Inspectie pleit voor beter natuuronderwijs

DEN HAAG, 20 NOV. Het natuuronderwijs op eenderde van de basisscholen moet beter. Op één op de veertien scholen blijft dat onderwijs onder de maat. Dit blijkt uit het rapport 'Natuuronderwijs, nader bezien', dat de Onderwijsinspectie gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De wijze waarop onderwijs wordt gegeven is in bijna de helft van de lessen in orde. De inspectie beoordeelde de schoolorganisatie op de helft van de scholen als bevredigend. Twee derde van de leraren toonde een toereikende vakbekwaamheid.

De inspectie heeft de kwaliteit van het onderwijs geëvalueerd in het vakgebied 'natuur, waaronder biologie'. Ook onderzocht ze welke factoren de kwaliteit van het natuuronderwijs beïnvloeden. Factoren als tijdsbesteding, gebruikte lesmethode of specialisatie van de leraren, blijken nauwelijks van invloed te zijn op de kwaliteit van de lessen. Alleen de vakbekwaamheid van de leraar en diens aandacht voor lesevaluatie zijn in verband te brengen met de kwaliteit van het natuuronderwijs.

Om de kwaliteit van het natuuronderwijs te verbeteren, acht de inspectie het noodzakelijk dat er meer overeenstemming komt over inhoud en opbouw van het leerstofaanbod bij dit vakgebied. De onlangs vastgestelde kerndoelen vormen daarbij het uitgangspunt.

Natuur-en milieueducatie is een uitvloeisel van de motie Feenstra-Eisma die het kabinet een aantal jaren geleden dwong via het onderwijs serieus werk te maken van een groter draagvlak voor een 'samenleving gebaseerd op duurzame ontwikkeling.'

Ook het verkeersonderwijs op de basisschool en in het speciaal onderwijs is door de inspectie onderzocht. Gisteren ging het rapport 'Gedrag in het verkeer' naar de Kamer. De verkeerslessen, zo oordeelde de inspectie, zijn van een goed niveau. Ze sluiten goed aan op de ervaringen van de kinderen als verkeersdeelnemer.

Alleen de praktische vaardigheden blijven onderbelicht, aldus het inspectie-rapport. Het onderwijs is vooral gericht op kennisverwerving en sluit niet goed aan op de directe omgeving van de leerlingen. Praktisch oefenen op het schoolplein of in het verkeer ontbreekt vrijwel geheel. De onderwijsinspectie beveelt onder andere aan die praktische oefening meer aandacht te geven en de ouders meer te betrekken bij het verkeersonderwijs.