Mexicaanse schilder Rivera werkte ook kort als spion voor VS

Muurschilderingen van Rivera en andere Mexicaanse schilders zijn op het ogenblik te zien op een tentoonstelling in Gent.

MEXICO-STAD, 20 NOV. De beroemde Mexicaanse muralist en communist Diego Rivera (1887-1957) blijkt dubbelspel te hebben gespeeld. Rivera, die in de laatste drie decennia van zijn leven af en aan lid was van de Mexicaanse Communistische Partij, functioneerde korte tijd als informant van de Amerikaanse regering. De schilder zou dit hebben gedaan uit angst voor 'een complot tussen de nazi's en Stalin' om het Amerikaanse continent te infiltreren.

De tot nu toe onbekende rol van de flamboyante Rivera als amateur-spion blijkt uit documenten die onlangs zijn ontdekt in de archieven van het State Department in Washington door twee hoogleraren aan de Universiteit van Pittsburgh tijdens onderzoek naar de activiteiten van Leon Trotsky in Mexico. Hun bevindingen werden gisteren gepubliceerd in de Mexicaanse krant El Financiero.

Rivera was behulpzaam bij het verkrijgen door Trotsky van politiek asiel in Mexico. De Sovjet-communist, die ter dood was veroordeeld door Stalin, woonde zelfs twee jaar in het huis van Rivera en diens echtgenote, de schilderes Frida Kahlo. Rivera was in die tijd lid van het politburo van de kleine Mexicaanse Trotskistische Partij. Ideologische verschillen tussen Rivera en Trotsky leidden tot een verwijdering tussen de twee. Trotsky werd in augustus 1940 vermoord nadat een eerdere aanslag - waaraan onder anderen de Mexicaanse muralist en stalinist David Siquieros deelnam - was mislukt.

In datzelfde jaar 1940 blijkt Rivera herhaalde malen in het geheim contacten te hebben gehad met functionarissen van de Amerikaanse ambassade in Mexico-Stad waarbij de kunstschilder de Amerikanen informeerde over de bewegingen van vooraanstaande Mexicaanse communisten. De Amerikanen namen, zo blijkt uit de documenten van het State Department, Rivera's informatie echter met een korreltje zout. In een op 6 februari 1940 gedateerd memorandum van het State Department wordt melding gemaakt van “Rivera's neiging om te overdrijven, zo niet om (zaken) te verzinnen”.

Aan Rivera's kortstondige spionage-activiteiten kwam een definitief einde toen de nazi's in februari 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen. De schilder probeerde daarna jarenlang opnieuw lid te worden van de Mexicaanse Communistische Partij, hetgeen pas lukte drie jaar voor zijn dood in 1957.