'Het afkopen van de kansarmen heeft grenzen bereikt'

AMSTERDAM, 20 NOV. De Aziatische economie ontwikkelt zich in razend tempo, Amerika volgt op enige afstand. En wat doet Europa? Dit continent stagneert en grijpt naar de makkelijkste oplossing: protectionisme. Het beschermen van de eigen markt werkt vervolgens weer verstarrend en leidt tot een groeiende achterstand, hetgeen de diverse overheden pas in 2005 merken. En dan is het te laat.

In een lezing in de Lutherse kerk in Amsterdam schetste secretaris-generaal prof. mr. L.A. Geelhoed van het ministerie van economische zaken eerder deze week een somber beeld van de toekomst. Protectionisme is nu juist een verkeerde manier om de tegenvallende economie op te peppen, meent Geelhoed, versterking van het concurrerende vermogen daarentegen biedt perspectief. Mits aan één belangrijke voorwaarde wordt voldaan; herijking van de verzorgingsstaat.

Medespreker en bijzonder hoogleraar ondernemingsbeleid prof. dr. A. van der Zwan kan zich in die laatste voorwaarde vinden. Het huidige stelsel van sociale voorzieningen moet veranderen. Een eufemisme, erkent Van der Zwan. “Het betekent verlagen van de uitkeringen en korten op de rechten van de uitkeringstrekkers.”

Het fin-de-siècle-gevoel dat volgens Geelhoed in Nederland rondwaart, reconstrueert het verleden weliswaar tot ideaal, maar biedt geenszins een uitweg. De dynamische samenleving met zijn sterke groepsgevoel uit de jaren vijftig is verdwenen, het gemak waarmee de verzorgingsstaat in de jaren zestig werd gebouwd is geweest. De sociale voorzieningen die in de jaren zeventig nog werden bewierookt, zijn tegenwoordig de bron van alle maatschappelijke kwaden, misstanden en economische achterstand, voegt Van der Zwan toe.

De maatschappij en de mensen zijn dan ook ingrijpend veranderd. “De geëmancipeerde wetsgetrouwe burger is veranderd in een goed opgeleide, mobiele en calculerende burger”, aldus de directeur-generaal. Een nieuw te vormen stelsel moet met die veranderingen rekening houden. Zo moeten de regelingen meer keuzevrijheid bieden aan de individuele burger, een scherp toelatingsbeleid moet de calculerende burger buiten de deur houden, de rechten en plichten van de uitkeringsgerechtigde moeten beter worden verdeeld en de uitvoeringsorganen onder de loep genomen.

Hoogleraar Van der Zwan meent dat een “nieuwe, creatieve energie” de huidige economische impasse moet doorbreken. Daarbij moeten overheid en overige beleidsmakers zich niet langer alleen op nationale belangen richten, terwijl ondernemingen op internationaal terrein een moordende concurrentie moeten aangaan. “Hoeveel ondernemingen beroepen zich er niet op footloose te zijn? Burgers en bedrijven gaan hun eigen weg, los van de deze maatschappij. Er is een situatie van normloosheid ingetreden.” De hoogleraar waarschuwt voor onrust. “Het afkopen van de ontevredenheid van kansarmen heeft zijn grenzen bereikt.”

In het beschermen van de eigen markt en de eigen produkten zien beide mannen mede als gevolg van de globalisering geen oplossing. Protectionisme onderschat de globalisering, die immers onstuitbaar is, zegt Geelhoed. Versterking van het concurrerend vermogen is volgens hem belangrijk. Op zijn beurt meent Van der Zwan dat “we het investeren en creeëren meer moeten belonen dan het beleggen en consumeren.” Zo niet, dan loopt Europa in 2005 tegen een enorme achterstand aan.