Hoe zielig zijn fullprofs in een rolstoel?

ROTTERDAM, 20 NOV. André Oud zegt dat bijna iedereen die een beetje goed in sport is in Italië geld kan verdienen. “Misschien zelfs als je aardig kan sjoelen.” Hij zou daaraan toe kunnen voegen: ook als je gehandicapt bent.

Oud is rolstoelbasketballer en was afgelopen seizoen prof in Italië. Hij speelt nu weer bij zijn oude club ISV uit Hengelo. Drie landgenoten hebben zijn plaats ingenomen en zijn afgelopen weekeinde aan de competitie in de Serie A begonnen, Waldo Boonacker, Koen Jansens en Mustafa Charif Jebari.

Ze gaan als fullprof door het leven. “Maar dat is eigenlijk een te groot woord”, vindt Harrie Kip, spelersmakelaar en ex-aanvoerder van het nationale team. De drie Nederlanders verdienen in Italië met rolstoelbasketbal ongeveer 2000 gulden per maand, exclusief auto en woonruimte. “Rijk zullen ze er van niet worden”, oordeelt Kip. “Maar sommige jongens kunnen toch meer verdienen dan ze ooit thuis zullen krijgen. Het is bovendien een uitdaging voor ze, een avontuur. Ze hebben een baan, zijn de hele dag met hun sport bezig, leren een andere taal en cultuur kennen. Ze zijn happy.” Speler Jansens: “Ik heb eigenlijk hetzelfde gedaan wat veel jongens en meisjes na hun tijd op de middelbare school doen. Die trekken een jaartje naar het buitenland.”

Han van Ek, ex-trainer van ISV, hoorde tijdens de Paralympics in Barcelona van een Spaanse rolstoelbasketballer met een profcontract in Italië. Hij ging op onderzoek uit, peilde wie er in Nederland trek had in zo'n avontuur en schakelde Kip als deskundige in. Op die lijst van geïnteresseerden stonden vanaf het begin tien à vijftien namen. Andersom hadden de Italianen ook belangstelling. Olympisch kampioen Nederland is de top van het rolstoelbasketbal.

André Oud was verleden jaar september de eerste die vertrok. Volgens hem stoppen veel sponsors in Italië geld in het rolstoelbasketbal, omdat dat hun bedrijven een goede naam kan bezorgen. “Invaliditeit staat in Italië veel hoger op de zieligheidsladder dan hier in Nederland.” Oud zag dat verschil ook terug in het gedrag van ploeggenoten bij zijn club Amicacci. “Die konden zich soms vreselijk aanstellen. Als er dingen fout gingen deden ze ineens zielig. Dan waren ze gehandicapt. Je speelt shit omdat je shit speelt en niet omdat je kreupel bent.”

Het niveau in de Italiaanse competitie viel Oud tegen. Het rolstoelbasketbal wordt in dat land volgens hem door velen nog gezien “als zielige mannetjes in een rolstoel die knappe dingen met een bal doen”. Voor Oud is rolstoelbasketbal “gewoon basketbal met een hulpmiddel”. “We moeten van dat botsautootje-idee af.” De publieke belangstelling bij Amicacci was in het begin goed, later niet meer. Met de resultaten had dat niets te maken. De club eindigde als debutant in de hoogste klasse op een verdienstelijke vijfde plaats. “Maar het interessante was er voor de mensen op gegeven moment vanaf. Ze hadden onze kunstjes wel gezien.”

Roel Jansens speelde afgelopen weekeinde met zijn club Corvino Sport een uitwedstrijd bij de oude club van Oud. “Er zaten zo'n twintig man op de tribune. Ik heb gehoord dat dat bij ons veel beter is, tweehonderd à driehonderd toeschouwers per keer.”

Er wordt volgens de betrokkenen in Italië veel minder als team gespeeld dan in Nederland. De spelers met de grootste handicap worden vaak overgeslagen. “Die mogen aan de kant de bal een beetje naar elkaar gooien”, heeft Han van Ek geconstateerd. “Alles gaat naar de beste spelers en die worden geacht dertig à veertig punten te maken.” Van Ek, ex-eredivisiespeler in het valide basketbal, heeft zijn hart verpand aan het rolstoelbasketbal. Hij nam ooit bij ISV de coaching van zijn vader over. Van Ek is tegenwoordig fulltime met de sport bezig. Hij is coach van het nationale jeugdteam en werkt voor het bedrijf van speler Gert-Jan van der Linden in Bodegraven die gespecialiseerd is in artikelen voor het bedrijven van gehandicaptensport. Van der Linden wordt beschouwd als de beste rolstoelbasketballer ter wereld. “Onze Michael Jordan”, aldus Van Ek. Hij kan zo voor een zeer redelijk salaris in Italië gaan spelen, maar doet dat niet vanwege zijn werk.

Van Ek is jaloers op de financiële mogelijkheden bij het rolstoelbasketbal in Italië. In Nederland is er maar één team met een grote hoofdsponsor, BV Verkerk uit Zwijndrecht, de oppermachtige nationaal en Europees kampioen. Van Ek zou best zelf bij een Italiaanse club willen werken om daar de organisatie en opleiding op poten te zetten. Oud: “Bij Amicacci werken ze met een budget dat net zo hoog is als dat van de valide-vrouwenploeg van Den Helder in de tijd dat die club Nederlands kampioen werd. Maar eigenlijk wordt er daar maar bar weinig met het geld gedaan.”

'Pionier' Oud die samen met zeven à acht jongere, teamgenoten in een omgebouwd schoollokaal woonde, had bij zijn club te maken met een gebrekkige organisatie. Dat zorgde voor veel ergernis. Oud stond een paar keer op het punt om tijdens het seizoen naar huis te vertrekken. Ook Koen Jansens zegt met “amateurisme” te maken hebben bij zijn club. Hij deelt wel met een Franse teamgenoot een eigen appartement. Zo ver zijn Waldo Boonacker en Mustafa Charif Jebari, samen spelend voor Napoli Uno, nog niet. Zij hebben tot nu toe bij de coach in huis gewoond.

    • Hans Klippus