. “Als het om oude kunst gaat, kijken Nederlanders liever naar werk van landgenoten,” meent hij. In het kader van de grote inventarisatie waarmee het museum zo'n zeven jaar geleden is begonnen, zijn nu dan toch de Italiaanse panelen uit de dertiende tot en met vijftiende eeuw aan de beurt, wat een herwaardering betekent.

Die inventarisatie houdt in dat alle werken uit de collectie per categorie opnieuw worden bestudeerd, in een catalogus beschreven en daarna tentoongesteld. De vroege Italianen zijn tot nu toe nauwelijks op waarde geschat. Uit de net gepubliceerde vijfde catalogus van de Boymans-collectie blijkt bijvoorbeeld dat de Johannes de Doper ten onrechte aan Da Vinci is toegeschreven. Nu is gebleken dat het om niet meer dan een negentiende-eeuwse versie van dit meesterwerk gaat. Kunstenaars maakten in de negentiende eeuw vaker kopieën naar werk van oude meesters uit de Italiaanse Renaissance.

Met veel panelen uit de Boymans-collectie is zichtbaar ruw omgesprongen. Afgezien van het feit dat de meeste stukken vroeger uit een groter geheel zijn gezaagd, bijvoorbeeld uit een altaar of een bruidskist, lijken sommige exemplaren de eeuwen in een vochtige kelder te hebben getrotseerd. Krom als een hoepel is het oudste Italiaanse paneel dat Boymans-van Beuningen in bezit heeft, afkomstig uit de Sienese school: een kruisiging, geschilderd omstreeks 1300, toen er in Nederland nog nauwelijks werd geschilderd.

Giltaij wil op den duur alle oude, veelal slecht 'gerestaureerde' werken opnieuw laten schoonmaken. “Vroeger werden ze vaak schoongemaakt met zand. Foutjes werkte men bij met een klodder verf. Als deze retoucheringen worden weggehaald, blijken er vaak maar heel kleine beschadigingen onder te zitten.” Een voorstelling op een paneel van Neri di Bicci - het gevecht van de aartsengel Michaël met de draak en de val der engelen - wordt verstoord door vele lichte vlekjes. Eigenlijk zijn het de oorspronkelijke kleuren, tevoorschijn gekomen nadat spetters kaarsevet, afkomstig van de kaarsen op het altaar, waren verwijderd. Komisch op dit smalle paneel (62 x 20 cm) is het leger vallende engeltjes; soms komen alleen hun beentjes nog boven de grond uit.

Met trots laat Giltaij het kleinste en kwalitatief beste werk uit de expositie zien, een paneeltje uit 1473 van Ercole de Roberti van de Heilige Anthonius Abt. Het is een van de vele delen van het Griffoni-altaarstuk die overal over de wereld verspreid zijn. Opvallend is de subtiele lichtval. Een ander uitzonderlijk stuk is het driedelige reisaltaartje waarin blauwe steentjes zijn verwerkt. Het ponswerk dat veel schilderijen kenmerkt, vooral in combinatie met goudverf, komt ook hier weer op voor.

Tijdens de opening vandaag wordt, behalve de catalogus van deze deelcollectie, ook een catalogus gepresenteerd van 145 zestiende-eeuwse Italiaanse schilderijen uit openbare Nederlandse collecties, gepubliceerd door het Nederlands Interuniversitair Kunsthistorisch Instituut Florence. Zo'n 25 jaar geleden gaf Henk van Os, nu directeur van het Rijksmuseum, samen met een groep studenten het startschot voor een uitgebreid onderzoek naar vroeg-Italiaanse schilderkunst in Nederlandse collecties. Dit resulteerde in een reeks tentoonstellingen en catalogi van Sienese, Florentijnse en Venetiaanse schilderkunst tot circa 1500. De Leidse hoogleraar Anton Boschloo en twintig studenten van de Rijksuniversiteit Leiden tekenen voor het deel dat vandaag verschijnt. Het corpus zal later worden afgerond door de Katholieke Universiteit Nijmegen met een publikatie over de latere Italiaanse schilderkunst in Nederland.