Helder

In deze heldere nachten, wanneer de adem dampend van je lippen glijdt, wanneer de koude als een strenge juffrouw in je wangen knijpt... in deze nachten glinstert een herinnering aan de kinderen.

Toen ze nog klein waren. Toen ze nog meegingen. Toen ze nog warm en weerloos in een deken gewikkeld op de achterbank lagen als we naar huis reden.

Dan werd het almaar stiller in je hoofd. Het gezellige van de avond loste langzaam op in de eenzaamheid van de nacht. Handen aan het stuur en voet op gaspedaal, verder niets.

De snelweg af, het stadje in, een leeg station, de uitvalsweg naar Harmelen en dan de buurt, de straat, het huis. Jongens, we zijn er.

Ik neem de oudste, zwaar van slaap. Hij doet zijn ogen open, mompelt wat en slaat zijn armpjes om mijn nek. Je gooit ontroerd de auto dicht. Je wankelt haast van liefde en van schuldgevoel, de machteloosheid van het vader-zijn.

Hé baasje, kijk de sterren eens!

Die sterren koel en ver en veel. Hij kijkt en zucht en doet zijn ogen dicht. Je voelt zijn haar in je gezicht, de geur van gelig gras. Drie stappen maar en dan de sleutel in het slot, naar binnen, naar boven, naar bed.

In deze nachten dus. Dan is het toch wel jammer dat de tijd verstrijkt.

    • Koos van Zomeren